FRANK ZAPPA’s 200 MOTELS

FRANK_ZAPPA_6

Vanavond op Kanaal 24 een Zappa Memorial (20.30 tot 22.30) waarin voor het eerst in Nederland de film 220 Motels zal worden getoond. Ik was aanwezig bij de opnamen in 1971. Hieronder mijn verslag in Vrij Nederland van 13 februari van dat jaar.

FRANK ZAPPA’S EERSTE ECHTE FILM
VAN CONCENTRATIEKAMP TOT MOTELKAMER

Van maandag tot en met vrijdag vorige week werd in Blok C van de Pinewood Sudio’s, een kilometer of dertig buiten Londen, Frank Zappa’s eerste officiële film opgenomen 200 MOTELS. Daarmee werd dan, in niet meer dan vijf dagen tijd, een al ruim een jaar oud idee van Zappa gerealiseerd, namelijk een nieuwe popopera die in première zou moeten gaan tijdens het aanstaande Holland Festival, onder leiding van dirigent Edo de Waart. Het geld ontbrak evenwel voor de uitvoering van dit project en nadat er eerst nog sprake was geweest van een televisie-realisatie door de VPRO en een door de Duitse televisie, kreeg Zappa plotseling de gelegenheid om het geheel als bioscoopfilm uit te brengen.

In de herfst van vorig jaar nam Bizarre Productions, Zappa’s onafhankelijke platenmaatschappij, namelijk het Californische Murakami Wolf Productions, een kleine filmmaatschappij, in de arm en met hun medewerking lag er binnen een maand een contract met United Artists op tafel, die bereid bleek 630.000 dollar in het project te steken en die de hele soundtrack van de film gaat uitbrengen, ook al zal die vier LP’s in beslag nemen.
Blok C van Pinewood, de ruimte met de grootste geluidsmogelijkheden, werd voor vier weken afgehuurd; de eerste drie weken zullen worden besteed aan repetities met de muzikanten, de acteurs en de dansers, de laatste week, dat wil zeggen: vorige week, moesten de anderhalf uur film en de muziek opgenomen worden, een recordtijd die mogelijk werd door gebruik te maken van het meest geavanceerde kleuren-videosysteem, dat er op het ogenblik is. Speciale effecten, zoals solarisatie en vermenging van beelden, konden meteen, tijdens het filmen aangebracht worden en waren op een kleurenmonitor te zien.

Bij binnenkomst valt meteen een groot concentratiekamp op, Camp Untermunchen, waarin het honderd man tellende Royal Philharmonic Orchestra is opgesteld. (Dit orkest vormde een van de voornaamste redenen waarom de verfilming in Engeland plaats vond, het kostte namelijk maar honderd pond per dag.) ‘Work liberates us all’ staat er in gotische letters boven de met prikkeldraad en hooi beklede poort. De meeste muzikanten zijn in vol, zij het totaal verwilderd ornaat: vuilwitte open hangende vesten, gescheurde jacquets, overhemden zonder knopen, los bungelende vadermoordenaars, enzovoorts. Een deel van het orkest wordt omringd door een aantal op een verhoging staande vibrafonisten en slagwerkers die in een soort nazikostuums met petten en pistolen gekleed gaan. Een groene, met geschut
doorzeefde vliegtuigstaart completeert het grimmige beeld. Aan de boven het prikkeldraad en de wachttorens omhoog stekende reclameborden is te zien dat het hier om een Amerikaans concentratiekamp gaat. (Men denke ook even aan het nummer ‘Concentration Moon’ en de toelichting daarop op de plaat We’re Only In It For The Money.)
Buiten het hekwerd lopen de meest vreemdsoorting geklede figuren rond; zo bijvoorbeeld twee van de GTO’s, namelijk Miss Lucy – een van de twee oorspronkelijke GTO’s – en Miss Janet. Miss Lucy geregeld in topless, quasi geschrokken krijsend als Zappa haar en passant in de borst hapt, en zwaaiend met een veren boa; Miss Janet in stemmig paars en kauwgombellen blazend. Behalve de beide GTO’S, die een belangrijke rol in de film hebben – ze spelen de ‘rol’ van groupies en doen ook mee aan de spreek- en zangkoren – lopen er nog verschillende van de oorspronkelijke Mothers op set rond, die als acteurs en zangers aan ‘200 Motels’ meedoen.
Don Preston, lange tijd organist en pianist van de Mothers, nu leider van een eigen groep (Raw Milk), speelt zichzelf. Dat betekent dat hij onder meer het volgende telefoongesprek met Zappa moet voeren: ‘Hallo, wil je dat ik kom? Zeg, Frank, heb je ook enig idee wanneer we eens betaald kunnen worden?’ Onenigheid over de verdiensten was een van de redenen waarom de Mothers uit elkaar gingen.
Jimmy Carl Black, ‘the Indian of the group’, nu leider van een eigen groep, (Geronimo Black, zo genoemd naar zijn zoontje) speelt Cowboy Burtram, een roodnek die bij voorkeur communisten aftuigt en in zijn café “The Red Necks Eat”
met een schietautomaat oefent op het raken van langharige hippies. Zeer belangrijk is ook ‘Motorhead’ Sherwood, welbekend Mother van weleer, die fraai opgemaakt rondloopt en diverse frappante travestierollen vertolkt.
Verdere medewerkers: Theordore Bikel, die de rol van Rance Muhammitz speelt, het klassieke voorbeeld van de kapitalistische slechtaard. Hij belooft de, in een stadje in het middenwesten van Amerika gestrande popgroep van alles te voorzien zolang ze bereid zijn ‘er met hun bloed voor te tekenen.’
De Mothers van nu spelen gewoon zichzelf, uitgezonderd de zangers Mark (Volman) en Howie (Kaylan), die soms ook nog als groupies dienst doen. Zappa komt zelf in diverse gedaanten in de film voor, als een rubberen dummy; en gespeeld door niemand minder dan Ringo Starr, die Zappa’s alter ego Larry the Dwarf speelt. Hij vertoont, met een langerharige pruik en een zonnebril op een opvallende gelijkenis met het brein dat achter dit spektakel steekt.
De studiohal is, behalve met het concentratiekamp, grotendeels volgebouwd met het door Carl Schenkel (de ontwerper van alle Mothers- en overige Bizarre-hoezen) ontworpen kartonnen stadje Centerville, dat als wapenspreuk voert a real nice place to raise your kids in. Een tot aan de einder reikend Motel, een straatje met huizen en tuintjes, het roodnekken-café met aan en uit floepende lichtreclame ‘Eet Bier’, een bloederige slagerij en de plaatstelijke undergroundclub vormen er het centum van. In een doorsnee tienerkamertje, met aan de muur een foto van Motorhead en op de vloer platenhoezen van onder andere Mario Lanza (!) speelt zich veel van de interessantste actie af. Een vrijwel naakte Miss Lucy danst eruit naar buiten om in een rookwolk opgenomen te worden door een heftig bewegende groep dansers. De rubberen dummy van Miss Lucy wordt er verkracht door een naakte gemaskerde popster (Motorhead), met een reusachtige vibrator die een geluid maakt als een pneumatische boor. Ook een non met een fladderende sluier, rokken en gesteven kragen vliegt uit ditzelfde vertrekje de lucht in: twee studiolieden hangen terzijde met alle kracht aan een dik touw om het zover te krijgen. Als de non na veel hilariteit weer op het roze tienerbed is neergelaten blijkt uit het stoffige omhulsel van rokken en kragen tenslotte Keith Moon tevoorschijn te komen, de drummer van The Who, maar dan staan de camera’s alweer stil. “In de opzet van deze filmgebeurtenis is niets van wezenlijk belang. Veel subjectieve waarnemingen kunnen er naast elkaar in voorkomen, ook al is het mogelijk dat alles maar zinsbegoocheling is”, zoals de demonische Rance Muhammitz in de film opmerkt.

De Mothers staan zelf merendeels op een barok toneeltje. Hun muziek is gedeeltelijk die van de laatste concerten (in december), maar dan uitgebreid met koor en orkest. De nieuwe nummers die ik hoorde (o.a. This Town Is A Sealed Tuna Sandwich en Went On The Road) zijn buitengewoon goed en overtreffen de concerten bij verre. De vocalen van Mark en Howie en die van het koor, benevens de spreekstukken zoals die ook op het GTO album te horen zijn, met teksten over de lengte van popster-penissen en over de onleefbaarheid van Californië en Amerika in het algemeen, worden gedirigeerd door de jonge klassieke dirigent Henry Ward, die overigens weigert om een oordeel te geven over de muziek die hij onder handen heeft. Samen met Zappa dirigeert hij ook de Mothers. Voor het orkest, dat al eens eerder met een popgroep werkte, namelijk Deep Purple, is de dirigent Garry Howarth aangetrokken. Bij de Mothers is trouwens bassist Jeff Simmons verdwenen. Hij had geen zin in de film en zijn plaats is nu ingenomen door de chauffeur van Ringo Starr, Martin Lickert, die zich bescheiden op de achtergrond houdt.
Er wordt door de hele filmbemanning erg hard gewerkt. De opnamen zijn van acht uur ’s morgens tot vijf uur ’s middags en daarna gaan de Mothers apart nog door. Zappa is vaak tot diep in de nacht nog bezig met het herschrijven van de muziek, waarna hij evengoed om zes uur weer opstaat om op tijd op Pinewood Road te zijn. De film moet in vijf dagen klaar zijn, op een langere draaitijd is het budget niet berekend. Tot aan november van dit jaar zal Zappa zich vrijwel uitsluitend met de montage en de animatie van sommige stukken bezig houden en met het mixen van het geluid. De videotape zal dan getransformeerd worden tot een bioscoopfilm van de normale 35mm breedte.

Het ziet ernaar uit dat ‘200 Motels’ een vrij abstract karakter zal dragen. De vervormde beelden die op de monitor te zien waren en die voor een groot deel al de definitieve filmbeelden zijn, gaven daar al een voorporefje van. Het ‘verhaal’ zal voornamelijk muzikaal zijn. De film is volgens Zappa zelf ‘de essentie van een tijdperk uit de popwereld – een surrealistische extravagantie, die speelt in een verzonnen stad, een opera waarvan de lokaties variëren van concentratiekamp tot undergroundbioscoop, van motelkamer tot salamanderfarm – gezien door een rockgroep op toernee in 197?.’ Zowel in filmbeelden als in muziek zal gebruik worden gemaakt van anachronismen, verschillende stijlen en filmcitaten.

Het is, kortom, een logisch vervolg van wat Zappa allang op het toneel doet met theatrale en andere visuele elementen, maar nu voor de eerste keer volledig geraliseerd. Verschillende Zappa LP’s (Uncle Meat, Lumpy Gravy) droegen al het karakter van een soundtrack voor balletten en films die ‘het niet maakten’, of ‘waarvoor we nog niet het geld hadden om het te voltooien’. Van het succes van de film zal afhangen of Zappa in de toekomst meer films met ruimere geldmiddelen zal kunnen gaan maken. Hoe ‘de eerste rolprent die de elektronische vrijheid uitbuit, die door de popmzuiek werd ontdekt met de introductie van de elektrische versterking en de veelsporen opnametechniek’ het bij het publiek zal gaan doen is nog met geen mogelijkheid te zeggen. De portier van de Pinewoodstudio’s, een centrale figuur, die het script had gelezen, was er in elk geval niet al te zeer over te spreken. “Het is zeker niet de beste film die hier gemaakt wordt. Ik kan u zeggen dat we er bepaald niet trots op zijn dat hij hier vandaan komt.

13 februari 1971

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

5 Reacties op FRANK ZAPPA’s 200 MOTELS

Toon Reacties (5)

Geef een reactie