MIJZELF INDACHTIG zag ik de wereld klein

De steden op aarde spreiden
in de nachten een tapijt van licht –
Mijn ogen zijn op het sneeuwen
in mijn glazen bol gericht.
Door lang vergeten namen
en de blinde vlekken van gezichten
ben ik omringd, tot ik plotseling
tijdens dit schrijden
door het dodenrijk, mijn nooit vergeten
honden aan mijn zijden vind.

De steden op aarde spreiden
in de nachten een tapijt van licht –
waarop de honden kunnen rusten
van hun hervonden plicht
mij te begeleiden.

 

Gedicht: Elly de Waard, ongepubliceerd

Geplaatst in Algemeen | 3 Reacties

MEDIA VITA

Verspreid tegen de lucht gespijkerd als de sterren
En van liefde ziek ben ik, ik kom tot niets.

Nacht is het in je ziel, de grijze iris van je blik
Balt zich rondom je ondoordringbare pupillen samen.

Ons bed, de plek van je confessies, is zo naakt
Als kalend linnen en zo onbevlekt

Als het uitzicht op de stad die in de diepte
Voor het raam van dit hotel in sneeuw ligt uitgeteld.

Een wolkenkrabber klieft het stratenplan
Dat in een vorige eeuw met vaste hand werd aangelegd –

Platanen, stammen bladderend als plafonds,
Ontbloten er hun pleisterwerk en in hun takken

Hangen uitgebrand de vruchten van hun lampions –
Zwart kant bedekt frivool balkons, ook die van onze kamers

Waar stoelen gapen nu over de vloeren
Lopers van ochtendlicht in banen worden uitgerold.

Wij reizen samen,
Slapen zonder lief te hebben en staan haastig op –

Stations zijn dit en restauraties, haltes, oponthoud
En alles wat zij van ons vergen

Is wat de opdracht is van elke dag aan elk voor zich:
De tijd te doden tot wij sterven.

 

Elly de Waard, uit Furie

Geplaatst in Furie | 1 reactie

JE MOND VIND IK

 

Je mond vind ik het mooiste deel
van je fysiek en als je lacht
blinken je tanden geheimzinnig diep –
Rusteloze aantrekkingskracht!
Ivoren hart in het gewelfde zachte
van je lippen.

O zeg het, zeg iets liefs, laat er
een woord, speciaal voor mij bedacht,
die mond verlaten, dat vergoedt
het missen van de kus die spreken
overbodig maakt – waarzonder ik het
stellen moet.

 

Elly de Waard, Furie 1981

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie

OF BESCHOUW PROMETHEUS


 

In 1859 werd petroleum ontdekt in Pennsylvania.
Kerosine, petroleum en paraffine begonnen al snel
in de plaats te komen van walvis-olie, potvis-olie en
spermaceti * was. . . Beschouw de walvisvangst
als frontier, en als industrie. Is een product
gewenst, men krijgt het: big business.
De Pacifische oceaan als lage-lonen-bedrijf. . .
het walvisschip als fabriek, de walvisboot het
precisie instrument. . . .

                               – Charles Olson, Call Me Ishmael

1

Zou Prometheus, vloekend aan zijn rots
als hij het vuur overdacht, het in een holle stam
gesmokkelde kleinood, en de excessen die hij
sinds zijn steeds verlengde straf moest ondergaan,

het rijke antidotum van de oceaan vervloekt hebben,
zijn koude, kabbelende, onophoudelijke golfslag,
aan flarden gekliefd door zwenkende bruinvissen,
waterstof-plus-zuurstof opkloppend tot een mimicry 

van harde koolstof, diamant van zuiverst water,
ónverboden element, door vuur doorsneden met in zijn
breken de vergevende glimlach van regenbogen?
Of, zeereuzen overdenkend – van wie het schuldeloos

voorgeslacht zich afkeerde van de kust, van haar
verleidelijke boomgaarden, afzag van het grijpstaart
geslinger van een brein dat een en al oog en klauw,
tjilpend over vishaak-strategieën voor afpakken

en zich toeëigenen, koos voor onderdompeling in
bewegende hellingen – ze hun gelijkmoedigheid hebben
benijd, hun massief gemak (zo anders dan zijn eigen gefolterde
rechtschapenheid), hun bestand zijn tegen verdrinken?

2

Hoe zouden deze grote walvisachtigen, Houyhnhnm
intelligenties zonder ledematen – niet geprikkeld door
de Prometheïsche apenstreken, die ons haute
cuisine brachten, brandstapels en vuurwerk –

al fresco inktvis etend en krill en door baleinen
gezeefd plankton opgediend krijgend, van wie de
onmanipuleerbare oren Olympische verdiepingen
van sonar verkennen, de weergalm van ijsbergen

analyseren, de massa van schepen berekenen,
zuiver op ervaring van het gehoor – hoe zouden
deze genietende reservoirs van olie, was en
glycerine de potten hebben kunnen doorgronden

die gereed gemaakt werden voor hun omzetting in vet
voor een duizendtal kaarsen? Hoe, astronomen
van het onzichtbare, zouden ze de brullende nimbus
hebben kunnen traceren van die roofzuchtige

appetijt, onze honger naar de zon, of de plunderende
straal-en-stuwmotor-pterodactili in kaart hebben
kunnen brengen, robots gevoed door hun opvolger,
vuurdrinkende vampieren van fossiele brandstof?

 

 

Schilderij: Jan Cossiers, Prado
Gedicht: Amy Clampitt, uit The Kingfisher
Vertaling: Elly de Waard

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

BEDE OM BEZINNING!

Ruis, branding, waai, o ondoorgrondelijke
wind en effen voor mij het geluid

van zoveel woorden, zoveel loos gepraat
dat zich in mijn hoofd bevindt, een dictatuur

van timbres, intonaties, flarden taal
van anderen, tot gek makens toe

echoënd, allemaal, hun graffiti
op de muren van mijn ziel, een straf van

god, een dodencel, waarin ik de uren
die ik nog te gaan heb tel, in dat kaal

vertrek en de lachmachine is er
altijd aangezet – o branding,

golven, spoel zo nodig met geweld,
dit strand schoon, opdat overblijven kan

het witte, weer ontvankelijke zand
waar zon of water, schaduwwolken of

een neersuizende wind zijn eendere,
altijd andere geheim in schrijven kan.

 

Elly de Waard

 

Geplaatst in Algemeen | 2 Reacties