LUXOR


Zo mooi en transparant als het landschap
is, verheven zelfs, luchtspiegeling
die losjes wortel schoot in aarde –
Fata morgana deze oase, aquarel

van farao’s, aan werkelijkheid
verliezend met het verdampen van de Nijl,
het aanwassen van de Sahara –
Een flauwe walm van licht hangt over

de stad bij nacht, gesluierd schijnsel dat
uit tenten afkomstig lijkt – elektriciteit
aan olielampen gelijk.
Een zeldzame regen moddert aan op deze

dag in de aarden stegen waar het
stinkt naar kamelen, maar het glanzen
van het alom tegenwoordig gele
geheimzinnige zand aanwezig blijft.

Ik zou graag slapen in dit bedekte
lichte, mijn bed de rug van staande,
museale leeuwen; hun staart waaiert
mijn benen koelte toe, hun kop vervult

mijn hoofd met eeuwen. En wiegend op een
geur van wierook bij het nooit ververste
zwembad baltsende kalkoen, zijn kreet
doorrijgt mijn dromen en verbindt

het hier met toen: het vroege schreeuwen
van pauwen in de koele verten van
een hertenkamp, de sierlijke, kapotte
palmen, die bestoven zijn met zand.

 

Dit gedicht uit mijn bundel Van Cadmium Lekken de Bossen, is opgedragen aan Kees Verheul, door en met wie ik dit voor mij zo exotisch vreemde Egypte leerde kennen. In Bergen N.H. waar ik ben geboren, woonde ik als kind en opgroeiend mens vlak bij het Hertenkamp.

Dit bericht is geplaatst in Algemeen, Van Cadmium Lekken de Bossen. Bookmark de permalink.

3 Reacties op LUXOR

Toon Reacties (3)

Geef een reactie