IN DE NACHTEN LAWAAI

Alle dagen nieuwe dingen, het bos
beweegt zich vanzelf, ook van zijn plaats –
Onder dekking van de najaarsnacht
is een oude, al jaren ontkroonde boom
die alleen nog overeind gehouden werd
door cobradikke klimopkabels
(waarvan de boogvormig uitstaande takken
in bloei de stam een mimicri
van leven verleenden) omgevallen –
De wortels steken omhoog als de
afgescheurde leidingen uit het puin
van een in elkaar gestort flatgebouw.
Het zijn de wortels van de Hedéra Helix
die zich hier niet in de lucht maar in
de aarde vastklampten aan de zichzelf
vergrondstoffende onderkant van
de nu gevelde abeel. Goudkleurig, alsof
er onder hem, zoals het hoort
een schat begraven lag en aantrekkelijk
delfbaar, licht deze wortelmassa op
uit het gat in de donkere aarde.
De hemelzijde aan de andere kant
bijt geruisloos in het stof. Ook de dreun
die ons ’s nachts verschrikt uit onze slaap
deed opveren is hiermee nu thuis gebracht.

Gedicht: ongebundeld
Beeld: Dorian Hiethaar, droge naald

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

4 Reacties op IN DE NACHTEN LAWAAI

Toon Reacties (4)

Geef een reactie