BIOGRAFISCHE NOTITIES 4


NRC/Handelsblad 22-02-1986, Hollands Dagboek

Elly de Waard is dichter en medeoprichter van de Anna Bijns Stichting, die morgen het Anna Bijns Benefietfeest, tevens het Eerste Vrouwen-Boekenbal, viert in het Concertgebouw te Amsterdam. De opbrengst van dit feest komt ten goede aan de tweejaarlijkse Anna Bijns Prijs (10.000,00 gulden) voor een auteur ‘die in haar (of zijn) werk naast literaire kwaliteiten blijk geeft van een specifiek vrouwelijke stem’. 

Donderdag

Dronkaards, vandalen en rokkenjagers, zo werden laatst de dichters omschreven die in Westminster Abbey begraven liggen. En daar begint het al aardig op te lijken, nu ik met teveel drank op ’s nachts van de weg gehaald werd en in een cel opgesloten. Ik reed zo langzaam dat het de politie begon op te vallen.
Maar nu hoor ik over deze escapade toch alarmerende berichten. Ik had de bloedproef moeten weigeren, etc. etc. Bij een hoog promillage zou ik niet alleen mijn rijbewijs kwijt kunnen raken, maar ook nog echt in het cachot kunnen belanden.
Pikant detail hierbij is dat ik kortgeleden nog in de jury voor een poëzie-prijsvraag voor gedetineerden zat!

Het weekblad De Tijd is net verschenen en Andreas (Burnier) belt dat ze zich kapot heeft gelachen om de kolom van Renate Dorrestein, met name de passage over de brand in het gordijn van Het Concertgebouw, die door mijn persoon alleen gedoofd werd, omdat ik anders mijn Bijns-feest in rook zag opgaan!

‘s Avonds schrijven Dor(restein) en ik de teksten voor onze presentatrices.
Mevrouw Manteau belt om me in te seinen over de interviewer die mij zondag voor de BRT te wachten staat. En dat ze onze brief met verzoek toe te willen treden tot de eerste Anna Bijns-prijs-jury heeft binnen gekregen.
Ze doet het.

Rokkenjagers, schreef ik pas. Maar ik heb de laatste weken geleefd als  een kluizenaar. Alleen met telefoon en papieren. Dus roep ik Haar op. Gelukkig komt ze meteen.
“En beeft als hete lucht bij uw genaken…”

Vrijdag

De theorie dat voetballers geen seksueel verkeer mogen hebben voor een wedstrijd, daar zit toch iets in. De hele ochtend dromerig, ja sloom. Ik denk na over de overeenkomsten  tussen een avond in het Concertgebouw ontwerpen en een gedicht schrijven. Het is allebei organiseren, het ene met mensen en hun bezigheden, het andere met woorden en hun betekenissen. In beide gevallen gaat het er om er een zo rijk en gevarieerd mogelijk geheel van te maken.

Het vriest al geruime tijd en Ik hak de vijvers in de tuin open.
Zonder rijbewijs zal het hier, zo ver van de bewoonde wereld, niet gemakkelijk zijn. Ik zal een paard moeten kopen om naar Albert Heijn te kunnen. Misschien moet ik het ook zo zien dat ik nu door de wet weer gedwongen wordt tot een bestaan van lopen en stilte. Van gedichten.
De Chinese bontmuts, die mijn oudere zuster-vriendin Renate Rubinstein voor mij meenam uit Peking komt goed van pas, nu ik naar Terneuzen moet om voor te lezen. Op het veer van Kruiningen ontmoet ik de beide andere dichteressen, Neel (Min) en Jana Beranova. Neel heeft het postkoffertje en de handschriften bij zich, die ze voor onze veiling afstaat.
Het is opnieuw een met veel drank besprenkelde avond. Gelukkig zijn we te voet. Iemand wil een van mijn bundels kopen. Van het geld kan ik meteen het gezelschap weer een rondje geven.

Zaterdag

Ons dichterlijke gezelschap verschijnt getroffen door zware katers aan het ontbijt. Alleen Neel en ik schijnen er geen last van te hebben. Intussen is het wel veel te laat om nog bij de repetities van het Anna Bijns-stuk aanwezig te kunnen zijn. Ik bel en hoor dat Elise Homans prachtig is als de oude Bijns en dat alles loopt.
Meteen door naar Antwerpen.
Onze Anna Bijns wandeling (het ‘Anna Bijns-loopje’) uitzetten, dat we willen gaan verkopen. Alles voor het goede doel.
Keizerstraat 56 wordt verbouwd, maar ik mag er in. De gevel is al eerder gerenoveerd. Binnen de zachte zestiende eeuwse stenen en het verpulverd metselwerk, dat nu bedekt wordt met nieuwe stuc, betast. Er is geen twijfel aan, dit is “De Patiëntie” met zijn nauwe kamers. Hier werden de gedichten geschreven.
“Het Roosterken”, nummer 59, schuin er tegenover, blijkt net gesloopt.
Ik blijf lang staren in het gat en naar de oude muren er achter. Woonarcheologie.
Grote Markt 46, “De Kleyn Wolvinne”, het geboortehuis, is ook gerenoveerd en recentelijk verder verminkt tot de snackbar A-Go-Go. Pikant om er frieten met stoofvlees te bestellen.
Alleen de verhoudingen zijn nog middeleeuws. Maar ook nu zit er een jonge vrouw te schrijven. Onverstoorbaar vult haar regelmatige hand de pagina’s van een groot schrift.

Brussel.  Deze Grote Markt geeft mij een sensatie die ik eerder had bij het betreden van de kathedraal van Gent: haar koele strafheid, haar leegte en het zwart-wit van haar in de avond glimmende kasseien snijden mij even de adem af, zoals het brut van een champange dat kan doen. Het strakke omhoog gerichte van de bouw, het reiken naar de vrieshelderte erboven. Achter een van haar gevels lig ik die nacht veel wakker.

Zondag

Om kwart voor tien in de BRT-studio.
Alida Neslo, een van de presntatrices van het Anna Bijns-bal, komt rechtstreeks uit Parijs, waar ze zich alvast voor het bal heeft laten kappen. Spannende uitzending. Twee uur lang bakkeleien over de vrouwelijke stem. De interviewer kan het niet zetten dat hij niet wint. Het nadeel van dit gehakketak is wel dat ik vergeet het over onze leuke avond te hebben. En dat terwijl Monika van Paemel er onder meer aan meedoet.

Op de terugweg langs Helga in Dordrecht. Hoeveel trekhaken kunnen wij uit het plafond van de Grote Zaal laten zakken?
Wij tellen de minuten: Mathilde Santing, Jenny Arean, Anne Clark.

Het is een dag van taxi’s en treinen, treinen en taxi’s, maar eenmaal thuis voel ik mij moederziel alleen. De uil zit mij vanuit de cypres in mijn verlichte keukenkamertje te observeren. Zijn belangstelling stijgt als ik op een stoel klim om naar het vriesvak te vliegen. De koelkast staat boven op het aanrecht namelijk. Ondanks zijn uitzonderlijke gezelschap overvalt mij een diepe melancholie bij de gedachte dat ik alleen in huis ben met het lijkje van een eindelijk gevangen muis in de eetkamer.

Ik overpeins dat van de dichters die ik ken of kende Jan Hanlo en Yossif Brodsky in elk geval ook in de nor gezeten hebben. Amy (Clampitt) natuurlijk niet. En Ida Gerhardt nog minder. Robert Lowell wel, gelukkig. Prozaschijvers hebben geen temperament. Geen roekeloosheid. ‘In machtige jeugd vurig en waanzinvol…’
De bezadiging der dagen heb ik nog niet bereikt.

Maandag

Niet vergeten deze week een extra smokinghemd te kopen, zodat ik tijdens de avond, als dat nodig is, kan wisselen. Vanaf vandaag zijn de kaarten ook gewoon aan de kassa van Het Concertgebouw te koop. Misschien dat de honderden gesprekken die er dagelijks op Dor’s antwoordapparaat staan er nu wat door afnemen.
Dor, Meul, Tuyll en ik, wij zijn net de vier musketiers, maar daar weid ik later nog wel eens over uit.
Met Karin Bloemen en Adelheid Roosen naar Andreas Burnier om de details van hun gezamenlijke act te bespreken. Ik loop na afloop te schudden van het lachen om de confrontatie van verschillende werelden die daarbij plaats vindt.
Het lachen vergaat mij echter wel als ik Karin, toch al veel te laat, naar haar radio-opname wil brengen. Accu leeg. Lichten zijn aan gegaan bij het uit de auto stappen. Karin duwt de wagen, op haar hoge hakken, met behulp van een mannelijke passant. Ze hijgt nog na als ik haar afzet. En tien minuten later zal ze alweer in een lied moeten uitbarsten!

Uithijgen is er voor mij ook niet bij. Thuis een interview en een fotograaf voor wie ik in de vrieskou in mijn smoking in de tuin moet poseren.
En de jurken van Fong Leng zijn nog niet verzekerd! En kan ons logo – Anna Bijns die haar tong uitsteekt – nog op het doek voor het orgel?
Even na middernacht doven opeens alle haarden. Het gas is op. Verzuimd tijdig bij te bestellen. Ik ben ongeschikt voor het bestaan.

Dinsdag

Aan de telefoon opeens een heel andere kant van het bal: wat doet Zij aan? Een bericht uit de wereld van tailles, lijfjes, kleine en grote décollete’s, lange rokken en strapless bh’s.
Ik moet Frits Spits bellen omdat ik voor zijn Avondspits in de huid van Anna Bijns moet kruipen. Hij zal feitelijke vragen stellen. Moeilijk. Als dichter heb ik geen geheugen voor feiten.
Mijn moeder komt ‘s middags helpen voor het avondeten. Het is de laatste Anna Bijns-vergadering voor het bal en in de bestuurs- en medewerksterskelen zullen zeker vier kilo van mijn eigengebakken patatten verdwijnen. De lust van dit bestuur naar mijn frieten is ongekend.

Bij binnenkomst het bekende, oorverdovende gekrakeel. De tientallen dingen die gebeurd zijn vliegen heen en weer over tafel. Het programmaboekje is er. Het is prachtig!  De badge is er. Het is een bijzonder sfeervolle en ontspannen avond, al worden er intussen nog heel wat zaken op en rij gezet.  En het eindigt zowaar voor middernacht.

Er is nog tijd voor een potje halma. Ik win aan een stuk door. Zegt ze dat ze me heeft laten winnen, omdat ik dan beter ben in bed!

Woensdag 19 februari 1986

Renate Rubinstein gebeld. Ik wil dat Annie Schmidt en zij op de eerste rij zitten. Zij: ‘Annie kan niets meer zien en ik eigenlijk alléén nog maar zien! Wat moeten wij daar nu?’
Ik zeg dat er twee chauffeuses – mét pet – de hele avond gereed staan om ze op te halen en weer weg te brengen. Zaterdag krijg ik uitsluitsel.

De jurken van Fong Leng zijn eindelijk verzekerd.
Ook haar bijdrage aan de veiling is nu bekend.
Hoeveel acts ik nu al niet door de telefoon beluisterd heb! Die van Erna (Sassen), het finalelied – op een tekst van Annie Schmidt – door Fay Lofsky en Karin Bloemen en nu weer Karin en Adelheid samen met een Provo-lied rond Andreas Burnier! Ik heb zelden zoveel gelachen aan de telefoon.

De VARA zal het hele bal registreren. De volgende morgen zit er al een ruwe montage in Hoor Haar. De week daarop een interview met Remco Campert als enige officiële mannelijke deelnemer. En ga zo maar door. Een laatste bespreking over en met onze veertig vrijwilligsters, die Anna Bijns-cocktails zullen uitschenken, veilinggelden ophalen, broodjes uitdelen en zenuwachtige schrijfsters zullen apaiseren.

En nu nog eens iets heel anders: zij komt mij haar jurk showen.
Als een windvlaag door fijn gebladerte, zo klinkt haar lopen.

 

***********

Voor het eerst gepubliceerd in de rubriek Hollands Dagboek, NRC/Handelsblad van 22 februari 1986
Foto: Diana Blok

Foto hier onder, oprichters en bestuur Anna Bijns Stichting in de jaren tachtig: v.l.n.r. Renate Dorrestein, Caroline van Tuyll, Anja Meulenbelt, Elly de Waard
Zie voor meer het onderdeel Anna Bijns Stichting op deze website

De avond in het Concertgebouw bracht ruim 80.000,00 gulden op, voldoende voor de uitreiking van diverse prijzen. Korte tijd later kregen wij via oud-minister Til Gardeniers nog een grote schenking van het Erasmianum. In de negentiger jaren heeft een nieuwe generatie vrouwen-bestuurders het doel van de prijs veranderd – het werd van de eerste Nederlandse Prix Fémina gedegradeerd tot een doorsnee prijs voor vrouwen – en niets meer verder gedaan dan het geld opmaken.
De Anna Bijns Prijs en de stichting zijn in 2016 vervolgens opgeheven.

 

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

2 Reacties op BIOGRAFISCHE NOTITIES 4

Toon Reacties (2)

Geef een reactie