AMY CLAMPITT – SYRINX

Amy Clampitt (1920-1994) is een van de grote Amerikaanse dichters. Ze debuteerde op haar 64ste met de bundel The Kingfisher bij Knopf in New York, een bundel die ik onmiddellijk bestelde op grond van de pagina’s-lange bespreking van Helen Vendler in The New York Review of Books. Zij was als onbekende debutant van leeftijd een sensatie en was voor mij een van de grote poëtische ontdekkingen van mijn leven. Ik schreef haar en zij kwam bij mij logeren tijdens een Europese vakantie. Na de The Kingfisher publiceerde zij nog vier bundels. Onze vriendschap heeft tot haar dood geduurd. Op deze website is een apart hoofdstuk aan haar gewijd.

De diepzinnigheid van haar werk en de enorme kennis die erin ligt opgeslagen dagen mij altijd opnieuw weer uit om te proberen die in het Nederlands recht te doen. Zo eerder deze week haar gedicht Grasses, en nu Syrinx dat als uitgangspunt het strottenhoofd van de vogel heeft, maar in zijn geheel gaat over hoe de taal over het onuitsprekelijke heen ligt.

SYRINX

Zoals de misthoorn die een en al long,
de windgong die een en al slagwerk is,
zoals de wind zelf, die alleen maar lucht
in ernstige agitatie is zonder ook maar
een vinger om duidelijk te maken
wat eraan scheelt, is de
eolische syrinx, dat riet
in de keel van een vogel,
als het erop aankomt om wat wij
consonanten noemen te vormen,
te weinig precies voor consensus
over wat hij zelfs maar lijkt
te zeggen: is het o-ka-lie
of con-ka-rie, is het eigenlijk jug jug,
of kan het, wat dat betreft, ook koekoek zijn? –
veel minder dan of de roep van een vogel
in het bijzonder iets betekent
of zelfs überhaupt.

Syntaxis komt het laatst, daar kan geen
twijfel over bestaan: kwam het laatst,
kan over gedacht worden (is
over gedacht door iemand) als een
hogere vorm van uitdrukking:
is, in extremis, het eerste dat
overboord gezet wordt: als de diva
op het podium, een en al oprijzend
ademwerk vanuit de borst,
opstijgt tot pure klinker,
losbrekend uit de droge,
alleen maar schurende
omhulsels van de verbijzondering,
voorbij aan nog iets te zeggen,
niet anders dan als de wind in
de bomen, het breken van golven,
of het gejammer van Homerus’
Thespesiae iachē

die laatste kans van schimmen
op de drempel, die van alles
ontdaan zijn behalve hun adem.

 

Foto: Jaren Tachtig, Universiteit Leiden, Nederland, tijdens een lezing van Hal, Amy’s echtgenoot
Gedicht: Amy Clampitt, Syrinx, uit: A Silence Opens
Vertaling: Elly de Waard (maart 2018)

Het Homerus-citaat is uit de Odyssee, XI: 34-43, over de schimmen uit het dodenrijk die om Odysseus’ aandacht roepen

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

6 Reacties op AMY CLAMPITT – SYRINX

Toon Reacties (6)

Geef een reactie