WILDERNIS / 71

Ik ben me aan het inlezen in mijn bundel Wildernis van Verbindingen omdat die binnenkort integraal wordt opgenomen. Ik draag de hele reeks van 82 gedichten zelf voor. De opname zal vervolgens te downloaden zijn vanaf mijn website. Van de “partituur” van dit gesproken epos liggen nog zo’n 400 exemplaren bij mijn uitgeverij, De Harmonie. Te bestellen dus.
Uit deze reeks van haast voortijlende gedichten, hier, overeenkomstig het jaargetijde een redelijk kalm voorproefje.

De wind dartelde af en aan
als een jonge kerel op een
tennisbaan. De linden om het
huis staan scheef. Genegen in hun
eerste groen, wiegen ze verlegen
als jonge meisjes om het
veranderen dat ze doen. De
heuvel groeit van trots onder
de bloemen die hij torst: de
hazewindekop van de narcis

in knop. En in de dalen
achter zee echoot het van
de nachtegalen. Het klepperen
van denneappels, die onder
het langsgaan van de felle voor-
jaarszon openknappen, het klinkt
als lekken van water, overal
vandaan, een nooit gehoord geluid,
zelfs op de grond springt het
hun harde, houten kelen uit.

1986

Geplaatst in Een Wildernis van Verbindingen | 1 reactie

WIJ, TIJDGENOTEN VAN ELKAAR

De meesten van ons
hebben al geen graf meer
maar zijn, zoals zij zelf
verkozen, opgegaan

in vuur en uitgevlogen
over de Noordzee, zwarte
feniksen, verrezen en
verstrooid in as

Eenmaal ontsprongen
aan de aarde, te dichtbevolkt
met doden, zochten wij
in die schoot geen welkom meer

maar wilden eeuwig geboren
zijn en ongeborgen, desnoods
in water, maar wel omgeven
door lucht en vuur

2005, Proeven van Moord

Geplaatst in Proeven van Moord | 2 Reacties

VRIEND

Welk een verrassing uw brief
hedenochtend op mijn scherm
aan te treffen. Helemaal
door de ijle lucht gevlogen
vanuit uw woestijn, over
zeewolken naar hier, koud maar
helder schoon land, reeds weken
gelegen onder een blinkend witte zon

Verbinding te hebben met u
in uw woestenij, uw festijn
van verwoesting, waar het zand
in anarchie met de wind regeert
tot uw verblinding; en koude
hitte aflost in een ijzeren
regelmaat, hetgeen, naar u mij
liet weten, geheel naar uw goesting is

2009, In het Halogeen

Geplaatst in In het Halogeen | 1 reactie

EN ALS IK BIJ DE ZEE

tekening: Marietine Birnie

En als ik bij de zee
ben en er niemand

is, het strand zo schoon en
onbetreden, de wind

een milde bries, het
geuren zilt en ik de luiheid

zie waarmee de kleine
golven zich tot mij

wenden, die golven die
als leeuweklauwen zo

gracieus en speels
zich om je enkels vlijden –

denk ik aan jou
maar het blinkend, schitterend

water staart met het blauw
van niemands ogen naar mij

terug

1995, Het Zij

Geplaatst in Het Zij | 1 reactie

AMY CLAMPITT: DE ZEEMUIS

Amy Clampitt is een van de grote
Amerikaanse dichters van de 20ste eeuw,
maar hier nog veel te onbekend.
Meer over haar op mijn website.
De vertaling is van Christine D’haen.

 

 

 

Verweesd zijn van mogelijkheden
moest worden uitgebreid om
de zeemuis toe te laten. Niemand
had om zoiets gevraagd
of zijn komst voorspeld,

schuilend onder ruche-
randen van zeesla –
een nat ding maar streelbaar
zoals, gezien vanuit de verte,
opstekend struikgewas,

zonnehonige, naaldbestookte
pijnbomen, baardige gerst
of alwat pasgeboren niet kaal
maar gepelsd is. Geen knaagdier, die
ruige, die onverwachte

vondeling, geen kattenkruid speeltuig
voor ’t geterg van een kat, zelfs
geen echinoderm, het ding
is, schijnt het, een worm. Met ruggegraat van zij,
baby-mammie-luiers, is het

thuis waar iedere gang
met zwabber en emmer geschrobd wordt
en tweemaal daags van wand tot wand
gelucht door de onver-
moeibare hoofdzuster van de getijden.

Uit: The Kingfisher,1983

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie

OPRAH LOVES POETRY!

Zie The Oprah Magazine van 11 april: 25 pagina’s over poëzie en een mooi stuk Tree Spirit over de Amerikaanse poet laureate W.S. Merwin


Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

Een haast onnatuurlijk groen

Dorian Hiethaar, Naaldboombosje

in zon oplichtend tussen het ondoordringbaar
schaduwrijk van bomen

met onder wolken onbelicht gehouden
hellingen daaromheen –

zoals de late zomerzon in vroege ochtend
al haar schuw licht werpt

in de kale luwe stammen die een veld
omzomen – het donkere

loof erboven blijft zo donker als het was – zo –
als een nest, een hut

van warmte, een beschutting –
opent zich jouw aanwezigheid, gelijk die

uit mijn slaap is meegekomen –
als tot een plek

die beurtelings leeg is of gevuld
van licht en hitte stralend of van missen

makend gek

1995, Het Zij (herzien)


Dorian Hiethaar, Beukebomen op de hei (wie woonde daar?)

Geplaatst in Het Zij | Een reactie plaatsen