THE LOVE SONG OF J. ALFRED PRUFROCK

Ik ga nog even door met mijn vertalingen van de eerste grote moderne dichter van de Twintigste Eeuw, T.S. Eliot. Er is zoveel over zijn werk te zeggen. Neem nu bijvoorbeeld zijn beeldspraak. Ik meen dat het beeld dat hij in regel drie van dit gedicht gebruikt om een avondhemel aan te duiden nog steeds onovertroffen is: ‘When the evening is spread out against the sky / like a patient etherised upon a table.’ Een ongelooflijke sprong! In de context van zijn tijd vermoedelijk wel kleiner dan in de onze. Wij kennen namelijk voor de narcose de etherkap niet meer. Als kleuter in de jaren veertig in het ziekenhuis, heb ik er nog wel een op gehad. En ether of in het Grieks aithèr, was de klassieke benaming van lucht of hemel. To etherise is in het Engels niet echt een woord meer, maar etheriseren hebben wij in het Nederlands nooit als woord gekend, bij mijn weten. Ik heb het dus met narcose vertaald, maar had daarna in eerste instantie wel de behoefte om van table, ‘operatietafel’ te maken.
Eliot is ook de meester van het beschrijven van stedelijkheid. Vooral van de vervuiling daarvan. Verderop in het gedicht komen daar een paar geslaagde voorbeelden van. Zijn stedelijkheid wordt gekenmerkt door kolen, stoom en fog en is nog allerwegen zichtbaar. Onze stedelijke vervuiling is waarschijnlijk even erg, alleen is zij voor een groot deel onzichtbaar geworden.

NPG P1687; T.S. Eliot by George Platt Lynes

Laat ons gaan dan, jij en ik
als de avond uitgestrekt tegen de hemel ligt
als een patient onder narcose op een tafel;
Laat ons gaan door zekere half verlaten straten
die morrend hun onderdak laten
aan rusteloze nachten in goedkope éénnachtshotels
en zaagselrestaurants met oesterschelp.
Straten, te volgen als een langdradig twistgesprek
Met de verraderlijke opzet
Je te leiden naar één overweldigende kwestie…
O, vraag niet, ‘Welke ís die?’
Laten we gaan en het zelf zien.

In de zaal lopen de vrouwen af en aan
met hun gesprekken die over Michelangelo gaan.

De gele mist die zijn rug wrijft tegen de vensterruiten,
De gele rook die zijn snuit wrijft tegen de vensterruiten,
Likte zijn tong de hoeken van de avond in,
Bleef hangen boven de poelen die in goten staan,
Liet vallen op zijn rug de roet die uit de schoorsteen valt,
Gleed uit op het terras, maakte een plotse sprong
En ziende dat het een zachte oktoberavond was
krulde hij één keer rond het huis en sliep.

Unknown
De twee tussenregels, die in het gedicht telkens terug komen, horen tot mijn favorieten. In het Engels dan: ‘In the room the women come and go / Talking of Michelangelo’.
Die regels móeten wel rijmen, maar ja, het Nederlands heeft nog veel lettergrepen. In het Engels zijn er al heel wat weggesleten.

The Love Song of J. Alfred Prufrock, door T.S. Eliot
Vertaling: Elly de Waard

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

4 Reacties op THE LOVE SONG OF J. ALFRED PRUFROCK

Toon Reacties (4)

Geef een reactie