CONCERTBESPREKING STATION TO STATION TOURNEE, 14 mei 1976

CYzTPE7UkAAZG_F

Als een kunstenaar overlijdt gebeurt er iets wonderlijks met zijn werk. Het is namelijk opeens af. En daarmee staat het definitief open voor interpretaties. Er zal niets meer bijkomen. Dit is het.
Nu was in het geval van David Bowie al heel lang duidelijk dat werk en persoon belangrijk en invloedrijk waren. Maar hoe belangrijk begint eigenlijk nu pas, na zijn dood, door te dringen.
Vergelijk maar eens. Hoe erg zal het zijn als straks Mick Jagger, een ander icoon uit de rock-era, zal overlijden? Het zou erg zijn, maar er valt geen peiler van de rockgeschiedenis met hem weg. Hetzelfde geldt voor Bryan Ferry, hoe belangrijk Roxy Music ook is geweest.
Ik zie zo gauw niet iemand van de importantie van Bowie. Lou Reed, die ik wel als van zijn kaliber beschouw, is immers al overleden.
Zo lang iemand leeft staat hij nog gewoon in de massa van zijn tijdgenoten, ook al steekt hij daar bovenuit. Maar valt hij daaruit weg, dan komt hij helemaal op zichzelf te staan. Vandaar misschien dat ik nu ook steeds de behoefte voel om zijn hele oeuvre te onderzoeken. Ook al is dat dan door middel van losse sonderingen.
Wat ik van hem vond tijdens zijn leven staat in Het Jasje van David Bowie (Uitgeverij De Harmonie), dat – voor de duidelijkheid – niet alleen over hem gaat maar over de hele periode van 1968 tot 1986. Een aantal toevoegingen vanuit definitiever perspectief ben ik bezig hier te verzamelen.
Daar horen ook de concertbesprekingen bij die ik indertijd maakte. In die stukken probeerde ik meestal al het belang van de persoon of de groep in kwestie in het geheel van de ontwikkeling van de rock aan te geven. Bovendien is in retrospectief het bijzondere ervan nu dat ze ook een kijkje in een bepaald moment in de tijd, in de geschiedenis. Het zijn als het ware snapshots waarin het leven van toen voor even betrapt is.
Waar nodig voeg of licht ik toe.

DAVID BOWIE MEER DAN MEESTERLIJK

De Engelse rockster David Bowie is voor twee concerten in Nederland. Het ene optreden vond donderdagavond plaats in de grotendeels uitverkochte Ahoy-hal. Het andere vindt in dezelfde hal vanavond plaats.
Het is de eerste keer dat Bowie, die al een aanzienlijk en invloedrijk oeuvre op zijn naam heeft staan, hier optreedt. Het gehele programma was door hemzelf in elkaar gezet. Als voorprogramma diende Bunuels klassieke korte film Le Chien Andalou, die fraai aansloot bij Bowie’s eigen optreden, niet alleen door de surrealistische kanten die zijn recente werk kenmerken, ook door zijn huidige image, zijn kleding en misschien zelfs door het statige zwart-wit waarin zijn show uitzonderlijk fraai belicht was.
Bowie werd vergezeld door vijf muzikanten. Ex-Yes-man Tony Kaye was op klavierinstrumenten te horen; de van de laatste platen bekende Carlos Alomar, George Murray en Dennis Davids op respectievelijk tweede gitaar, bas en drums, terwijl de vlak voor deze tournee aangenomen eerste gitarist Stacey Heydon zich ontwikkeld bleek te hebben tot een ware aanwinst.
Station to Station opende het concert op imponerende wijze, een indruk die in de anderhalf uur dat het optreden duurde nauwelijks meer zou verflauwen. De band was zeer hecht en uiterst soepel; Bowie zelf zong en bewoog zich met gecontroleerd, koel pathos. Suffragette City sloot goed aan op het dramatische begin: een combinatie van kracht, souplesse, vaart en controle. Het hele programma tot en met de sluipende en glijdende witte spot zat met een uiterste perfectie in elkaar.
Fame, Word on a Wing en Stay volgden. Het laatste in een iets meer opgepepte versie dan op de plaat. In de instrumentale finale hiervan schitterde Heydon op gitaar. Bowie’s jammerende fraseringen en zijn gereserveerde, dramatische gebaren lieten niet na veel indruk te maken.
De muziek die hij brengt is de elegantste zware rock die er momenteel gemaakt wordt. Hij is de enige echte belangrijke ster die de jaren zeventig tot nu toe hebben opgeleverd. Zijn versie van Lou Reeds Waiting for the Man was in zijn opgewekte berusting een stap verder dan Lou Reed zelf tot nu toe heeft weten te bedenken. Life on Mars en Five Years waren ontroerende hoogtepunten van het concert, verrassend van keuze en prachtig gezongen en gemusiceerd.
Het laatste deel van het optreden (Changes, TVC15, Diamond Dogs) was losser en iets mechaniseer dan het zeer gespannen eerste deel. Rebel, Rebel en Jean Genie vormden de voortreffelijke toegiften van een concert dat niet minder dan buitengewoon en in veel opzichten zelfs meesterlijk genoemd kan worden.

De Volkskrant, 14 mei 1976

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie

CONCERT DAVID BOWIE in ‘De Kuip’ 25 juni 1983

Frank-Simms-Bowie

Een kalme volksverhuizing trok het afgelopen weekeinde naar het Rotterdamse Feyenoord-stadion. Honderdduizend mensen voor één man: David Jones, alias David Bowie. De ene helft zaterdag, de andere zondag.

Als je de catacomben van dit moderne Colosseum verlaat en de ‘kuip’ betreedt, vouwt het geruis van vijftigduizend mensen zich als een waaier voor je open. Een indrukwekkende ervaring. Over de tribunes hangt een soort grauwe kleurigheid, door de dreigende lucht. Tegen die lucht staan op korte afstanden van elkaar langs de hele bovenste rij de silhouetten van mensen. Ze doen denken aan de beelden op het dak van het Leningradse Winterpaleis.
Een bocht van het stadion-ovaal is als podium ingericht. Aan een reusachtige kraan die hoog boven alles uittorent hangt een overkapping voorzien van grauwe platte tempelfriezen die het tot een soort hedendaags Pergamum maken. De vele vierkante meters luidspreker aan beide zijden van het podium zijn afgedekt met een grijze nylon stof. Rechts daarbovenop een zilveren lurex maan waarvan de stof lijkt af te kabbelen als water; links een wat knobbelige hand die wijst naar het filmdoek boven het podium. Later zal daarop Bowie’s doen en laten rechtstreeks worden weergegeven.
Het optreden van de Australische groep Icehouse is al afgelopen en de geluidsinstallatie zendt muziek uit op een volume dat het stadion reduceert tot een te kleine huiskamer. De leeftijd van het publiek is moeilijk te schatten, maar het lijkt voornamelijk jong. Dat deel lag waarschijnlijk nog in de wieg toen het idool zijn eerste platen maakte.

De lichtkrant meldt dat de prijs van een frikadel 1,50 gulden is, dat Bowie ook in de bioscoop te zien is en dat Muziek Expres veel van hem houdt. De kuipkroket doet 1,40. Later verschijnt er ook nuttiger informatie, zoals vertrektijden van de laatste treinen. Er zijn weinig spandoeken. Bowie’s kwaliteit behoeft kennelijk geen betoog.
Van der Louw, de voormalige burgemeester van Rotterdam, strijkt neer op het vóór-ereterras en begint meteen mee te wippen op de welluidende reggae van UB40, die inmiddels het podium heeft betreden. Het veld loopt aan de kant van de muziek te hoop waardoor achteraan opeens plekken gras zichtbaar worden. Aan de voorkant vormen de duizenden koppen een soort kokosmat van haar. Hashwolken beginnen op te stijgen.
Er wordt af en toe meegezongen en geklapt, maar blijkbaar is de groep toch niet onderhoudend genoeg, want er gebeurt opeens iets merkwaardigs. Op een van de groene plekken achterin is een jongen een dansje gaan maken en opeens heeft hij en niet UB40 de aandacht. Hij maakt een kuitenflikker en gejuich is zijn deel. Een mislukkende snoeksprong: nog harder gejuich. Over het veld beginnen hele massa’s naar hem toe te hollen. Alle hoofden, ook op de tribunes, zijn nu van het podium afgewend. De groep gaat intussen onverdroten verder met het verzorgen van de achtergrondmuziek voor dit vrolijke anti-evenment. Als een nummer uit is wordt er voor de danser om ‘more’ geschreeuwd. Na afloop gaat hij op de schouders.

Het is lang wachten tot David Bowie komt.Op het vóór-ereterras wordt het steeds drukker. Belangwekkend uitziende lieden wapperen met de telexen van het tourschema. De intrigerend geklede types met rood-witte petten blijken stadion-wachten te zijn. Een waterig zonnetje breekt door, maar het is een lichtbak. Er steekt een frisse avondwind op. Talking Heads zijn via de luidsprekers te horen. De massa gedraagt zich kalm en ordelijk, de medische dienst zit met de armen over elkaar en ook een legertje agenten en agentes kijkt verlangend naar het podium.
Om half tien is het eindelijk zover. Bowie-gezangen breken los als de bandleden, in pakken en Indiase kostuums het toneel opduikelen. Speciaal Frank en George Simms die de koorzang verzorgen, zien er in hun pakken met pochet en hoed fraai uit. Een stem kondigt aan: ‘Het is vijf jaren geleden..’, en daar is hij: goudblond, lichtblauw kostuum, gestreepte das en een en al elegante beweging.
Star is het eerste nummer en het hele veld en alle galerijen swingen meteen mee. Een lila belichting glijdt over de tempelfriezen die hierdoor aan diepte winnen. Twee reusachtige plastic condooms blijken opeens functionele Dorische zuilen te zijn en de honderden lege zitplaatsen achter het podium geven plotseling het gevoel in een klassiek amfitheater te zitten. Maar de verhoudingen zijn nog wel zoek. De projectie van de videocamera’s op het scherm komt nog niet door omdat het te licht is en Bowie is een minuscuul figuurtje wiens geluid vele malen groter is dan hijzelf.
Een illusie van realiteit vult deze wanverhouding op. Door de verrekijker komt hij dichterbij en wordt ook de precieze choreografie en pantomime waarmee zijn zangers hem omringen duidelijker. Ze bewegen zeer gestileerd met hem mee om de mricrofoon. Naarmate het donkerder wordt komt alles echter beter tot zijn recht.
Op het filmdoek is zijn zweet te zien, maar het duurt even voor de hersenen een nieuwe coördinatie vinden voor het gefragmenteerde aanbod dat in drie lagen van dezelfde werkelijkheid wordt gepresenteerd: de basisrealiteit van het podium, de vergroting van het geluid en de detailvergroting van de film. En is het niet vreemd om een film te zien waarbij je rechtstreeks betrokken bent? Je ziet in detail hoe Bowie met kennelijk genoegen de hier zeer reële zin ‘Sway through the crowd to an empty space’ uit Let’s dance zingt. En je ziet hem trots lachen om het applaus.
Naarmate het concert vordert stijgt je bewondering. Wat er op het scherm en op het podium te zien is verraadt een hoge graad van technische en artistieke perfectie. Bowie houdt zowel rekening met de camera’s als met het publiek, de regisseur snijdt ter plekke close-ups aan totalen, wisselt, adequaat reagerend op de muziek, van beeld en vertraagt waar dat het effect verhoogt.
En je begrijpt dat Bowie opnieuw de grenzen van wat er met theatrale middelen bereikt kan worden heeft verzet, zoals hij ook tijdens zijn wereldtournees van 1978 en 1976 deed. Dit is de eerste multi-mediashow die die naam werkelijk verdient. De pilaren wapperen in de wind waardoor het hele antieke decor weer op losse schroeven komt te staan: alles kan hier.
Tijdens Space oddity rolt een grote ballon getekend als wereldbol het stadion in dat door zijn duizenden brandende aanstekers in een melkwegstelsel is veranderd. Er wordt massaal gezongen. Het is wonderschoon. Op het filmdoek waait de avondwind door het blonde haar van de zanger, tegelijkertijd bollen buiten het beeld in de andere werkelijkheid de gordijnen voor de luidsprekers op en waaien de lege plastic koffiebekers over de hoofden van de vóór-eretribunegasten. Lage spots over de tienduizenden koppen op het veld illustreren Fame. Aan de ovaties na afloop hoeft niets toegevoegd te worden.

Elly de Waard, De Volkskrant, 27 juni 1983
Deze wereldtournee staat bekend als The serious moonlight tournee

3255649807

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie

BOWIE, PORTRET IN EEN AANTAL CITATEN

CZHjgK7UAAAp65_

De wereld zonder Bowie begint per dag meer gestalte te krijgen. Het is een saaiere wereld, dat staat wel vast. De nieuwe nieuwtjes worden steeds snipperiger en het ophalen van oud nieuws is al een tijdje bezig.
Zo vond ik een aantal citaten uit interviews die ik interessant vond omdat ze op een bepaalde manier voor mij herkenbaar waren.
Over de fragmentarische en impressionistische teksten die hij voor Station To Station en Low begon te schrijven zei hij bijvoorbeeld: ‘Eno got me off narration, which I was so intolerably bored with. Narrating stories, or doing little vignettes of what I thought was happening in America and putting it on my albums in convoluted fashion… Brian really opened my eyes to the idea of processing, to the abstract of communication.’
De tekst verdraaien tot iets dat minder direct herkenbaar is. Ja, dat gebeurt in de poëzie veelvuldig. Maar het narratief blijft altijd bestaan, ook al wordt het alleen gesuggereerd of voor driekwart overgenomen door de muziek. Wat dat betreft is de poëzie in het nadeel. De woorden moeten hun eigen muziek scheppen en hun eigen narratief verbergen dan wel onthullen.

Wat mij ook erg aansprak is hoe Bowie Iman het hof heeft gemaakt. Zoals iedereen van de generatie die in de jaren zestig volwassen werd, had hij volkomen vrije opvattingen wat seks betreft en die werden niet door het huwelijk ingeperkt. Denk bijvoorbeeld aan wat Patricia Paay daarover onlangs vertelde in DWDD. Maar toen hij veertig was geworden en zijn huwelijk met Angie al  meer dan tien jaar ontbonden was, heeft hij het voor het Somalische topmodel anders aangepakt. Hij zei dat hun romance ‘was conducted in a very gentelmanly fashion I hope, for quite some time. Lots of being led to doorways and polite kisses on the cheek. Flowers and chocolates and the whole thing. I knew it was precious from the first night, and I just didn’t want anything to spoil it.’
Dat doet me sterk denken aan hoe ik mijn huidige geliefde, die inmiddels mijn vrouw is, heb veroverd: ik heb het volgehouden U tegen haar te zeggen tot we voor de eerste keer in bed lagen.

Wat ik ook heel herkenbaar vind is het volgende: ‘I had to learn how to evaluate what sharing one’s life meant,’ zei Bowie later. ‘Strange new things like learning to listen, knowing when a reply was not necessary but just being a receptive human being…  Most importantly, though, turning one’s asocial, possessive and inevitably destructive characteristics around.’
En hij, die zich altijd volstrekt a-politiek had opgesteld, schreef opeens, mede naar aanleiding  van zijn gehuwd zijn met haar, Black Tie White Noise, een reactie op de rassenrellen in Los Angeles van 1992, waarin onder meer de regels

I’m lookin’ through African eyes
Lit by the the glare of an L.A. fire
I’ve got a face, not just my race

Ook met de geboorte van de dochter die hij met Iman kreeg – Alexandria in 2000 – veranderde zijn denken. ‘Since my daughter’s been born, I am changing as a writer. There has been a shift in the weight of my responsibilities, relinquishing my own concerns about myself and Iman as a couple, and instead thinking about Lexi and what her world is going to be like.’ En op een ander moment zei hij ‘I desperately want to live forever. You know what I want [is] to still be around in another forty or fifty years… I just want to be there for Alexandria. She’s so exciting and lovely, so I want to be around when she grows up.’
Het is mede om deze uitspraken dat ik denk dat Donny McCaslin gelijk had toen hij meldde dat David Bowie hem had laten weten dat de song Blackstar tegen de dreiging van ISIS was geschreven.

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie

David Bowie, Brian Eno and Tony Visconti record ‘Warszawa’

Als je ten volle van de humor van dit tekenfilmpje wilt genieten, moet je een paar dingen weten.
In de eerste plaats is het lied Warszawa afkomstig van Bowie’ eerste Berlijnse LP, Low, dus hij zit nog midden in de afkick-periode van zijn cocaïne-verslaving. Tegelijkertijd was hij verwikkeld in een bittere strijd met zijn management MainMan. Als hij het filmpje binnenloopt zegt hij dan ook dat hij net uit Parijs komt waar hij tegen hen moest getuigen.
Tony Visconti laat aan een stuk door weten dat hij het echt niet fijn vindt dat hij de productie van de plaat samen met Eno moet doen, hij was toch altijd de enige producer? En Eno moet cocaïne van zijn boodschappenlijstje voor het weekend schrappen.
Het leukste vind ik zelf hoe Bowie en Eno opeens in hun Derek and Clive alias Pete and Dud personages stappen, een grap die ze hun hele leven door samen hebben volgehouden. Let op het octaaf of zo meer dat Davids stem dan krijgt! Plus een geaffecteerd accentje.

Ik wil graag Eno zelf nu aan het woord laten: ‘David’s dead came as a complete surprise, as did nearly everything about him. I feel a huge gap now.
We knew each other for over 40 years, in a friendship that was always tinged by echoes of Pete and Dud. Over the last few years – with him living in New York and me in London – our connection was by email. We signed of with invented names: some of his were Mr Showbiz, Milton Keynes, Rhoda Borrocks and The Duke of Ear.
I recieved an email from him seven days ago. It was funny as always, and as surreal, looping through word games and allusions and the usual stuff we did. It ended with this sentence: “Thank you for our good times, Brian, they will never rot.” And it was signed “Dawn”.
I realize now he was saying goodbye.’

Animation by the Brothers McLeod  @ www.brothersmcleod.co.uk

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

DAVID BOWIE en hoe het zit met ‘TIS A PITY SHE WAS A WHORE, 1e versie

10689799_10152368004747665_7510678139798342817_n-1

Een correctie op een eerdere blogging.
Ik vroeg mij bij het schrijven over de single – dus de eerste versie van – ‘Tis A Pity Se Was A Whore, immers af wie er voor de begeleiding had getekend. Iets dat nergens werd vermeld. Aangezien de A-kant van de single – Sue (Or In A Season Of Crime) – een complexe begeleiding heeft van Maria Schneider en haar orkest, ging ik er voor het gemak even van uit dat het orkest misschien ook op de B-kant te horen was. Maar niets is minder waar. Deze bestaat uit de demo van de song die Bowie zelf in zijn eigen huisstudio heeft opgenomen.
Het vermoeden daarvan was bij mij al eens opgekomen, maar het werd nu expliciet bevestigd door saxofonist McCaslin en  bassist Tim Levefbre  – beiden op Blackstar te horen – in een vraaggesprek met The Observer.

David Bowie heeft Donny McCaslin leren kennen door Maria Schneider. Hij is sinds jaar en dag een vast en excellerend lid van haar orkest. Toen Bowie aan Schneider vroeg of zij met hem verder wilde werken aan zijn nieuwe ideeën – die zouden uitmonden in het album Blackstar – kon ze daar geen gehoor aan geven. Ze had andere verplichtingen, namelijk het maken van een nieuw, eigen album, The Thompson Fields, dat inmiddels genomineerd is voor een Grammy en dat ook wordt genoemd als ‘Beste Album van 2015′.
Ze ried hem echter The Donny McCaslin Band aan en Bowie is die op een avond in een club gaan beluisteren. Deze band is meestal een kwartet, dat bestaat uit McCaslin zelf op diverse blaasinstrumenten, Jason Lindner op toetseninstrumenten, Tim Lefevbre op bas en Mark Giuliana op slagwerk en percussie. Aangevuld met Ben Monder op gitaar, vormt dit vijftal de kern van het gezelschap  dat het geluid op Blackstar bepaalt.

Terug naar de demo.
Op de vraag wat McCaslin denkt over David Bowie’s eigen saxofoonspel antwoordt hij: ‘Oh, I dig it. We were talking about “Sue”. You know, the song that’s the B-side to Sue” was “‘Tis A Pity She Was A Whore” and that original version of the song – in demo-form – was David. He had played all of the instruments, and that was him on sax. And I really loved his sax playing on that song, it was really soulful.”
Tim Lefevbre voegt daar dan aan toe: “‘Tis A Pity She Was A Whore” is pretty experimental as well. (..) And you can hear him on the track, how excited about it he is; he even yells at the end of it.” Leuk om na te beluisteren, dit.
McCaslin dan: ‘De demo’s die hij had gemaakt [voor Blackstar] waren echt heel sterk. De songs hadden al de vorm die je ook op de plaat hoort. Helemaal geen gedoe van een schetsje met een paar noten waar je nog een hele dag aan moet zitten om ze uit te werken. These songs were all essentially in place before we started recording. (..) But his vibe was very open and collaborative. (..) He was entrusting us with his music.”

images

 

Foto Bowie: Jimmy King

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie