Een poging tot geschiedvervalsing

EEN POGING TOT GESCHIEDVERVALSING

Het fotoboek Emiel van Moerkerken

Van verschillende kanten ben ik erop gewezen – onder meer door Laurens van Krevelen, de kenner bij uitstek van het surrealisme in Ne
derland – dat in de monografie, die verschenen is bij de tentoonstelling van Emiel van Moerkerken in het Haagse Fotomuseum (23 april tot 4 september 2011), een aantal ernstige fouten is gemaakt. Het boek heet Emiel van Moerkerken, is samengesteld door Bruno van Moerkerken en Minke Vos een heeft een uitgebreide inleiding van Minke Vos. Het is uitgebracht bij D’jonge Hond. Ik geef hiervan nu enkele voorbeelden, waarbij ik mij zal beperken tot de meest in het oog springende.
Op pagina 28 vermeldt de schrijfster terecht het volgende: “Op een aantal van deze foto’s zijn objecten te zien die door Chris van Geel zijn gemaakt, zoals Jeunesse d’un narcisse. (1938)”
Op pagina 35 heeft zij het echter over objecten “die [EvM] samen met Van Geel in elkaar zet,”(..) “zoals Jeunesse d’un narcisse.” Hier wordt dus ten onrechte gesuggereerd dat dit een gezamenlijk object is.

Wat is van wie

Verder op deze pagina luidt het: “In de zomer van 1938 stellen Van Moerkerken en Van Geel verschillende surrealistische objecten samen. Vervolgens plaatst [cursivering van mij, EdW] Van Moerkerken Van Geel te midden van de objecten en maakt daar foto’s van.” Het woord ‘plaatst’ is hier onjuist, het gaat immers uit van de veronderstelling dat Van Moerkerken de auctor intellectualis zou zijn van deze objecten en dat is van de meeste niet het geval. Het is ook niet zo dat Van Geel zomaar midden tussen wat objecten staat, hij is zelf een onderdeel van het kunstwerk.
Van Chris van Geel , maar ook van Emiel Van Moerkerken zelf, weet ik wat door Van Geel en wat door Van Moerkerken gemaakt is. Vaak is dat bovendien ook achterop de foto’s die in mijn bezit zijn aangegeven. Van alle op het dak van Herengracht 598 – het huis van grootvader Van Geel, waar Chris op de bovenste verdieping een kamer had – gemaakte foto’s is Van Geel de geestelijke vader. De twee ensceneringen met de kooi op pagina 92, waarin Van Geel als een soort vampier figureert, zijn van Van Moerkerken.

Een vroeg stuk punkkunst

Zijn de bovenstaande fouten misschien nog te kwalificeren als ‘onzorgvuldigheden’, dat kan niet meer gezegd worden van de een na laatste alinea op deze pagina 35. Daarin wordt het bekende object van Van Geel, zijnde de borstzak van zijn jasje – hij draagt het jasje op verschillende portretten – met in de plooi daarvan gestoken een veiligheidsspeld, volledig toegeschreven aan Van Moerkerken. Het heeft zelfs een naam gekregen: Projet de mode. Het staat bovendien nog eens afgebeeld op pagina 96. Zonder nadere toelichting of naamsvermelding, dus ook hiermee wordt aangegeven: werk van Van Moerkerken.

Merkwaardig

Merkwaardig dit alles. Er is in de loop der jaren toch wel het een en ander over het surrealistische werk van Van Geel gepubliceerd. Denk bijvoorbeeld aan De ene kunst leeft nooit zonder de andere, althans bij mij, een bij Meulenhoff verschenen bundel opstellen. En bijvoorbeeld aan Les mysteres de la chambre noire: Le surrealisme et la photographie van Edouard Jaguer*). En aan de meer dan tien Nederlandse musea en galerieën waar het werk van Van Geel, sedert zijn dood in 1974 is geëxposeerd geweest en waar de foto’s van dit object en alle andere foto’s van objecten en ensceneringen bij elkaar opgeteld wel een paar jaar hebben gehangen. Na Chris’ dood had Van Moerkerken mij van de veertien belangrijkste werkstukken nieuwe en grote afdrukken cadeau gedaan. Al deze foto’s had hij met de hand van een klein merkteken voorzien om aan te geven dat het echte eigen afdrukken van hem betrof. Van de Van Geel tentoonstellingen is deze afdeling met foto’s steeds een onmisbaar onderdeel geweest. Het was en is een prachtige illustratie van het belang dat het surrealisme gehad heeft voor de vorming van Chris van Geel als kunstenaar.

Brood in scherf en Muis in sardineblik

Maar in de afdeling reproducties van dit fotoboek staan op pagina 94 (Scherf met brood), 99 (Jeunesse d’un narcisse) en 103 (Muis in sardineblik) doodleuk nog drie werken van Van Geel afgebeeld zonder dat zijn naam erbij staat, zodat ook hier weer stilzwijgend de indruk wordt gewekt dat ze op naam van Van Moerkerken staan.

Bij de Duitse tentoonstelling is het ook mis

In het voorjaar van 2011 werd in Frankfurt een expositie gehouden in de Schirn Kunsthalle (11 februari tot 29 mei) over surrealistische objecten, Surreale Dinge.Skulpturen und Objekte von Dali bis Man Ray. Ook daarin was Van Moerkerken vertegenwoordigd met foto’s. In de fraaie catalogus staan vier objecten toegeschreven aan Van Moerkerken. Afgebeeld met een toelichtende tekst van Bruno van Moerkerken. Een van de objecten is Jeunesse d’ un narcisse !

Slinks, ook bij het foto-archief

Zo langzamerhand wordt het wel moeilijk om bij deze slinkse opeenstapeling van zogenaamde slordigheden of vergissingen niet te denken aan kwade opzet. Dit zijn welbewuste overtredingen van het auteurs- en beeldrecht en dat is in de Nederlandse wetgeving een misdrijf.
Deze indruk wordt nog versterkt door het online fotoarchief van Van Moerkerken, dat ik inmiddels bezocht heb. Daar gaat het precies zo toe als hierboven al enkele malen beschreven is. Onder het kopje Surrealisme staat een reeks foto’s afgedrukt, waaronder alle van de objecten van Van Geel. Nergens staat vermeld dat die van hem zijn, zijn naam wordt alleen genoemd als zijnde in “aktie” op de enkele foto’s waarop hij ook daadwerkelijk te zien is. De suggestie is ook hier: alle foto’s vertonen het werk van Van Moerkerken.

Het beeldrecht

Het beeldrecht van kunstwerken die gefotografeerd zijn ligt bij de maker van het kunstwerk. Deze moet in principe toestemming geven voor de publiekmaking daarvan en is gerechtigd daarvoor een vergoeding te vragen. Niet alleen is deze toestemming in het geval van Van Geel nooit gevraagd, er is zelfs sprake van een volledige onteigening van zijn werk. Zo fout als het maar kan dus.
Weet Bruno van Moerkerken dit niet? Ik denk van wel. Zo staat er op de website van het fotoarchief immers met grote letters de volgende waarschuwing?! Niet overeengekomen gebruik van foto’s zal achteraf alsnog gefactureerd worden, waarbij schadevergoeding gevorderd zal worden.
Die schadevergoeding kon in dit geval nog wel eens oplopen.

ELLY DE WAARD
Mede namens het voltallige bestuur van de Stichting Chr.J. van Geel

Met dank aan Laurens van Krevelen voor de details en aanwijzingen

Tentoonstelling Chris van Geel, Het mooiste leeft in doodsgevaar, Museum Kranenburg Bergen N-H 2009.
Een deel van de zaal met surrealistische situaties en objecten.

Alle hierboven en de zes hieronder getoonde foto’s zijn tijdens deze tentoonstelling gemaakt door Jan Tromp voor Museum Kranenburg


*) De tekst van Edouard Jaguer
In 1938 ontdekt een jonge dichter en tekenaar, Chris van Geel, het surrealisme ‘zoals het echt, in zijn levende uitingen’ is, door een bezoek te brengen aan de internationale tentoonstelling, die de schilder Kristians Tonny in de Amsterdamse Galerie Robert heeft georganiseerd.
Vooral de op deze tentoonstelling in groten getale aanwezige objecten maken een diepe indruk op hem. De schok die dit veroorzaakt brengt een soort creatieve koorts in hem teweeg, waarin hij het hele jaar 1938 en vervolgens, wat meer sporadisch, tot in 1941 objecten maakt, die in hun ongekunstelde agressiviteit geen overeenkomst hebben met de ongeveer in dezelfde tijd ontstane montages van Bryen en Freddie. Een gevolg van deze tentoonstelling is ook dat Van Geel kennis maakt met een andere jonge kunstenaar, net zo’n buitenstaander als hij, de fotograaf Van Moerkerken, die trouwens zelf ook enkele even verbluffende objecten zal samenstellen. Hieruit vloeit een vriendschappelijke samenwerking voort die verscheidene jaren zal duren, in het verloop waarvan Van Geel en Van Moerkerken meerdere geïmproviseerde “foto-acties” bedenken en realiseren, waarin de objecten een essentiële rol spelen.
Wij publiceren hier twee voorbeelden van. Deze tot op heden ongepubliceerde foto’s zijn ten eerste een goede illustratie van het uitzonderlijk experimentele klimaat waar het surrealisme aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog in verkeerde; en ten tweede getuigen ze van een originele stroming, die vooruitloopt op Cobra (een beweging, die onder andere aan de Nederlandse groep Reflex voorafgaat), op het “nieuwe realisme” van een Spörri of de New Yorkse happenings van een Alan Kaprov.
Met een morbiditeit, die zo heftig is dat zij bijna weer grappig is, brengt het eerste hier afgedrukte foto-scenario diverse heterogene elementen bij elkaar: levende mensen, een kooi, een wassen pop en insecten uit de feestartikelen-winkel, en keert zo in zekere zin het thema van “de kus van de mummie” om.
De tweede foto is een samengesteld portret dat tot een serie van “kostuum-objecten” behoort, die Van Geel tegelijk ontwerpt en op zichzelf monteert. Men zou in dit portret van Van Geel ook een nieuwe, barokke versie kunnen zien van het thema van De Goochelaar van Jeroen Bosch. In het bizonder moet erop gewezen worden dat de hier gebruikte materialen ingrediënten zijn van de “Art Brut “ (zoals verfrommeld papier of gips), die in de vijftiger en zestiger jaren regelmatig gebruikt werden door een informele avant-garde, maar die in 1938 als zodanig onbekend waren. Daardoor werd het anti-academische van de twee vrienden alleen nog maar duidelijker: hun project was even ongeregeld als poëtisch en in elk geval “niet op zijn plaats” in het Holland van de late dertiger jaren, waar de Provo’s zelfs nog geboren moesten worden.

Edouard Jagouer, Les mystères de la chambre noire



***********************************************************************************************

Elly de Waard leest Chr. J. van Geel (De Langste Dag
10 december 2010)

Digitale Bibliotheek Nederlandse Letteren

www.dbnl.org

Gelezen: Herfstdraad, Oud, Zoon bij de dood van zijn moeder, Op een huisjesslak, Uitzicht, Kindergraf, Engel, Lichtval, Pad, Leeg septemberstrand, Ars poetica, Ik zag die najaarsdag een meisje slapen, Polder, Raam vol nachtvlinders

**********************************************************************************************

4 januari 2012

Genoemd door Margriet Oostveen (in de NRC), een gedicht waaraan gerefereerd wordt onder de naam Zo en Anders. Het blijkt het volgende gedicht te zijn, gebruikt in een rouwadvertentie.

MEER

Er ligt in ons een meer van steen
en om daarover uit te zien
trotseren wij en spannen wij
ons in.

Verzamelde Gedichten
Pagina 396

***************************

6 oktober 2011

DE NOBELPRIJSWINNAAR VOOR DE LITERATUUR VAN 2011, DE ZWEEDSE DICHTER TOMAS TRANSTROMER, VERWANT AAN CHR. J. VAN GEEL

Uit de NRC van donderdag 6 oktober: “Tranströmer is in zekere zin een archetypische Zweedse schrijver, namelijk een die zich nogal eens laat inspireren door de natuur. Daar wordt, voor wie er gevoelig voor is, iets zichtbaar van het andere, zonder dat Tranströmer probeert uit te leggen wat dat andere dan is. Hij toont, hij beschrijft, maar hij interpeteert de natuurindrukken niet precies. Hij is daarin verwant met de Nederlandse dichter Chr.J. van Geel, ook een dichter die door eindeloos naar de natuur te kijken en op te schrijven wat hij zag de wereld vulde met betekenis. Tranströmer schrijft zelfs ergens dat, wie goed toeluistert, in deze wereld ‘de bonkende vuisten van de opgesloten eeuwigheid’ kan horen. Er is iets, maar het is ‘geheim’, ‘verborgen’.”

GEDICHTEN OP GEVELS EN OPENBARE GEBOUWEN

Den Bosch, Clarastraat, vlak onder de St. Jan
Foto: Marie-José de Rooij (met dank aan Rijk van Kooij)

VOGEL

De stilte is een brug op vleugels.
Niet dat een vogel vliegt verbaast,
maar dat hij het geruisloos doet.

Verzamelde Gedichten, p.497

Nieuws

mei 2011

Oostende, Koninklijke Gaanderijen, Promenade Albert I
Ivo bekijkt het gedicht Thuiskomen van Chris van Geel. Filipo kijkt alvast naar de zee.

THUISKOMEN

De zee, een lijf van geheimzinnig roepen,
beweegt haast niet.
Ik ken een strand, er staat een boom
waarin de vrouwen zingen,
wellustig, loom.

In havens liggen schepen onder stoom
vol honing van de zee. Motregen hangt
als wimpers voor het landschap.

Achter de zeedijk, ademend en in de mist
onzichtbaar, slapen koeien.
De kluister van een paard sleept naar het hek toe,
houdt stil waar ik met zoete woorden sta.

Hoor, de zee roept,
klapt in haar handen.
De scheepjes stuivend in het nat
komen als kinderen – een sleept
een slee het tuintje in.

Nieuws

mei 2008
De burgemeester van Bergen N-H, Hetty Hafkamp, onthult samen met Elly de Waard, het informatiebord over Chr. J. van Geel en ’t Vogelwater

Reacties zijn gesloten.