NEELTJE MARIA MIN / TOEN EERST

 

Gisteren kreeg ik het eerste exemplaar uitgereikt van een heel mooi boekje, Toen Eerst, jeugdtekeningen van Neeltje Maria Min. Een hele eer.
Neel en ik kennen elkaar al vanaf de schoolbanken en de oerversie van de vermaarde Eerste Bergensche Boekhandel – die nu dit boekje uitbracht en waar het feest van de presentatie plaats vond – vormde voor ons in onze jeugd de toegang tot de Nederlandse literatuur. Je had geen geld om boeken te kopen en moest er lang voor sparen.
Van mijn kwartje zakgeld per week een boek van 8,50 bij elkaar sparen, zoals ik in 1958 deed voor de eerste bundel van Chris van Geel, Spinroc en Andere Verzen, was een hele opgave.
En zo bezochten we de boekhandel alleen al veelvuldig om alvast wat te lezen in de boeken waarnaar onze belangstelling uitging. Gelukkig kreeg ik op een bepaald moment een baantje, het helpen schoon maken van Slagerij Grooteman, waar ik elke zaterdag 2,50 mee verdiende. Toen ging het een stuk sneller.

Neel wordt morgen 75 en de uitgave van haar tekeningen, waarvan niemand wist dat ze die – en zoveel! – ooit gemaakt had, diende tevens om dit heuglijk feit te vieren.

Ik vervolg nu met het toespraakje dat ik gisteren hield nadat ik het boekje in ontvangst genomen had, waarbij Neel niet nagelaten had mij te wijzen op de tekening die ze indertijd had neergepend van “Moeder De Waard met haar twee oudste dochters”! 

Lieve Neel,

De grond, de vloer, waarop wij hier nu staan, hebben wij al in de jaren vijftig betreden.
Dat is zestig jaar geleden. Dit was toen de geheimzinnige, donkere boekwinkel van de broer en zus Romeny, vol boeken, opschrijfboekjes ‘met roestplekjes van de spiralen’ – om jou te citeren -, inkt en pennen.
In zo’ n boekje heb jij de tekeningen gemaakt die nu gepresenteerd worden.
Zelf heb ik nog steeds een pot inkt en de kroontjespennen die ik daar in de uitverkoop, toen de Romeny’s met pensioen gingen, heb gekocht. Vriendelijke mensen waren het, die bezorgd reageerden als je op blote voeten de winkel in kwam lopen.
Het waren de jaren dat wij de artistieke hangjongeren van het dorp uithingen en onze vaste hangplek was de door ons zo genoemde Mekboom, (‘ mekken’, kletsen, was dat niet verzonnen door Ger Polak?), het is de herinneringsboom die hier vlakbij op de hoek van de Hoflaan en de Dorpsstraat staat.
We brachten allebei onze lagere schooltijd door bij de zusters Ursulinen, toen een zeer grote aanwezigheid in het dorp. Het kloosterterrein strekte zich uit van de Loudelsweg tot aan de Nesdijk en zij hadden honderden mensen in dienst. Maar dat wisten wij toen niet, wij waren als de meisjesschool van de zusters van de wereld afgesloten door een muur om ons schoolplein met een mooie poort erin.


Er was nog een smalle poort in een heel andere hoek van het plein en het was verboden om die te openen. Daar kwamen de zusters door ’s morgens op weg naar school. Een heel enkele keer mochten we daar in klasverband doorheen om in het benauwde bioscoopzaaltje van de nonnen naar opvoedkundige films in zwart-wit te kijken over onderwerpen als veeteelt en kaas maken. Dit was alleen al spectaculair doordat we dan een zeer kort kijkje kregen in het inwendige van het grote kloostergebouw, dat los stond van de meisjesschool.
Spectaculair was het ook als de kapelaan godsdienstles kwam geven, niet vanwege zijn verhaal, maar omdat wij meenden dat hij een gouden pen had, iets dat als een lopend vuurtje door de klas ging! En ook wanneer er stagiaires van de eveneens door de nonnen gerunde kweekschool voor onderwijzeressen les kwamen geven. Alles, ja alles wat die deden en zeiden was aanleiding tot opwinding en gegniffel.
Jij zat bij mijn zus Annemarie in de klas (die al snel door mijn ouders naar de Bosschool werd overgeheveld vanwege het te ouderwetse nonnen-onderwijs) maar ik, van dezelfde leeftijd ongeveer  als je zus An, heb de zes jaar vol gemaakt.  In de winter brandde er een grote zwarte kachel achter in de klas, die met kolen gestookt werd.
Jullie, Annemarie en jou, kon het nog overkomen dat je in de derde klas de juist uit de Kongo teruggekeerde missiezuster Werenfrida voor het bord kregen, donkerbruin verbrand gezicht binnen de hagelwitte kap!
Jij was vervolgens met An de eerste die Chris van Geel leerde kennen, die net gedebuteerd was met Spinroc en Andere Verzen. Ik deed dat pas een paar jaar later.

Is het niet prachtig dat we vandaag op deze plek samen komen om je 75ste verjaardag te vieren met een uitgave van de tekeningen die je toen maakte met de inkt en pennen die je hier zo lang geleden kocht? In wat nog steeds de Eerste Bergensche Boekhandel is, alleen moderner, groter en heel veel lichter?
En dat het misschien ook de inkt was waarmee je je eerste gedichten schreef?
En is het niet heel bijzonder te bedenken dat dit dorp, dat ruim een eeuw lang zoveel dichters heeft aangetrokken en geherbergd  – als bezoekers of als bewoners  – van Gorter en Roland Holst tot en met Van Geel en Lucebert – ons beiden als eerste hier geboren dichteressen heeft voortgebracht?
Ik wens je een prachtige verjaardag toe. 

Tekeningen Neeltje Maria Min, Toen Eerst
Het boek, met een inleiding van Adriaan van Dis, is te verkrijgen via www.eerstebergenscheboekhandel.nl
Tekst Elly de Waard

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

5 Reacties op NEELTJE MARIA MIN / TOEN EERST

Toon Reacties (5)

Geef een reactie