Patti Smith

horsespattismith

PATTI SMITH ZET ROCK-TRADITIE OP NIEUWE MANIER VOORT
Muziek doet denken aan Velvet Underground

Zaterdag 15 mei, als het goed is dus morgenavond, treedt Patti Smith op in Paradiso. Het is een naam die haast grauw is van gewoonheid, maar erachter gaat een bijzonder persoon schuil. Patti Smith is immers het nieuwste talent dat ons vanuit New York voorgeschoteld wordt. New York dat het centrum van de wereld is, maar vreemd genoeg niet van de rock ‘n’ roll. Althans niet van overdadig veel creatief rock-talent.

De bekendste en meest invloedrijke persoon die New York op dat gebied opleverde is Lou Reed geweest. Verder waren er bijvoorbeeld nog de New York Dolls, in aanleg een goede groep, maar nooit verder gekomen dan het eerste stadium. Patti Smith is een ander geval. Overdreven lofuitingen zijn in de pers, als er verder weinig nieuws te doen is als tegenwoordig, natuurlijk nooit van de lucht, maar dat haar eerste LP in een respectabel blad als de New Musical Express, dat bovendien bekend staat om zijn scepsis, door Charles Murray beter genoemd wordt dan de eerste Beatles- en Stones-album, beter dan Dylans eerste en net zo goed als de eerste Doors, Who, Hendrix en Velvet Underground albums, zegt toch wel iets, ook al is het dan niet waar.

Patti Smith was eigenlijk in eerste instantie een dichteres en dat is ze nog steeds, ook al verlegde ze haar belangstelling naar de rock. Ze publiceerde in 1971 de bundel Seventh Heaven, die opgedragen werd aan Mickey Spillane en Anita Pallenberg. Erin zijn onder meer opgenomen gedichten over Brian Jones, over Edie Segwick (de jong gestorven Warhol superster) en Marianne Faitfull. Patti Smith schreef als pop-journalist kortstondig bijdragen voor bladen als Creem, Rolling Stone en Crawdaddy.

Haar entree in de wereld van de rock-sterren werd geëffend door Bob Neuwirth, de bekende vriend van Bob Dylan. Het verhaal levert een aardige anekdote op. Op een dag liep Patty Smith door de lobby van het fameuze New Yorkse Chelsea Hotel, toen ze iemand tegen zich hoorde zeggen: Hé kid, waar heb jij zo leren lopen? “ Ik draaide me om en zag dat het een knaap was met een donkere zonnebril op en in het zwart gekleed en ik ben altijd gek geweest op jongens met zonnebrillen op. Ik zei: dat heb ik van Don’t Look Back geleerd.” Van de Dylan-documentaire van Pennebaker dus, waarin Neuwirth zelf ook in voorkomt.

GEDICHTEN

De relatie met Neuwirth leidt eerst tot het publiekelijk voorlezen van haar gedichten. Een verhouding met Alan Lanier, gitarist van de Blue Oyster (inderdaad, nog een Newyorkse groep) leidt naar het voordragen van gedichten met een voorzichtige rock-begeleiding en tenslotte gaat het voordragen werkelijk in zingen over. Het is interessant om op de plaat te constateren dat dit haar manier van zingen is gebleven. Op de plaat, inderdaad, want tegen de tijd dat ze begon te zingen stond Patti Smith al niet meer alleen bekend als rock-dichteres, maar ook als origineel rock-talent. En Clive Davis, de ex-topman van Columbia Records en oprichter van het langverwachte nieuwe Arista-label (hij staat bekend om zijn goede neus voor talent) was er bij de kippen bij om Smith voor een flink bedrag te contracteren. De plaat, Horses geheten, is inmiddels al enige tijd uit.

Patti Smith wordt erop begeleid door vier man, Richard Sohl op piano, Lenny Kaye op solo-gitaar, Ivan Kral op gitaar en bas en Jay Dee Daugherty op drums. Het materiaal bestaat uit door haarzelf geschreven teksten, die vaak aansluiten bij al bestaande klassieke songs, die erin opgenomen zijn. Bekend is dat nummers als My Generation en Hey Joe op haar programma staan. Op de plaat zijn zeer ver-gaande bewerkingen te horen van Gloria (van Van Morrisons Them) en de soul-standaard Land Of Thousand Dances. Gloria heeft een eigen geschreven inleiding, die de titel In Exelsis Deo draaigt en die aanvangt met de zin “Jesus died for somebody’s sins, but not mine.” Het reciteren van de eerste regels gaat onmerkbaar over in zingen en na geruime tijd wordt het bekende Gloria (het is een meisjesnaam die niets te maken heeft met het lofprijzen van de Heer) van Them er herkenbaar in.

LOU REED

Als openingsnummer van deze plaat is het onmiddellijk een knock-out. Primitief, maar essentieel rockwerk, met een enorme drive en met een herkenbare inlijving van een aantal belangrijke elementen, die sinds de vijftiger jaren aan de rock vorm hebben gegeven. De belangrijkste van die elementen is Lou Reed. Het geluid van Patti Smith’ band doet in veel gevallen letterlijk aan de vroege Velvet Underground denken, in zijn manier van ritmeren, in het rudimentaire gitaarspel met volop gebruik van feed-back en ook in de intonatie waarmee Patti haar teksten brengt: de in koelheid verpakte urgentie waarop Lou Reed het patent leek te bezitten.

Dat John Cale voor de produktie van deze plaat tekende heeft niet eens essentieel met die Velvet Underground overeenkomst te maken, lijkt mij. Hooguit haalt hij er, op een overigens uitstekende manier, volledig uit wat er inzat. Andere herkenbare elementen uit de stijl van Patti Smith zijn: het blikkerige gitaar- en orgelgeluid van vijftiger en begin zestiger jaren singles (Dell Shannon): Bob Dylan, ook wat betreft drama en tekstaflevering en Jim Morrison van de Doors voor dezelfde kwaliteiten. Invloeden van de Doors zijn ook instrumenteel waar te nemen.

Hoogtepunten van deze, ondanks alle herkenbare invloeden, toch volstrekt eigen plaat zijn de songs Gloria, Birdland en Land, maar de rest is alleen lichter van gegeven, maar bepaald niet echt minder. Birdland is effectief spookachtig. Een piepende en scheurende gitaar en een elegische piano ondersteunen de gearticuleerde, sissende alliteraties van de tekst. Smith’s teksten zijn niet zeer duidelijk misschien dat ze daardoor zo nodig voor “poëzie” moeten doorgaan, maar ze zijn wel, zoals teksten zo vaak in combinatie met muziek zijn, uiterst effectief.

Land is haar versie van Land Of Thousand Dances, aanzienlijk uitgebreid en veranderd. Het heeft dan ook niets meer te maken met de oorspronkelijke vrolijke jaren zestig song, maar is integendeel van een hallucinerende kracht geworden.

WOEST

Een citaat uit het artikel van de eerder genoemde Murray is de moeite waard om aan te halen: “Het feit dat Patti Smith een vrouw is zou luisteraars die alleen open staan voor een vooral passieve vrouwelijke intelligentie (zoals die van Joni Mitchel) wel eens af kunnen stoten, terwijl een album zoals dit, van een extraverte, woeste vrouwelijke intelligentie ze wel eens op de zenuwen zou kunnen gaan.”

Het gaat nu niet om de overbodigheid van de formulering, maar om de visie die er achter dit citaat steekt en die is interessant, ook al valt te betwijfelen of hij waar is. Wat af zou kunnen stoten is namelijk niet het geslacht van Patti Smith, maar uitsluitend de ongepolijste, rauwe power van haar muziek. En de mensen die daar niet van houden zijn dezelfde die die Bob Dylan in het begin niet zagen zitten en die vonden dat de Velvet Underground de slechtste muziek ter wereld maakte. Patti Smith heeft alle krachten van de rock weer eens op een goede manier bij elkaar gezet: directheid, elektronica, effect, eenvoud, impact, ontroering en naar climaxen toewerkende herhalingen.

Behalve dat wat zij doet stevig en hoorbaar geworteld is in de traditie, is dat het ook op een nieuwe manier en dat komt niet niet alleen zeer weinig voor – het is ook een essentiële voorwaarde voor kwaliteit en vooruitgang.

Elly de Waard,
Volkskrant 14 mei 1976

Reacties zijn gesloten.