HOOFSE BRIEF AAN EEN DAME

MEVROUW,

Ik weet dat u naar mij keek; ik heb u naar mij zien kijken.
!k hoef u er niet aan te herinneren dat dit tijdens de gezongen hoogmis van afgelopen zondag was.
U zat naast uw man op de derde bank van voren en ik heb u meerdere malen naar mij om zien kijken. Misschien vroeg u zich af wie ik was, misschien kende u mijn gezicht van een foto of anderszins, misschien had men u mij beschreven.
Na de mis heb ik mij achter u aan gehaast en hoewel u snel in de gereedstaande auto was verdwenen, heb ik toch voldoende gelegenheid gehad om uw schoonheid te onderkennen.
Voor zover uw blikken dan al niet genoeg waren geweest, want die troffen mij zoals Petrarca misschien door die van Laura getroffen was. En sindsdien staat uw beeld mij voor ogen en lig ik te woelen in mijn bed.
Ik kan u zeggen dat uw schoonheid en langbenigheid bij mijn weten haar weerga niet kennen in West-Europa en dan bedoel ik inclusief Frankrijk en Italie.
Ook bent u gekleed naar mijn smaak, dat wil zeggen elegant, maar toch niet overdreven. ‘Understated’ zouden de Egelsen zeggen, maar het Engels is een zoveel minder mooie taal dan het Nederlands.
Een ongeoefend oog zou licht voorbij kunnen zien aan de zorg en de verfijning die er in uw kleding gestoken zijn; de wijze waarop zij op uw vormen is toegesneden; de smaakvolle kleurencombinaties; uw kousen; uw hakken. En dan: de wijze waarop u er in loopt!
Enfin, u weet dit alles zelf en het gaat dus niet aan u dit nog weer eens mede te delen, behalve dat eruit blijken mag dat ik het heb gezien.

Het kan nu zijn dat u zich afvraagt: waar haalt die blaag de moed vandaan? – maar ik ben een dichter, mevrouw, en schoonheid, de schoonheid van vrouwen in het bijzonder, is mijn vak.
Intussen wil ik er rond voor uitkomen dat ik u ook begeer. Ik zou niets liever doen dan mij dadelijk met u in de biechtstoel terugtrekken om de praktijk van het zondigen en de zonden van het vlees eens diepgaand met u door te nemen.
Maar ik zal het ook zeer waarderen – wat zeg ik? heel spannend vinden! – als u zich eerst enige tijd zedig en weigerachtig opstelt, zoals het een echte vrouw betaamt. U hebt daarbij een goed excuus. Van mannen bent u het immers gewend dat zij naar uw aandacht dingen, maar van vrouwen niet. U zult mij voorhouden dat u getrouwd bent, dat u zo niet bent, maar dit alles zal mij alleen maar des te meer prikkelen omdat ik onder uw steeds herhaalde weigering voel dat het idee om met een andere vrouw de liefde te delen u geleidelijk aan gaat beheersen. Totdat u op een dag zult merken dat uw nieuwsgierigheid – die moeder van alle ontdekkingen – is veranderd in verlangen.
Ik beloof u dat de tedere stormwind die in mij huist dan over u ontketend zal worden en dat u geen spijt zult hebben van uw avontuurlijkheid.

Maar laat ik niet te zeer op de zaken vooruit lopen. Ook al wil ik graag alle geheimen die uw schoonheid verborgen houdt onderzoeken en kennen, ik wil eerst uw stem horen, uw ogen van nabij zien, uw gebaren ondergaan.
Ik moet u iets bekennen. Ongeduld is mijn slechtste eigenschap, maar haar keerzijde, de onstuimigheid, beschouw ik helaas als een deugd. En omdat ik er maar niet toe kan komen deze deugd, en dus ook deze ondeugd, in mijzelf te verwerpen – omdat ik zelfs van ze houd – berokkenen ze mij vaak veel schade omdat ik ze, door hun aard, natuurlijk slecht beteugelen kan.
Hebt u dus, lieve mevrouw, geduld met mij. Laat u niet door mijn driestheid uit het veld slaan. Ik kan u verzekeren dat als u zich door mij laat veroveren, u mij al snel aan uw voeten zult vinden!
Stel integendeel tegenover mijn onbesuisdheid uw heimelijkheid. Schrik niet terug voor mijn hartstocht. Help mij juist die in te tomen.

Maar wil mij nu wel onverwijld laten weten of het u schikt om aanstaande donderdag bij mij de thee te komen gebruiken, ter eerste nadere kennismaking.

Ten luchtigste uw dichter

 

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

7 Reacties op HOOFSE BRIEF AAN EEN DAME

Toon Reacties (7)

Geef een reactie