KOSMOPOLIS

Sluier van plastic heeft de wind een wegpaal omgehangen –
levenloze bruid, wier spelen in het waaien
tot de verbeelding spreekt.

Lijkt zij te leven? smeek niet om hoe –
want dat men niemand het antwoord schuldig acht
op vragen waar hij niet om heeft verzocht.

Grauw en verduisterd zijn de huizen, het licht
dat wacht op het eerste vallen van de sneeuw
is niet meer wat het was.

Ontheemd ben ik in deze stad, het rechte wijzen
van de wegen erheen is door stoplichten
in vingerkootjes opgedeeld. Het glas

van wat zij krommend breken glinstert als vorst al
in de sneeuw. Bereden door een ijzeren jas
jaag ik op dode dingen, niet op leven.

Meeuwen als feeksen hangen in suspensie boven de gracht
wachtend op hun sneeuw in de vorm van brood
dat door een kind wordt uitgedeeld.

O altijd minder te moeten willen dan er is geweest –
jezelf tevreden stellen met het zien van de verschillen
en alleen in tegenwoordigheid van geest

Uit: Furie
Beeld: Kiefer, Lot’s wife

Dit bericht is geplaatst in Furie. Bookmark de permalink.

1 Reactie op KOSMOPOLIS

Toon Reacties (1)

Geef een reactie