Rock & Popmuziek | The Beach Boys

Het nieuwe album van The Beach Boys heet Surf’s Up.
‘Surf’s Up’ is lang een legendarisch nummer geweest. Alleen wat naam betreft dan, want tot nu toe had vrijwel niemand het ooit gehoord. Het stamt uit de tijd dat Brian Wilson bezig was met wat het definitieve Beach Boys-album moest worden, de opvolger van het geniale Pet Sounds en de plaat die zowel Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band van The Beatles, als het hele werk van Phil Spector van de kaart moest vegen: Smile.

Voor Smile hadden The Beach Boys voor het eerst een tekstschrijver aangetrokken omdat ze vonden dat hun eigen songteksten te kinderachtig waren. Pet Sounds had bewezen dat The Beach Boys niet meer zomaar die Californische tienergroep waren van de reeksen hits over surfen en autorijden en ander vermaak waaraan de welvarende jeugd van Amerika’s Golden State zich overgaf. Pet Sounds en de daarop volgende hits ‘Sloop John B’, ‘God Only Knows’ en ‘Good Vibrations’ hadden het bewijs geleverd dat de groep tot belangrijke kunstzinnige prestaties in staat was en Smile moest die prestaties nog eens overtreffen.
Als tekstschrijver was Van Dyke Parks aangetrokken, die behalve dat hij tamelijk ingewikkelde songs (ook de muziek) voor zichzelf had geschreven, ook nog een welbekend arrangeur en orkestleider was en zijn samenwerking met Brian Wilson deed kenners van beider werk dan ook de adem inhouden. Het werd een desillusie, want het album Smile kwam nooit uit, ook al waren de banden klaar en was wat erop stond volgens insiders die het gehoord hadden, fenomenaal.
Brian Wilsons vlagen van geestesziekte waren tegen die tijd ook al tot de buitenwereld doorgedrongen, onder meer door het artikel ‘Goodbye Surfing, Hello God’, dat Jules Siegel voor The Saturday Evening Post schreef.
In plaats van Smile verscheen er, veel later dan verwacht, een andere plaat, Smiley Smile (1967), waarop diverse nummers van de Van Dyke Parks/Brian Wilson samenwerking voorkwamen: de hit ‘Heroes & Villains’ (zij het in een vereenvoudigde versie), het sublieme a capella gezongen ‘Vegetables’; ‘She’s Going Bald’ en ‘Wonderful’.
Op het in 1969 uitgebracht album 20/20 werd nog eens een Smile-song geplaatst, ‘Cabinessence’. En nu, weer twee albums en twee jaar later, opnieuw een: ‘Surf’s Up’, een van de meest legendarische songs, die het titelnummer werd. De naam heeft niets te betekenen, het is een woordspeling op het verleden van The Beach Boys. De tekst maakt evenmin de indruk erg veel te betekenen te hebben, ook al heeft die een duidelijke conclusie en wordt er, door de manier waarop het gezongen en tot muzikaal schilderij gemaakt is, wel erg veel gesuggereerd.
De oorgetuigenverslagen van Smile spreken over nog andere songs met titels als ‘The Iron Horse’, ‘The Elements’ en ‘Child Is Father To The Man’. Iets van de laatste is waarschijnlijk in het nummer ‘Surf’s Up’ terecht gekomen, want deze regel, dit gezegde, vormt de conclusie van het lied en het hele laatste couplet en daarmee de hele LP, werkt naar dat slot toe. Wellicht ís het dus dit ‘Child is father to the man’, of in elk geval een deel daarvan. Muzikaal gezien valt ‘Surf’s Up’ ook in minstens twee stukken uiteen, maar dat op zichzelf zegt nog niet zoveel want het vermengen van fragmenten uit diverse songs behoort tot de werkwijze van Brian Wilson.
De LP Surf’s Up verschilt op diverse essentiële punten van Sunflower, het niet minder meesterlijke album dat vorig jaar van The Beach Boys verscheen. Sunflower bevatte dertien nummers die allemaal zonder al teveel onderling verband op elkaar volgden. Het is een typisch songalbum en de toon ervan is onvervalst positief, zoals alleen The Beach Boys dat kunnen brengen. Enige uitzondering op dit geheel van vrij korte songs, vormt de lange compositorisch zeer geraffineerde ode aan het voor The Beach Boys zo belangrijke water: ‘Cool Cool Water’, dat de plaat besluit. Een moog synthesizer is hier ingezet om elektronisch het geluid van water te imiteren. De tekst is in zijn Barbarber-achtige eenvoud weer zeer treffend, met als hoogtepunt de regels ‘in an ocean, or in a glass, cool water is such a gas.’

Is Surf’s Up, in tegenstelling tot Sunflower, veel meer een organisch gecomponeerd geheel, met nummers die niet alleen nauwelijks de conventionele songstructuur van coupletten en refreinen volgen, maar die ook onderling veel meer op elkaar afgestemd zijn, de onderliggende toon van het album is voor het eerst zeer verontrust, om niet te zeggen somber. Het in ‘Cool Cool Water’ nog verheerlijkte water is hier al in de openingssong vervuild:

‘Don’t go near the water
Don’t you think it’s sad
What’s happening to the water
Our water is going bad
Oceans, rivers, lakes and streams
Have all been touched by man
The poison floating out to sea
Now threatens life on land’
.

‘Student Demonstration Time’ (een ruim tien jaar oude hit van The Coasters, ‘Riot In Cell Block 9’, met een nieuwe tekst van Mike Love) schetst in zeer doeltreffende bewoordingen de escalatie van het politiegeweld van de laatste jaren.
‘Disney Girls (1957)’, de prachtige bijdrage van Bruce Johnston, die op Sunflower voor het eerst erg goed uit zijn slof schoot met ‘Deirdre’ en ‘Tears in the Morning’, is een nostalgische poging tot ontsnappen naar de veilige jaren vijftig. Het is, misschien door de ‘conventionele’ inhoud, het meest als song gestructureerde nummer op deze plaat. Heden en verleden lopen er soepel in elkaar over: de herinnering aan de muziek van Patti Page, aan de kussengevechten die je als kind hield en het verlangen dat je had om zelf ook rustig te trouwen met een ‘forever wife’, die uit je eigen dorp of stad komt en die houdt van ‘church, bingo chances and old time dances’. Een van de meest onthullende coupletten is:

Reality, it’s not for me
And it makes me laugh
Fantasy world and Disney girls
I’m coming back’

Het lied is in zijn vocale en instrumentale uitwerking een briljant voorbeeld van waartoe The Beach Boys in staat zijn. Vertaald in termen van beeldende kunst komt dat neer op een strip van het formaat van Roy Lichtenstein. Het is superpop. Alle elementen die bij pop horen zijn zowel wat inhoud als wat uitwerking betreft aanwezig en tegelijk stijgt het ver uit boven wat er op dit, in principe conventionele (figuratieve zou je kunnen zeggen, hoewel The Beach Boys ongemerkt eigenlijk net zoveel abstracte elementen gebruiken: vrijwel ieder instrument is sterk elektronisch vervormd) gebied van de popmuziek gepresteerd is.

Om nog even op die instrumentatie door te gaan: de muziek zit ook propvol ‘concrete’ geluiden, die direct met de tekst verband houden. In ‘Student Demonstration Time’ is constant een politiesirene te horen die niet de functie van versiering heeft, maar wel degelijk die van een instrument. De stem van Mike Love klinkt in dat lied bovendien alsof hij door een bij demonstraties gebruikte megafoon is opgenomen. Gaat het over een auto (in ‘Take a Load off Your Feet’), dan is er altijd wel even een claxon te horen, gaat het over eten, of in glas trappen (in hetzelfde lied), dan hoor je gerinkel van bestek of brekend glas en au-geroep. Zulke kleinigheden vallen pas bij herhaald beluisteren op want ze zijn op natuurlijke, dat wil zeggen onopvallende wijze, in de muziek verwerkt.

Is de wat ronkende tekst van het lied ‘Surf’s Up’ van Van Dyke Parks, de onzekerheid van The Beach Boys over hun eigen literaire vermogens krijgt in de songs van Carl Wilson nóg eens gestalte. De teksten van ‘Long Promised Road’ en ‘Feel Flows’ zijn van hun nieuwe publiciteitsmanager Jack Rieley en het zijn helaas onverteerbare brokken ‘literatuur’ geworden, stampvol hinderlijke alliteraties en dure woorden. Het album Smile en Van Dyke Parks werden indertijd aan de kant gezet, onder meer doordat Brian Wilson plotseling tot het inzicht kwam dat de teksten ‘te abstract’ waren. Carl Wilson verviel nu, door Rieley te vragen, in dezelfde fout en dat doet wel enigszins afbreuk aan zijn muzikaal uitstekende liedjes. Een van de kenmerkende eigenschappen van The Beach Boys is, naast hun ongelooflijke technische vermogen, hun naïviteit.
In de teksten leidde dat vaak tot Barbarber-achtige creaties. Brian Wilsons lied over zijn vader, ‘I’m bugged At My Old Man’ (1965) is daar al een vroeg voorbeeld van. Ook deze LP bevat weer enkele fraaie staaltjes, zoals de songs van Al Jardine, ‘Don’t Go Near the Water’ en het lied over de voeten, ‘Take a Load off Your Feet’ en vooral die van Brian Wilson zelf. De tekst van ‘A Day in the Life of a Tree’ is weliswaar door Jack Rieley geschreven, maar de hand van Brian Wilson blijft er overal voelbaar in. Het is de tweede ecologische song op de plaat en het is in zijn licht pathetische zang en zeer eenvoudige instrumentatie een subliem voorbeeld van de sad-movie-stijl waar Wilson zo’n meester in is. De laatste twee coupletten zijn ook onthullend voor Brians eigen situatie:

Trees like me weren’t meant to live
If all this world can give
Is pollution and slow death.

En dan het adembenemend mooi gezongen laatste couplet:

Oh Lord, I lay me down
My branches to the ground
There’s nothing left for me.

‘Till I Die’, waarvan ook de tekst door Brian zelf geschreven werd, heeft dezelfde strekking, alleen slaat het nog directer op zijn eigen situatie dan het vorige, waarbij voor de mededeling nog de omweg van een andere persona, de boom, werd gebruikt.

‘I’m a cork on the ocean
Floating over the raging sea
How deep is the Ocean?
I lost my way
(…)

Im a leaf on a windy day
Pretty soon I’ll be blown away
How long will the wind blow?’

en dan volgt het eindeloos herhaalde: ‘Until I die’. Door de bijna doorschijnende luchtigheid van dit nummer dringt de somberheid ervan in eerste instantie nauwelijks door. Ook dit is kenmerkend voor The Beach Boys. In het blad Rolling Stone werd hun werk vergeleken met de lichtheid van een suikerspin. Je proeft bijna niets als je ervan eet. Wat blijft hangen is de nasmaak. Mocht de intentie van de plaat aan de oppervlakkige luisteraar niet direct duidelijk zijn, de doodvermoeide Don Quichotte op de hoes en de enorme foto van het droog gevallen, gebarsten (surf)strand op het inlegvel spreken boekdelen.

Het nummer ‘Surf’s Up’ is – net als op het eveneens zeer sombere ecologische album Cahoots van The Band het vergelijkbare ‘The River Hymn’ – de apotheose van de plaat. Het is een geniaal nummer en ook de net niet voldoende onduidelijke tekst draagt daaraan bij. Terug naar de natuur, wat vroeger een bekende Beach Boys-oplossing was, is niet meer mogelijk. De enige hoop die nog is overgebleven ligt misschien bij het nageslacht, de kinderen: ‘Surf’s up / Aboard a tidal wave / Come about hard and join / The young and often spring you gave / I heard the word / Wonderful thing / A children’s song / A child is the father of the man.’
Dat Brian Wilson uit de nalatenschap van Smile juist ‘Surf’s Up’ koos als titel en slotstuk van dit album, was gezien de intentie ervan dus eigenlijk onvermijdelijk.

 

ELLY DE WAARD
27 november 1971

 

Reacties zijn gesloten.