OF BESCHOUW PROMETHEUS


 

In 1859 werd petroleum ontdekt in Pennsylvania.
Kerosine, petroleum en paraffine begonnen al snel
in de plaats te komen van walvis-olie, potvis-olie en
spermaceti * was. . . Beschouw de walvisvangst
als frontier, en als industrie. Is een product
gewenst, men krijgt het: big business.
De Pacifische oceaan als lage-lonen-bedrijf. . .
het walvisschip als fabriek, de walvisboot het
precisie instrument. . . .

                               – Charles Olson, Call Me Ishmael

1

Zou Prometheus, vloekend aan zijn rots
als hij het vuur overdacht, het in een holle stam
gesmokkelde kleinood, en de excessen die hij
sinds zijn steeds verlengde straf moest ondergaan,

het rijke antidotum van de oceaan vervloekt hebben,
zijn koude, kabbelende, onophoudelijke golfslag,
aan flarden gekliefd door zwenkende bruinvissen,
waterstof-plus-zuurstof opkloppend tot een mimicry 

van harde koolstof, diamant van zuiverst water,
ónverboden element, door vuur doorsneden met in zijn
breken de vergevende glimlach van regenbogen?
Of, zeereuzen overdenkend – van wie het schuldeloos

voorgeslacht zich afkeerde van de kust, van haar
verleidelijke boomgaarden, afzag van het grijpstaart
geslinger van een brein dat een en al oog en klauw,
tjilpend over vishaak-strategieën voor afpakken

en zich toeëigenen, koos voor onderdompeling in
bewegende hellingen – ze hun gelijkmoedigheid hebben
benijd, hun massief gemak (zo anders dan zijn eigen gefolterde
rechtschapenheid), hun bestand zijn tegen verdrinken?

2

Hoe zouden deze grote walvisachtigen, Houyhnhnm
intelligenties zonder ledematen – niet geprikkeld door
de Prometheïsche apenstreken, die ons haute
cuisine brachten, brandstapels en vuurwerk –

al fresco inktvis etend en krill en door baleinen
gezeefd plankton opgediend krijgend, van wie de
onmanipuleerbare oren Olympische verdiepingen
van sonar verkennen, de weergalm van ijsbergen

analyseren, de massa van schepen berekenen,
zuiver op ervaring van het gehoor – hoe zouden
deze genietende reservoirs van olie, was en
glycerine de potten hebben kunnen doorgronden

die gereed gemaakt werden voor hun omzetting in vet
voor een duizendtal kaarsen? Hoe, astronomen
van het onzichtbare, zouden ze de brullende nimbus
hebben kunnen traceren van die roofzuchtige

appetijt, onze honger naar de zon, of de plunderende
straal-en-stuwmotor-pterodactili in kaart hebben
kunnen brengen, robots gevoed door hun opvolger,
vuurdrinkende vampieren van fossiele brandstof?

 

 

Schilderij: Jan Cossiers, Prado
Gedicht: Amy Clampitt, uit The Kingfisher
Vertaling: Elly de Waard

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *