GEDICHTEN IN HET DIGITALE TIJDPERK 2

IMG_0698

‘Gedichten moeten terug naar het handschrift waaruit zij ontstonden’, schreef ik hieronder. ‘Zo trekken zij het beeldende element hun eigen gebied (weer) binnen’.
In handschrift afgedrukt worden, bedoelde ik daarmee. Om zich te onderscheiden van de drukletter die vanuit alle visuele media als zand in onze ogen waait. En van het steeds sneller gesproken woord dat zich in zijn alomtegenwoordigheid heeft samengepakt tot een soort kosmische ruis.
Gedichten moeten trager, ze moeten stilstaan. Ik begrijp wel dat de nieuwe poëzie zich in lange prozateksten aan het zand en de motorische ruis van de huidige tijd wil conformeren, maar zelf lijkt mij dit een te weinig dwarse manier.
In mijn zoektocht naar het her-publiceren van mijn gedichten op een aan deze tijd aangepaste wijze zocht en zoek ik steeds naar beeld. Beeld dat onderschrijft, verandert of zelfs dwars op het gedicht staat. Het liefst heb ik daarbij dat beeld en tekst schuren. Dat er ruimte tussen zit, die de lezer kan invullen. En even genoeg hebbende van het ‘plaatje’ kwam ik terecht op het handschrift, dat immers in zichzelf al een tekening is.
Ik herinnerde mij toen dat de schilder Rob van Koningsbruggen, in zijn fundamentele periode ook iets dergelijks had gedaan vanuit de beeldende kunst, een onderzoek naar de beeldende middelen binnen het schilderen. Overigens doet hij dat nog steeds, maar nu veel meer in alleen de kleur.
Ik laat hier van hem een Breiwerk zien. Het is gemaakt door een breiwerk te tekenen met het woord en de letters van ‘breiwerk’. Ook breide hij echte breiwerken, die als schilderij werden opgehangen.

Beeld: Rob van Koningsbruggen, Breiwerk, fragment
Hieronder een indruk van het hele Breiwerk

IMG_0694

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

1 Reactie op GEDICHTEN IN HET DIGITALE TIJDPERK 2

Toon Reacties (1)

Geef een reactie