{"id":28142,"date":"2020-05-03T13:33:50","date_gmt":"2020-05-03T12:33:50","guid":{"rendered":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/?p=28142"},"modified":"2020-05-03T13:39:21","modified_gmt":"2020-05-03T12:39:21","slug":"in-de-lege-kamers-van-het-hart-drs-hanneke-van-buuren","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/?p=28142","title":{"rendered":"IN DE LEGE KAMERS VAN HET HART \/  Drs Hanneke van Buuren"},"content":{"rendered":"<p><a href=\"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/?attachment_id=28143\" rel=\"attachment wp-att-28143\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"aligncenter size-full wp-image-28143\" src=\"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/05\/fullsizeoutput_649.jpeg\" alt=\"\" width=\"470\" height=\"586\" srcset=\"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/05\/fullsizeoutput_649.jpeg 470w, https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/05\/fullsizeoutput_649-241x300.jpeg 241w\" sizes=\"auto, (max-width: 470px) 100vw, 470px\" \/>Foto: Daan Cartens<\/a><\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p><strong>OVER DE POEZIE VAN ELLY DE WAARD<\/strong><\/p>\n<p>Drs.Hanneke van Buuren (1938-2015), docente Middeleeuwse en Moderne letterkunde.<br \/>\nMede-oprichter en redacteur van het uit feminisme en literatuurbeschouwing geboren tijdschrift\u00a0<em>Chrysallis, tijdschrift voor literatuur en kunst.<\/em>\u00a0Vast medewerker van\u00a0<em>Ons Erfdeel.<\/em><\/p>\n<p><strong>1<\/strong><\/p>\n<p><em>&#8216;Tederheid is het binnenste<br \/>\n<\/em>\u00a0<em>van iets\u00a0<\/em><i>doorgesnedens,<br \/>\n<\/i><em>\u00a0het midden van een romp, merg van een bot<br \/>\nof melk van bloemenstelen.<\/em><\/p>\n<p><em>\u00a0Gemaakt voor eenheid en daarin<\/em><br \/>\n<em>\u00a0als alles dat volmaakt is, onontdekt,<\/em><br \/>\n<em>\u00a0treedt zij pas voelbaar aan het licht<\/em><br \/>\n<em>\u00a0als de toegang afgesneden is naar haar object,&#8217;<\/em><\/p>\n<p>(&#8216;Afstand&#8217;, blz. 35)<\/p>\n<p>In de meestal kleine strofes staat geen woord teveel. Daardoor blijft de lading behouden tot en met de laatste syllabe. Het taalgebruik is bijna barok te noemen. De beelden zijn hoogst persoonlijk (vaak ontleend aan huis en duin in herfst en winter).<br \/>\nMaar ook worden de verzen vaak afgesloten met algemene en juist heel abstract geformuleerde conclusies. Uiterst ingehouden is de toon. Details echter worden met volle kracht gelanceerd (\u2018Aan de arm van je nabestaande zag ik je horloge &#8211; \/ de tijd gespte zich los van haar pols en bond zich \/ aan die waaraan hij hoorde, juist op het moment \/ waarop hij daar, op zijn beurt, weer van losgemaakt werd \/ om niet te storen bij de innigheid, een kras te worden \/ van het tederste gebaar\u2019, <i>Afstand<\/i>, 24).<br \/>\nHiermee is ter inleiding Elly de Waards eerste bundel, <i>Afstand<\/i>, gekarakteriseerd. Zij debuteerde ermee in 1978. Maar veel van de erin opgenomen gedichten waren al eerder in <i>De Revisor<\/i> verschenen. Tot 1978 was zij alleen bekend door pop- en po\u00ebziekritieken in <i>De Volkskrant<\/i>, en door het feit dat zij de po\u00ebtische nalatenschap van Chris van Geel beheert, met wie zij in zijn laatste jaren samenleefde.<br \/>\nHet gedicht dat ik aan het begin citeerde, is typerend voor de thematiek in<em> Afstand: <\/em>de tederheid,\u00a0allerbinnenste kwetsbaarheid, ziet de uitweg afgesneden, &#8211; kanalen lopen dood. \u2018Afgesneden\u2019 en \u2018doorgesneden\u2019 zijn kernwoorden in <i>Afstand:<br \/>\n<\/i>\u2018De kwelling dat zij afgesneden \/ van ons bestaan\u2019 (zij: levenden die gemist worden), \u2018ondergronds bestaan \/ woekert nog nog steeds omhoog \/\u00a0en vindt geen weg dan een \/ die afgesneden is\u2019 (resp. blz. 17 en 6).<br \/>\nHet is de tijd die afstand schept, de tijd die na het vertrek \/ de dood steeds doorliep. Voor die afstand in tijd gebruikt Elly de Waard in haar eerste bundel bovengesignaleerde kernwoorden.<\/p>\n<p>Tijd is voor haar een scheidend element. Ruimtelijke dingen daarentegen doen in haar po\u00ebzie tijd vaak teniet: zonnestoelen op een terras blijken er nog precies zo te staan als toen, of \u2018aan een knaapje aan de kastdeur \/ (hangt) het versleten witte hemd\u2019. De ruimtelijke details roepen herinnering op. Herinnering is het teruggehaalde ge\u00efsoleerde moment. Op die manier schept herinnering de mogelijkheid tot detail en intensiteit die in normaal voortgaande, niet gestolde tijd bijna nooit te ervaren is, omdat de menselijke receptiviteit daarvoor tekort schiet. \u2018Te zwak voor het geweld van het volmaakte \/ zijn wij alleen geschikt voor de herinnering&#8217; (29).<\/p>\n<p>Zo wordt afstand van noodlot tot iets dat creatief gewild en gewenst is: zij kan, paradoxaal, dichterbijhalen wat normalerwijs steeds verder vliedt. Vandaar dat afstand nergens dodelijk is in <i>Afstand<\/i>, maar de helderheid en lading bezit van wachtende velden in de winter, bedwongen en bevroren kracht. Het taalgebruik werkt dit in de hand: de bijna welige emotionaliteit komt vaak zeer cerebraal ingebed naar buiten. O\u00f3k afstandelijk werkt het spelen met woorden, met paradoxen (zie het eerst geciteerde gedicht na dit artikel), het vaak voorkomend gebruik van een Shakespeareaanse conclusio aan het slot van juist uiterst beeldende, allesbehalve abstracte gedichten. Bij voorbeeld na een gedicht over gras dat zich opricht: \u2018Juist het ontbrekende te moeten dragen \/ onzichtbaar wegen is het zwaarste\u2019 (38).<\/p>\n<p><strong>2<\/strong><\/p>\n<p>Een jaar later, in 1979,\u00a0verscheen haar tweede bundel, <i>Luwte.<\/i> De gedichten hierin zijn, technisch gezien, zo mogelijk nog compacter. Toch komen ze vloeiender over. Ten dele komt dat doordat de zinnen die ik in <i>Afstand<\/i> \u2018conclusie\u2019 noemde, in <i>Luwte<\/i> bijna nooit meer op het einde van een gedicht staan, maar er glijdender in zijn verwerkt, vaak zelfs precies in het midden staan ingebouwd.<\/p>\n<p><em>Twaalf uur &#8211; het is noen. Fazanten wedijveren<br \/>\nmet het gelui van de abdij op afstand.<br \/>\nLater, in voller middag, is het stil<br \/>\nop duiven na die met hun\u00a0<\/em><i>zware lichaam\u00a0ritselen in groen.<\/i><\/p>\n<p><em>Soms hinderen stemmen\u00a0<\/em><i>niet, als ze maar ver genoeg zijn<br \/>\n<\/i><i>en voorbijgaan, opgenomen in een algemeen verschiet<br \/>\n<\/i><i>dat, nu het later wordt, meer ruimte laat aan vroeger.<\/i><\/p>\n<p><em>Terwijl de zon daalt en het ruisen van de sparren aanzwelt<br \/>\nhoor ik het slaan van tennisballen, vol geraakt,<\/em><br \/>\n<em>op het bemoste gravelveld.<br \/>\n<\/em><\/p>\n<p>(&#8216;Luwte&#8217;, blz. 13)<\/p>\n<p>De middenstrofe\u00a0is gesteld in termen van algemeenheid, zeker in vergelijking met de eerste en derde. Die geven in akoestische termen een visueel beeld van noen en namiddag, ervaren vanuit het perspectief van een ik op afstand. In de omarmde middenstrofe, die de conclusio bevat, refereren \u2018ver genoeg\u2019 en \u2018later\u2019 aan \u2018op afstand\u2019 en \u2018later in voller middag\u2019 uit de eerste. Het \u2018ruisen van sparren (dat) aanzwelt\u2019 en \u2018het slaan van tennisballen, vol geraakt\u2019 in de derde strofe hernemen weer het akoestische element in de vorm van niet-hinderende geluiden. Bovendien is \u2018Terwijl de zon daalt\u2019 een omschrijving van het \u2018later\u2019 in een en twee. Het is heel organisch zo. Door al die omarmende herhalingen komen (stemmen in) \u2018algemeen verschiet\u2019 en vooral ook \u2018meer ruimte&#8230; aan vroeger\u2019 ge\u00efsoleerd te staan. Ze krijgen het volle accent, en vormen daardoor juist de elementen die na lezing in het hoofd blijven hangen, (tussen haakjes ook hier weer ruimte als voorwaarde voor herinnering, ruimte versus tijd).<\/p>\n<p>Nog organischer zijn de gedichten waarin de conclusio\u00a0bijna impliciet gemaakt wordt: \u2018Veroverend wat je bezit zoek je naar wat je vindt: \/ de afdruk van een lichaam dat door de zeewind \/ werd gehangen in de wolken boven land- \/ soms zijn het ribben, soms de knoken van een hand\u2019 (30). De bijna-spreekwoordvorm van \u2018Veroverend&#8230; vindt\u2019 wordt van zijn aanvankelijke algemeenheid ontdaan door de precisering die erop volgt. Het aforistische ontsluit hier meer dan dat het afsluit.<br \/>\nDe laatste fase in dit proces kan de lezer zien in het achter dit artikel opgenomen gedicht <i>Vijver.<\/i> Daarin zijn tweede en derde strofe zowel conclusieachtig als deel van het beeld. Men kan ze gewoon lezen als voortzetting van dit ene anekdotische geval \u2018karper zwemt in vijver\u2019 \u00e9n als algemeenheid, losser van dit beeld, in zijn algemenerheid in de hand gewerkt doordat de subjecten van strofe twee en drie abstracter van aard zijn dan dat van de eerste strofe.<\/p>\n<p>De thematiek in<em> Luwte\u00a0<\/em>is verschoven. Nog steeds is er afstand: \u2018het meest nabije is onbereikbaar\u2019. Nog steeds ook: \u2018wat bleef is de herinnering, een vlucht van zien\u2019 (resp. blz. 15 en 30). Maar er is daarnaast heel sterk sprake van wachten op iets waarvan nog geen vorm duidelijk zichtbaar is: \u2018Onverdraaglijk te moeten wennen \/ aan de komende voetstap van een onbekende. \/ Welke deuren staan er open op het waaien \/ en slaan onregelmatig in de nacht \/ zonder toegang te bieden, zonder uitzicht?\u2019 (12). Dezelfde houding van wachten vertonen de natuurelementen die zij beeldend opvoert. \u2018Dezelfde weg die wij samen gingen\u2019 en die zij nu alleen gaat, is \u2018losgeraakt van het bos, de zoom van het veld\u2019, verschuift stilliggend naar belendend terrein. \u2018Lippen van het water\u2019 spitsen zich verlangend naar de hemel boven zich. \u2018Schaduw biedt zijn raadsels aan, \/ wakker in rust\u2019.<br \/>\nDe paradoxen\u00a0en woordspelingen uit de eerste bundel maken hier plaats voor lyrische omschrijvingen van een mentaal rustiger soort.<\/p>\n<p><strong>3<\/strong><\/p>\n<p>In 1980 publiceerde Elly de Waard <i>Westers<\/i>, vertalingen van gedichten van de negentiende-eeuwse Emily Dickinson. Een hels moeilijke opgaaf. Dickinson&#8217;s gedichten laten een vertaler nog geen lettergreep ruimte, ze zijn uiterst geconcentreerd. Daar komt bij dat haar Engels die overvloed van onbeklemtoonde syllaben niet vertoont die het Nederlands nu eenmaal nodig heeft voor\u00a0meervoudsuitgangen, lidwoorden, voorzetsels, genitief- en datiefomschrijvingen. Nederlands op zich doet dus al af aan Dickinsons Engels. En op een of andere manier doet haar taal abstracter aan dan in het Nederlands ooit voorkomt, denkelijk o.m. door haar negentiende-eeuws hoofdlettergebruik in combinatie met weglating van het lidwoord. Vergelijk voor dit alles:<\/p>\n<div class=\"poem\">\n<div class=\" line \"><em>&#8216;The Notice to the startled Grass<br \/>\n<\/em><em>That Darkness &#8211; is about to pass &#8211;<\/em><\/div>\n<\/div>\n<div>\n<p><em>Aankondiging aan het geschrokken Gras:<br \/>\n<\/em><em>De Duisternis &#8211; verhaast zijn pas.&#8217;<\/em><\/p>\n<\/div>\n<div><\/div>\n<div>Maar binnen het kader van het bijna onmogelijke zijn er toch veel knappe dingen geleverd, vooral in Dickinsons latere verzen, waar de lading het gaafste is behouden. De Waard heeft met Dickinson de hang naar het abstracte gemeen, dat wordt toegelicht aan het heel concrete.<\/div>\n<div><\/div>\n<div><\/div>\n<div><strong>4<\/strong><\/div>\n<div><\/div>\n<div>\n<p class=\"indent\">Verbazing en verrassing dan ook bij de bundel die in 1981 verschijnt: <i>Furie.<br \/>\n<\/i>Liefdesgedichten <em>everywhere<\/em>. Alles in het teken van de liefde, de verliefde, de geliefde. Renaissance bij uitstek.<br \/>\nAfstand heeft nu kennelijk afgedaan, furie veronderstelt onstuimige nabijheid. Meestal vertonen dichtersloopbanen de omgekeerde lijn: van liefdesgedichten naar &#8216;hogere&#8217; vormen van levenservaring en abstractie. Ik vroeg haar dat, verrast. &#8216;Ik voel mij in mijn jongelingsjaren&#8217; was het antwoord &#8211; waarover dient te worden nagedacht.<br \/>\nThema van\u00a0<em>Furie:<\/em>\u2018passie die door inknotting, verrukt ervaren tegenwerking, condensering alleen maar n\u00f3g intenser, en feller woedt. Liefdes bezetenheid als bezieling, inspiratiebron\u2019 (het negatieve wraakelement van \u2018furie\u2019 is van veel later datum en hier niet van toepassing).<\/p>\n<p><em>&#8216;Verbazing over hoe intens<br \/>\nDeze processen kunnen zijn zonder geluid te maken.<\/em><br \/>\n<em>Water dat zich beslaat &#8211; zwetende fles!<\/em><\/p>\n<p><em>De mijne zoeken zich in woorden kwijt te raken &#8211;\u00a0<\/em><br \/>\n<em>Klinkend condens.<\/em><\/p>\n<\/div>\n<div>\n<p>Eenzelfde mateloosheid, ingeperkt, en aangepast aan wie z\u00f3 wordt liefgehad, spreekt uit \u2018Het liefst was ik&#8230;\u2019 dat na dit artikel voluit wordt geciteerd. Ochtend, middag, avond, ieder dagdeel kent in <i>Furie<\/i> eigensoortig verlangen naar die ene die er meestal niet is, of, indien wel, terughoudt, weigert. \u2018Je mond, die toegang geeft tot je gezicht, \/ ontkent in zwijgen zijn ontvankelijkheid\u2019, \u2018je stond mij toe, maar slechts ten dele &#8211; \/ Gescherpt door honger zijn mijn lippen nog \/ Gaver dan mijn geweten gebleven\u2019.<\/p>\n<p class=\"indent\">Liefdesverlangen komt hooguit verstolen aan haar trekken. Bij het eerste citaat van de twee hierboven hoort: \u2018O die verscholen bloeien zijn de beste, \/ Niet die zich koesteren aan de drukte van een weg \/ Maar die de zeewind heimelijk over hun verborgen vruchten laten gaan\u2019.<\/p>\n<p class=\"indent\">Ik liet daarnet even, zo in het voorbijgaan, het woord \u2018renaissance\u2019 vallen. De gedichten uit <i>Furie<\/i> hebben iets uitgesproken renaissancistisch, en niet alleen door de specifieke, hierboven omschreven benadering van onvervulde erotiek. Strofen als:<\/p>\n<p><em>&#8216;Liefste, die mijn bestaan bekort<br \/>\nDoor het kloppen van mijn hart zo te versnellen&#8217;\u00a0<\/em><\/p>\n<p>herinneren regelrecht aan Hooft:<\/p>\n<p><em>&#8216;Maar &#8217;t schijnt\u00a0<\/em><i>verlangen daer sijn naem af heeft gecreghen,<br \/>\n<\/i><i>Dat jck den Tijdt, dien jck vercorten wil, verlang\u2019.<\/i><\/p>\n<\/div>\n<p>Het is vooral de aard van de paradox die hem dat doet: de literaire verrukking om het gestyleerde verlangen op zich, de beminde die vaag blijft, vaag moet blijven, alleen mond, ogen, contouren van een begeerd lijf, de minnaar die in langgerekt verlangen de vluchtende nymf beweent, bezingt alsof hij niets anders te doen had. <i>Furie<\/i> wemelt van dat soort literaire paradoxen, chiasmen en woordspelingen:<\/p>\n<p><em>&#8216;En zich bewust dat het geluk daar<br \/>\nLigt waar het zich verlaagt (..)<\/em><\/p>\n<div class=\" line \">\n<div class=\"line-content-container\">\n<div class=\"line-content\"><em>Bonzend geraakt, geknield,<\/em><i> sacraal, infaam &#8211;<\/i><\/div>\n<\/div>\n<\/div>\n<div class=\" line \">\n<div class=\"line-nr\"><i>Zoals je mij bezielt, ik jou belichaam -\u2019<\/i><\/div>\n<\/div>\n<div><\/div>\n<div>en:<\/div>\n<div><\/div>\n<div><em>&#8216;Je naald heeft, in balans, getrild<br \/>\nEn hangt nu, hoogst gevoelig, stil &#8211;<\/em><\/div>\n<div><\/div>\n<div><em>O wuft geluk dat je mij geeft:<\/em><br \/>\n<em>Aan je gewaagd te zijn geweest!&#8217;<\/em><\/div>\n<div><\/div>\n<div><\/div>\n<p>Hooft is een goede vergelijking, zelfs in het wederzijds bezielen en belichamen, &#8211; maar beter nog is het deze po\u00ebzie te vergelijken met de Elisabethean Poets: Donne vooral, maar ook Carey, George Herbert, Drayton. Hetzelfde cerebrale bedwingen (en aanvuren!) van passie, hun spelen met woorden, gewaagde toespelingen, paradoxen in de beste trant van Shakespeare, de voor die dichters zo karakteristieke mengeling van irre\u00eble aanbidding en godinnelijke afstandelijkheid, verwoord in bijna abstracte taal, en toch gecompliceerd en verwarrend nabij. Het opwindende en verwarrende gevoel waarmee ik ruim een kwart eeuw geleden bovengenoemde renaissancisten las, verwarrend door hun gestyleerde hoogspanning aan erotiek in cerebrale, bijna mani\u00ebristische maskerade, datzelfde gevoel krijg ik, verrast, bij lezing van veel gedichten uit <i>Furie<\/i>, en op vergelijkbare gronden. Alleen geen sonnetten hier, zover gaat De Waard niet, maar zelfs elegie\u00ebn ontbreken niet.<br \/>\nHet gemak ook waarmee Engelse po\u00ebten van hooggestemdheid naar de meest uitgesproken<br \/>\ntrivialiteiten\u00a0konden switchen (Henry Carey had daar een handje van, \u2018She&#8217;s the darling of my heart, and she lives in our alley\u2019), datzelfde switchen bij Elly de Waard:<\/p>\n<p><em>&#8216;Dat van mijn voeten tot de hoogste lucht<br \/>\nIk om jou zucht<\/em><br \/>\n<em>Terwijl je naast die ander staat &#8211;<\/em><br \/>\n<em>Dat maakt me kwaad!&#8217;<\/em><\/p>\n<p>Is deze hele imitatio in moderne taal- en strofevormen een allervermakelijkste speelse verhulling? Een andere en meer gemani\u00ebreerde wijze van afstand nemen? De mistress wordt met teveel vuur belaagd dan dat de lezer dit voor 100% gelooft. De zeventiende-eeuwse elementen worden hier toch wel uitermate overtuigend en organisch gebruikt. Zelfs de \u2018ik-vereeuwig-jou-door-mijn-gedichten\u2019-gedachte ontbreekt niet. In ruil voor eindelijke overgave biedt de ik in <i>Furie<\/i> het lief eeuwig voortleven:<\/p>\n<p><em>&#8216;Ach, sta mij eenmaal toe<\/em><br \/>\n<em>Mij aan je uit te drukken, vorm geeft wat raakt &#8211;<\/em><br \/>\n<em>In ruil voor deze overgave<\/em><br \/>\n<em>Word ik tot wie je onsterfelijk maakt&#8217;<\/em><\/p>\n<p><em>Furie<\/em>\u00a0alleen de richting van neo-renaissancisme in te schuiven, is eenzijdig. De gecondenseerde en gepassioneerde weemoed van Emily Dickinson is evenzeer aanwezig. Vier- en zesregelige gedichten in <i>Furie<\/i> tonen een thematiek en een woordkeus die rechtstreeks aan de vertaalde voorgangster doet denken, de korte uitgebalanceerde vorm verhevigt die indruk:<\/p>\n<p><em>&#8216;In de lege kamers van het hart<br \/>\nBonzen de stappen van wie het verliet &#8211;<\/em><br \/>\n<em>Gestage tred over het naakt plankier<\/em><br \/>\n<em>Ontsluit de gang naar het infarct&#8217;.<\/em><\/p>\n<p>Soms ook ervaar ik ineens Bloem in\u00a0<i>Furie<\/i> (\u2018Is wat de opdracht is van elke dag aan elk voor zich \/ De tijd te doden tot wij sterven\u2019). Maar ook in <i>Luwte<\/i> troffen mij al reminiscenties aan deze dichter (\u2018zoeter dan leven is de dood \/ maar aan dezelfde grens gebonden\u2019).<\/p>\n<p class=\"indent\">Imitatie van po\u00ebzie uit 17e en 19e eeuw, echo&#8217;s van Bloem, neo-renaissancisme, neo-classicisme, maar zeer twintigste-eeuws en zeer eigenzinnig De Waard, dat zijn nogal heterogene elementen. Naar mijn gevoel heeft zij ze bijeen kunnen brengen en verwerken tot een heel organisch en heel eigen-aardig verband. Ik vind het hoogst interessant wat er in <i>Furie<\/i> gebeurt. Mij boeit het zeer, en niet alleen cerebraal, of omwille van het literaire experiment. Maar in mij resoneren dan wel jaren en jaren literatuurgeschiedenis, ambtshalve.<\/p>\n<p style=\"text-align: center;\">*****<\/p>\n<p>Het missen van de levenden<br \/>\nis misschien vreselijker toch<br \/>\ndan van de doden, want onzeker.<\/p>\n<p>De kwelling dat zij afgesneden<br \/>\nvan ons bestaan, voedt nog een hoop<br \/>\ndie zich niet doden laat zolang zij leven.<\/p>\n<p>(<em>Afstand)<\/em><\/p>\n<p style=\"text-align: center;\">*****<\/p>\n<p>Gevoel &#8211; is de concreetste kracht,<br \/>\nHet is inconsequen<br \/>\nTe doen alsof je een abstract<br \/>\nEn niet een lijfelijk wezen bent.<\/p>\n<div class=\"poem-small-margins\">\n<div class=\" line \">\n<div class=\"line-content-container\">\n<div class=\"line-content\">Mijn \u2018masculiene overtuigingskracht\u2019<\/div>\n<\/div>\n<\/div>\n<div class=\" line \">\n<div class=\"line-nr\">Stuit af op je Vestaalse pantser &#8211;<\/div>\n<\/div>\n<div class=\" line \">\n<div class=\"line-nr\">Immuun voor wat ik wil<\/div>\n<\/div>\n<div class=\" line \">\n<div class=\"line-content-container\">\n<div class=\"line-content\">Houd je je maagdelijk in mijn macht.<\/div>\n<\/div>\n<\/div>\n<div class=\" line \">\n<div class=\"line-nr\"><\/div>\n<div class=\"line-content-container\">\n<div class=\"line-content\">Ach, sta mij eenmaal toe<\/div>\n<\/div>\n<\/div>\n<div class=\" line \">\n<div class=\"line-nr\">Mij aan je uit te drukken, vorm geeft wat raakt &#8211;<\/div>\n<\/div>\n<div class=\" line \">\n<div class=\"line-nr\">In ruil voor deze overgave<\/div>\n<\/div>\n<div class=\" line \">\n<div class=\"line-nr\">Word ik tot wie je onsterfelijk maakt.<\/div>\n<\/div>\n<\/div>\n<div><\/div>\n<div><em>(Furie)<\/em><\/div>\n<div class=\"poem\">\n<div class=\" line \"><\/div>\n<\/div>\n<p style=\"text-align: center;\">*****<\/p>\n<div class=\" line \">\n<div class=\"line-content-container\">\n<div class=\"line-content\">Het liefst was ik een emir die je naar believen<\/div>\n<\/div>\n<\/div>\n<div class=\" line \">\n<div class=\"line-nr\">Kon ontbieden, maar je dwong mij, liefste,<\/div>\n<\/div>\n<div class=\" line \">\n<div class=\"line-nr\">Tot het eunuchschap.<\/div>\n<\/div>\n<div class=\" line \">\n<div class=\"line-nr\"><\/div>\n<div class=\"line-content-container\">\n<div class=\"line-content\">Van alle paradoxen is de wreedste deze:<\/div>\n<\/div>\n<\/div>\n<div class=\" line \">\n<div class=\"line-nr\">Castratie om te kunnen leven,<\/div>\n<\/div>\n<div class=\" line \">\n<div class=\"line-nr\">Mijn hartstocht op jouw maat gesneden &#8211;<\/div>\n<\/div>\n<div class=\" line \">\n<div class=\"line-nr\"><\/div>\n<div class=\"line-content-container\">\n<div class=\"line-content\">Door een teveel aan liefde als een kat<\/div>\n<\/div>\n<\/div>\n<div class=\" line \">\n<div class=\"line-nr\">Te moeten worden afgestraft.<\/div>\n<\/div>\n<div><\/div>\n<div><em>(Furie)<\/em><\/div>\n<div><\/div>\n<div style=\"text-align: center;\">*****<\/div>\n<div><\/div>\n<div>VIJVER<\/div>\n<div><\/div>\n<div>Fluweel gemarmerd water,<br \/>\nfluwelen karper ademt.<\/div>\n<div><\/div>\n<div>Hoe hoger de zon stijgt<br \/>\nhoe meer er aan het licht komt<br \/>\nvan dit schaduwrijk.<\/div>\n<div><\/div>\n<div>Totdat weerspiegeling<br \/>\nzich mengt met dieper zien.<\/div>\n<div><\/div>\n<div><em>(Luwte)<\/em><\/div>\n<div><\/div>\n<div style=\"text-align: center;\">*****<\/div>\n<div><\/div>\n<div>Dit artikel verscheen in\u00a0<em>Ons Erfdeel, Jaargang 24 (1981)<\/em><\/div>\n<div>Bij herlezing kan ik niet anders dan een grote waardering opbrengen voor de nauwgezetheid van deze bespreking en de verrassende juistheid van de inzichten met betrekking tot de po\u00ebtische traditie waarin ik sta. Een stuk als dit is nog nooit over mij geschreven en inderdaad, ik zie mijzelf \u00f3\u00f3k als een volstrekt &#8216;eigen-aardig&#8217; dichter, een opmerkelijke eenzaat kortom!<\/div>\n<div><\/div>\n<div>EdW<\/div>\n<div><\/div>\n<div><\/div>\n<div><\/div>\n<div><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p><a href=\"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/?attachment_id=28143\" rel=\"attachment wp-att-28143\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"aligncenter size-full wp-image-28143\" src=\"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/05\/fullsizeoutput_649.jpeg\" alt=\"\" width=\"470\" height=\"586\" srcset=\"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/05\/fullsizeoutput_649.jpeg 470w, https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/05\/fullsizeoutput_649-241x300.jpeg 241w\" sizes=\"auto, (max-width: 470px) 100vw, 470px\" \/>Foto: Daan Cartens<\/a><\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[10,15,14],"tags":[],"class_list":["post-28142","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-afstand","category-furie","category-luwte"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/28142","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=28142"}],"version-history":[{"count":31,"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/28142\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":28177,"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/28142\/revisions\/28177"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=28142"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=28142"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=28142"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}