DALEND OVER HOLLAND

Schemert het mathematische juweel
van klein gekavelde, strakke velden
en het enkele cadmiumgeel
van bossen in edelmetalen
sloten en kanalen –
hier ligt de oorsprong van De Stijl -;
de steden zijn bewerkt smaragd, gezet
in de bedrading van hun singels
en hun grachten

Tussen de wolken zakkend, stukken goud
gesneden tekst, de lussen dikke
plakken, kronkeling van een rivier
in stolsels goud gemorst, gebold
soldeer, een slier Arabische
schriftuur geeft zwier aan de kaart
van Blaeu

Tot het water zilver wordt en dof
van wind. Nog dichterbij heel fijn
geribbeld en geplooid en teer
als huid van vis die als een dunne
ajourzijden kous met ongevijlde
nagel of het haakje aan een nagel-
riem al op te halen is

De velden zijn nu zwart als roet
gevat in ijzer, zo nabij

 

Foto: Apple
Gedicht: Elly de Waard, Dalend over Holland uit Van Cadmium Lekken de Bossen

 

Geplaatst in Van Cadmium Lekken de Bossen | 6 Reacties

DODENHERDENKING 4 MEI 2018

 

De witte rozen in de kransen
waarmee de doden op de Dam
worden herdacht, krijgen de tijd
ons toe te spreken in de twee
minuten stilte die het land
voor ze in acht neemt 

In de coulissen van hun dicht
opeen gevouwen, ongerepte
bloemblad opent zich het labyrint
van wat een bloeiend leven is
met terug werkende kracht
tot aan hun knop: om ons te doen
beseffen dat het daar afbrak

 

Ongepubliceerd

Geplaatst in Algemeen | 2 Reacties

DODENHERDENKING

Al eerder werden de twee minuten stilte door de aanslag van een schreeuw onderbroken. Dit leidde tot paniek onder de verzamelde mensen menigte

 

De wind kwam aangestoven als een schreeuw
van het Rokin. De massa op de Dam
als willoos blad in een novembervlaag
in dwarrelende beweging ging –

 

 

Beeld: Edvar Munch, De schreeuw
Gedicht: Elly de Waard, De aarde, de aarde, 2013

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

NACHTELIJKE ONTMOETING

 

Het was een avond, lang geleden
de maan stond hoog, het was heel licht

en waar ik liep, over het Doornvlak
dampte de grond van warme mist

Ik ging liggen in het stugge gras
lag stil te kijken naar de nacht

Een uil kwam aangevlogen
en streek neer, zo dichtbij op een tak

dat wij elkaar haast raken konden
en bleef zo stil als ik daar zitten

onderzoekend wie ik was
Tot hij, gerustgesteld en bijna

zich vervelend al, verdween met kalm
gefladder in het schemerdal

 

Uit: De aarde, de aarde

 

Geplaatst in De aarde | 5 Reacties

BIOGRAFISCHE NOTITIES (1)

 

Scène: Chris en ik zitten in de woonkamer van ons huis aan de Nessen in Bergen. Het is een paar maanden na de brand. Dit zal later blijken ons overgangshuis te zijn naar het Vogelwater.
Het is nacht. In de hoek waar hij werkt, gezeten in een goedkope draaibare leunstoel die we van zijn ouders hebben gekregen, liggen de stapels papier, kranten en boeken op de grond, zoals dat ook in onze woonkamer in Groet het geval was. Alleen werkt hij hier niet aan een tafel, maar gewoon vanuit zijn stoel, papier of blocnote op zijn schoot. Overdag kan hij door de grote ramen naar buiten kijken, naar de achtertuin met grasveld, grenzend aan een sloot met eenden en zwanen.
Het huis is een soort blokkendoos van twee verdiepingen, onderdeel van en geschakeld aan een heel plan van identieke huizen. Tot mijn verbazing heb ik veel meer moeite met de gehorigheid en de ingeperkte situatie van dit wonen dan hij. Als je bijvoorbeeld op de w.c. zit en je hoort iemand duidelijk aan de andere kant van de muur doortrekken, dan is mij dat iets te nabij. Maar Chris vindt het gezellig, zegt hij. Het leven met de nabijheid van andere mensen doet hem denken aan hoe het vroeger was, thuis. En dat je niettemin op jezelf bent en zij niet bij je binnen kunnen lopen is natuurlijk meegenomen. Als de buren ruzie hebben heeft hij er plezier in om een glas omgekeerd tegen de muur te houden en daaraan te luisteren. Dit versterkt namelijk het geluid. Ik heb deze behoefte helemaal niet, maar vind het grappig dat hij, die zo wars van mensen is en van lawaai plotseling over deze eigenschappen blijkt te beschikken.

We zitten dus in deze nog kale kamer aan de tafel en hebben het over de brand die ons huis in Groet verwoest heeft. En we vragen ons opnieuw af hoe deze ontstaan kan zijn. Wij waren immers zelf niet thuis. Sedert de dood van Jan Emmens, begin december van het jaar ervoor, verbleven we in diens huis in Utrecht. De brand ontstond op 15 februari.
We denken allebei dat ‘kortsluiting’ een wel erg makkelijke verklaring is. De bekende dooddoener voor onopgeloste zaken. De mogelijkheid dat de brand is aangestoken lijkt ons beiden allerminst uitgesloten. Er waren eerder inbraken en vernielingen geweest in het huis, door zonen van de haveloze boerenfamilie die het terrein naast ons bewoonde. Deze inbraken vonden plaats vóór mijn tijd bij Chris.
‘Jan Emmens heeft de brand aangestoken’, zegt Chris nu. ‘Zelfmoordenaars blijven rondzwerven, die hebben geen rust.’ Ik huiver bij deze woorden en zie er de overdrachtelijke waarheid van in. Als wij thuis geweest zouden zijn, zoals altijd, wij gingen eigenlijk nooit weg, zou de brand nooit zo vernietigend hebben kunnen toeslaan als nu het geval was, áls hij al uitgebroken zou zijn.
‘Ja, die dikke heeft dat op zijn geweten’, besluit Chris en aan de overdrijving die hij aan de aanduiding van zijn beste vriend meegeeft, kun je merken dat hij zowel wel als niet meent wat hij zegt.

Elly de Waard, 19 augustus 2006
Foto: Ronald Hoeben

Geplaatst in Algemeen | 2 Reacties