PARIJS / FRANCOISE

 

O HAVELOOS
gevleugelden – wij – in ons nest

in de zo hoge
lucht. Waar de wind ons langs

de slapen strijkt
en som in de haren rust. Waar

vogels die uit volle vlucht
zijn neergestreken

onder een hemel
die van veren is doorstoven spreken

in een schittering
van vuur en regenbogen

en waar zich onder ons
een afgrond uitstrekt

van het diepste azuur.
Waar, vraag ik je, vriendin

viendslieveling
zal ik de kus, die aanraking

van het zingen van mijn mond
dan plaatsen –

op je lippen
of straks voor je voeten op de

verre aarde, de
naar af te dalen grond?

Uit De hemel van Toulouse

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

KAMPIOENSCHAPPEN

 

Als ik die voetballers zie neergaan
in een sliding – met elkaar mee
zie vallen in hun volle lengte
over het veld – hun benen in een
doelbewuste verstrengeling
terwijl zij strijden om de allerhoogste
eer – en ik zit met de hele wereld
toe te kijken –

denk ik aan hoe mijn benen
langs de jouwe strijken – aan hoe ze
tussen en door en over elkaar
heen glijden – niet minder krachtig en
evenzeer – op een vast doel gericht –
want in de overgave aan elkaar
zit hier de hoogste winst – en die is
voor ons beiden

Uit:De aarde, de aarde

Geplaatst in Algemeen | 2 Reacties

ESPRIT DE L’ESCALIER

 

Steeds liep ik achter haar aan
een geur die in de kamer hing
schaduw die langs het raam verging
een deur die dichtgevallen was
waarvan de echo nog verklonk
een bril, opzijgeschoven en vergeten
auto die niet in de garage stond

Ongepubliceerd

Geplaatst in Ongepubliceerd | 2 Reacties

AERODYNAMISCH WONDER

e9409381bffadd66b4995bef220fff34

Gebrandschilderd zijn oppervlak
en van een poederachtige ruwheid
met daarin ronde vensters van licht

Vormtechnisch de meest futuristische
jager, snel als een schaduw
voor radar onzichtbaar

Straalpijpen aan het pijlvormige lichaam
geven het karteling en stabiliteit
in luchtwerveling onmisbaar

Uitvouwbaar aan de gestroomlijnde
zijden voor klapwieken bestemd
een vleugelset extra

Staat al een poosje stil in het zonlicht
Draagt twee antennes op zijn cockpit

Ongepubliceerd

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie

TIJD IS NIETS, WIJ BESTAAN NAUWELIJK

r

Nieuwsgierigheid reed over Mars
zij zag het landschap, legde vast
en zeefde zand en korrels slijpsel
die een onbekende wind
verpulverd had en afgeblazen
van ons vreemde maar voor waar
te nemen bergen –

In sneeuw van koolstof dioxides’
droge ijskristallen zette zij
haar kleine sporen namens ons
op honderd miljoen mijlen afstand
zeer verdiept in de processen
van hoe water steen slijt en hoe wind –

Planeet die groter dan ons kennen
ooit dat water had zo zagen wij
en leven, ouder wellicht van de Aarde
ook wat lot betreft: zo’n honderd
biljoen jaren her, of eerder nog
vooruit gerekend vanaf heden

Gedicht: Elly de Waard, ongepubliceerd
Foto: NASA, Victoria Krater op Mars, 2014

Geplaatst in Ongepubliceerd | 1 reactie

LICHAMEN DRIJVEN IN DE RIVIER DE PSEL

River Psel
De rivier de Psel ligt in Oost-Oekraïne. Dagelijks spoelen daar nu lijken aan van jonge mensen, gemarteld en vermoord omdat ze bijvoorbeeld een Russische vlag vervingen door een Oekraïense. Ik was wat vroeg met dit gedicht, dat uit de negentiende eeuw stamt maar actueler is dan actueel. Vandaar hier opnieuw.

DE SLAPER IN HET DAL

Gezwollen de rivier die zingt in een groen gat
en als een dolle zilveren lompen haakt in gras.
Licht stormt tegen de hete hellingen op, het hele
dal borrelt van zon als bier in een vol glas.

Met open mond ligt de soldaat, hoofd onbedekt,
nek dobberend in blauwachtige waterkers.
Hij slaapt. Ligt in de middaghitte uitgestrekt,
het zonlicht regent in zijn groene bed,

blakert de blauwe plekken op zijn lijf dat zich
als een ziek kind heeft rondgewenteld tot het sliep.
Natuur, wieg hem maar warm, want hij is koud

en bloemen doen zijn ogen niet meer tranen,
de stroom zuigt aan zijn haar, zijn hand rust op zijn borst,
slaapt, in zijn rechterzij zitten twee rode gaten.

Arthur Rimbaud/Robert Lowell/Elly de Waard

Geplaatst in Ongepubliceerd | 2 Reacties

PLANKGEDICHT / TEGEN HET ZINLOOS OMZAGEN VAN BOMEN

 

De Gemeente Bergen sloopte een beuk van honderd jaar (Hoflaan, bij ingang Kranenburgh). De jaarringen waren nog te tellen, zo gaaf was deze boom. Een zwam beweerden ze niettemin.
De zaagploeg boetseerde er ook nog een soort huisje van met een dak plus een schoorsteentje. Huisvlijt reageert zich af op grootheid. Vandaar dit gedicht.

TEGEN DE GEMEENTE BERGEN

Zij slaan de plank voortdurend mis
maar hebben zoveel bomen om doen gaan
dat zij nog jaren kunnen doorgaan
met al die nieuwe planken
ook nog mis te slaan.

Ongepubliceerd

Geplaatst in Ongepubliceerd | 2 Reacties