EEN BLAUWE, GLANZENDE KERN

Een blauwe, glanzende
kern, geconcentreerd azuur,
vanwaaruit was het dat ik
leefde. Hoe geruisloos dreven
de wolken door haar heen, hoe
laag hingen haar luchten en
hoe somber kon zij bedolven
raken, dan weer met vlokken
zonnestof bestoven. Bol
waarin de toekomst ligt

verborgen. Nu spiegelen zich
vluchten pelikanen in haar
af, op weg naar verre
plekken om er te paren. Soms
zal er daar dan een zijn die
uit zijn tooi een veer neemt,
zijn hagelwitte vleugel tot
papier verheft en schrijft,
als ik misschien, aan zijn
vergeetboek, en alleen blijft.

 

Elly de Waard, Een Wildernis van Verbindingen

Geplaatst in Een Wildernis van Verbindingen | Een reactie plaatsen

IN DIT TIJDPERK VAN OVERGANG & CHAOS

Boven het Doornvlak
hangt een lage nevel
Het is het zand, dat
daar wordt opgedreven
door de westenwind
De laatste storm
smeet het tegen de ramen
Op het plaveisel
rond mijn hut drommen
nu bladeren samen
droog en gebogen
ratelend in groepen
om zich op drift te laten
roepen door de wind – Aan
groeien ze tot horden
van hun herkomst
ongewordenen, tijdperk
van overgang, toekomst
is ongewis, behalve
dat die elders
of anders is

Waar moet ik staan?
Welk standpunt
in te nemen in deze
chaos? Moet ik mij
klein maken of groot?
Ver zien of juist
de microscoop? Mij
buiten stellen of er in?
Verwildering is mijn lot
als ik geen stap zet
willekeurig welke
en mij daartoe dan
kan beperken
Willekeur dwingend
weet te maken, mij
af kan splitsen van
het vele, het weinige
kan nemen voor
het hele. Met blindheid
mij kan slaan om toch
te zien – alleen dat dat
de opdracht is weet ik
Het uitvoeren ervan
blijft, als de toekomst
ongewis –
Ik laat de stroom toe
en deins dan terug –

 

Beeld: Anselm Kiefer
Gedicht: Elly de Waard

Geplaatst in In het Halogeen | 2 Reacties

MIJZELF INDACHTIG zag ik de wereld klein

De steden op aarde spreiden
in de nachten een tapijt van licht –
Mijn ogen zijn op het sneeuwen
in mijn glazen bol gericht.
Door lang vergeten namen
en de blinde vlekken van gezichten
ben ik omringd, tot ik plotseling
tijdens dit schrijden
door het dodenrijk, mijn nooit vergeten
honden aan mijn zijden vind.

De steden op aarde spreiden
in de nachten een tapijt van licht –
waarop de honden kunnen rusten
van hun hervonden plicht
mij te begeleiden.

 

Gedicht: Elly de Waard, ongepubliceerd

Geplaatst in Algemeen | 3 Reacties

MEDIA VITA

Verspreid tegen de lucht gespijkerd als de sterren
En van liefde ziek ben ik, ik kom tot niets.

Nacht is het in je ziel, de grijze iris van je blik
Balt zich rondom je ondoordringbare pupillen samen.

Ons bed, de plek van je confessies, is zo naakt
Als kalend linnen en zo onbevlekt

Als het uitzicht op de stad die in de diepte
Voor het raam van dit hotel in sneeuw ligt uitgeteld.

Een wolkenkrabber klieft het stratenplan
Dat in een vorige eeuw met vaste hand werd aangelegd –

Platanen, stammen bladderend als plafonds,
Ontbloten er hun pleisterwerk en in hun takken

Hangen uitgebrand de vruchten van hun lampions –
Zwart kant bedekt frivool balkons, ook die van onze kamers

Waar stoelen gapen nu over de vloeren
Lopers van ochtendlicht in banen worden uitgerold.

Wij reizen samen,
Slapen zonder lief te hebben en staan haastig op –

Stations zijn dit en restauraties, haltes, oponthoud
En alles wat zij van ons vergen

Is wat de opdracht is van elke dag aan elk voor zich:
De tijd te doden tot wij sterven.

 

Elly de Waard, uit Furie

Geplaatst in Furie | 1 reactie

JE MOND VIND IK

 

Je mond vind ik het mooiste deel
van je fysiek en als je lacht
blinken je tanden geheimzinnig diep –
Rusteloze aantrekkingskracht!
Ivoren hart in het gewelfde zachte
van je lippen.

O zeg het, zeg iets liefs, laat er
een woord, speciaal voor mij bedacht,
die mond verlaten, dat vergoedt
het missen van de kus die spreken
overbodig maakt – waarzonder ik het
stellen moet.

 

Elly de Waard, Furie 1981

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie