{"id":28766,"date":"2021-01-26T22:42:37","date_gmt":"2021-01-26T21:42:37","guid":{"rendered":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/?p=28766"},"modified":"2021-01-26T22:42:37","modified_gmt":"2021-01-26T21:42:37","slug":"ida-gerhardt-de-zomen-van-het-licht","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/?p=28766","title":{"rendered":"IDA GERHARDT  |   DE ZOMEN VAN HET LICHT"},"content":{"rendered":"<p><a href=\"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/?attachment_id=28767\" rel=\"attachment wp-att-28767\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"aligncenter size-full wp-image-28767\" src=\"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/wp-content\/uploads\/2021\/01\/IMG_1678.jpg\" alt=\"\" width=\"640\" height=\"478\" srcset=\"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/wp-content\/uploads\/2021\/01\/IMG_1678.jpg 640w, https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/wp-content\/uploads\/2021\/01\/IMG_1678-300x224.jpg 300w\" sizes=\"auto, (max-width: 640px) 100vw, 640px\" \/><\/a><\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>In 1979 kreeg Ida Gerhardt de Meesterschapsprijs van de Maatschappij voor Letterkunde en in 1980, als eerste Nederlandse dichteres, de P. C. Hooftprijs. Misschien dat de creativiteit van deze ruim zeventigjarige iets te maken heeft met die late waardering van haar werk. In korte tijd verschenen in elk geval drie bundels: <em>Het sterreschip<\/em> (1979),<em> Dolen en dromen<\/em> (1980) en nu <em>De zomen van het licht<\/em>, haar beste sinds jaren.<span class=\"Apple-converted-space\"><br \/>\n<\/span>In 1980 kwamen bovendien haar <em>Verzamelde gedichten<\/em> uit.<span class=\"Apple-converted-space\">\u00a0<\/span>In de jaren daarv\u00f3\u00f3r lag er gemiddeld vier of vijf jaar tussen het verschijnen van haar bundels. Zo werd <em>Vijf vuurstenen<\/em>, de bundel v\u00f3\u00f3r <em>Het sterreschip<\/em>, in 1974 gepubliceerd; in het openingsvers hiervan noemt de dichter als een van de stenen die haar zijn meegegeven om vuur uit de taal te slaan: \u201eHet onge\u00eberd zijn in uw eigen land.&#8221;<\/p>\n<p>Weerstand en zelfs tegenstand kunnen voor een dichter vormgevende elementen zijn. Ze dwingen degene, die de moed heeft niet bij de pakken te gaan neerzitten, zich zo sterk mogelijk te maken. Maar tegenwind is alleen in beginsel gunstig. Is de vorm eenmaal gevonden \u2014 en dat is bij Ida Gerhardt eigenlijk al sinds <em>Het levend monogram<\/em> (1956) het geval \u2014 dan is men meer gebaat bij andere omstandigheden om verder uit te kunnen groeien. Een ontvankelijk klimaat is voor een schrijver even belangrijk als voor welk levend wezen ook. Van h\u00f3eveel belang die waardering voor deze dichter is, maken verschillende verzen in<em> De<\/em> <em>zomen van het licht<\/em> duidelijk. Hun titels spreken haast voor zichzelf: \u201eToen Holland antwoord gaf&#8221; en \u201ePo\u00ebta Laureatus&#8221; I en II.<span class=\"Apple-converted-space\">\u00a0<\/span>In het eerste is sprake van verbijstering: \u201eDat mij dit nog gewerd: \/ van mijn werk de late erkenning&#8221;; en in de beide andere van een groeiende bescheidenheid met betrekking tot het kunnen schrijven: <em>\u201eO<span class=\"Apple-converted-space\">\u00a0<\/span>raadselachtig woord: ik taal<\/em> <em>ernaar \u2014&#8221;<\/em> en \u201eGij weet zij zijn niet van mijn hand&#8221;, waarin van het uiteindelijk verworvene zelfs geheel afstand wordt gedaan.<br \/>\nToch zijn het niet de concrete mededelingen over de late erkenning die benadrukken hoe belangrijk deze voor de dichter was. Dat spreekt veel meer uit de lichtere toon, de toegenomen speelsheid en de grotere directheid die zij zich nu lijkt te kunnen permitteren.<span class=\"Apple-converted-space\"><br \/>\n<\/span>Er is sprake van een laten vieren van de bij Ida Gerhardt ook in metrisch opzicht altijd strak gespannen teugels.<span class=\"Apple-converted-space\">\u00a0 <\/span>Dat was in <em>Dolen en dromen<\/em> al het geval, waardoor dit zich nu veel duidelijker als een overgangsbundel laat karakteriseren.<span class=\"Apple-converted-space\"><br \/>\n<\/span><em>Dolen en dromen<\/em> is \u00e9\u00e9n lang vers met een toon die vaak aan Nijhoffs \u2018Awater\u2019 doet denken, maar de inhoud ervan is grilliger, willekeuriger en ook speelser dan die van het strak gebouwde meesterwerk van Nijhoff. Het bood Gerhardt de gelegenheid haar meesterschap in het \u201eblank verse&#8221;, al eerder in korte gedichten en in de vertaling van Vergilius&#8217; <em>Georgica<\/em> bewezen, op een lang en ook in de breedte (de jambische vijfvoet) werkend gedicht te laten zien.<br \/>\nIn po\u00ebtisch-technisch opzicht behoort Ida Gerhardt tot de meest vooraanstaande dichters in het Nederlandse taalgebied van dit moment \u201eNiets onthult de zwakheden van een dichter zozeer als klassieke po\u00ebzie, en daarom wordt die op zo\u2019n grote schaal ontweken,&#8221; zegt Joseph Brodsky in zijn artikel over Anna Achmatova (<em>Maatstaf<\/em>, jan. 1983). Als we de Nederlandse po\u00ebzie onder verdelen in twee stromingen, die van de experimentelen en die van de klassieken, dan behoort Ida Gerhardt tot de laatste richting. En daarbinnen is zij met Elisabeth Eybers tot het meeste in staat.<\/p>\n<p>In <em>De zomen van het licht<\/em> vormt \u201cBij dag en nacht&#8221; een nog beter voorbeeld van rijmloos metrisch parlando dan <em>Dolen en dromen<\/em> omdat het vers, hoewel iets minder lang, een veel grotere eenheid heeft. Het gaat over de droom (\u201edie vreemdeling, die met de toverkap, \/ die omgaat in de mens bij dag en nacht&#8221;), over lerland, het werk en de ouderdom en verwoordt vaak zeer direct de dagelijkse dingen van de dichter.\u00a0Uitweidend over een droom, die zij vlak v\u00f3\u00f3r de invasie in 1945 had van de slag bij Salamis, naar Aeschylus&#8217; beschrijving in<em> De Perzen<\/em>, zegt zij:<br \/>\n\u201eEens, ons een inzicht openend terloops, \/ zei Leopold: &#8216;de namen-symphonie.&#8217; \/ Met bijna zwijgen heeft hij mij destijds \/ na afloop van de les, toen ik iets vroeg, \/ tot het besef gebracht van het geheim \/ der woorden. Zonder aarzeling. Zeggend nog \/ terzijde, bij het afgaan van de trap: \/ &#8217;toen waren vers, muziek, en dans nog \u00e9\u00e9n; \/ begrijpt zij wel?&#8217; En wendde zich.&#8221;<span class=\"Apple-converted-space\"><br \/>\n<\/span>De dichter Leopold, die Ida Gerhardts leraar oude talen was aan het Erasmiaans gymnasium in Rotterdam, is voortdurend in Gerhardts werk aanwezig, maar hij treedt in deze bundel pas met naam en toenaam op de voorgrond. Zo staat er in het gedicht over het vertalen van het verhaal van Odysseus en de Cycloop:<br \/>\n\u201eVoor een jong en gespitst gehoor \/ vertaalde Leopold het voor, \/ boek IX van de Odyssee \u2014 \/ &#8216;die mij het oog heeft uitgeblind.&#8217; \/ Ik was nog onbeproefd, een kind.&#8221;<span class=\"Apple-converted-space\">\u00a0<\/span><\/p>\n<p>Uit <em>De hand van de dichter<\/em>, over Ida Gerhardt van M. H. van der Zeyde wisten we al hoeveel indruk deze passage, die Leopold \u201eals tractatie&#8221; op de laatste dag voor de vakantie in eigen vertaling voorlas, maakte.<span class=\"Apple-converted-space\">\u00a0<\/span>Uit deze korte biografie weten we ook dat Leopold het schoolkind, net als de weinige anderen met wie hij een voorzichtige vriendschap sloot, van zich afstootte, toen zijn met zijn doofheid groeiende argwaan pathologische vormen aannam. Deze ongetwijfeld traumatische gebeurtenis vindt zijn weerslag in het vers \u201eTweespraak&#8221; met regels als, \u201cIk ken u \u2014 en ik ken u niet,&#8221; \u201eGij, die mij onverhoeds verried,&#8221; \u201cDie Leopold zijt. \u2014 En ook niet&#8221;.<br \/>\nIdaGerhardt brengt het haar door Leopold onthulde \u201egeheim der woorden&#8221; in deze bundel verschillende malen in praktijk. Onder andere in &#8220;Musisch II&#8221; over een op muziek verliefde hagedis:<\/p>\n<p>Daar waar het stenen trapje is,<br \/>\nbrokkelig, en nog g\u00e9\u00e9n voet breed,<br \/>\nhuist in een schemerige spleet<br \/>\nmuziekverliefd de hagedis,<br \/>\ndie komt als ik een wijsje fluit<\/p>\n<p>en zit gespitst op het geluid:<br \/>\nreptiel dat, roerloos, hevig leeft.<br \/>\nIn prachtbrokaat, smaragd met goud,<span class=\"Apple-converted-space\"><br \/>\n<\/span>fonkelend jong en eeuwen oud;<span class=\"Apple-converted-space\"><br \/>\n<\/span>of Orpheus hem betoverd heeft.<span class=\"Apple-converted-space\">\u00a0<\/span><\/p>\n<p>Wiens kloppend keeltje bijna faalt,<br \/>\nwiens kleine hart het nauwelijks haalt<br \/>\nals het wijsje komt, en rijst en daalt,<br \/>\ndat hij voor altijd uitverkoos.<br \/>\nHoor! \u2018daar was laatst een meisje loos.\u2019<\/p>\n<p>Ook in \u201eVoorjaarsmorgen,&#8221; waarvan regels als \u201eHet dak ontwaakt, de muren krijgen oren&#8221; bewijzen dat zij elders de waarheid spreekt als zij zegt dat zij zich uiteindelijk op Shakespeare&#8217;s Songs verlaat. Of op een enkele regel van Vasalis.<span class=\"Apple-converted-space\">\u00a0<\/span><\/p>\n<p>De geschiedenis van de po\u00ebzie speelt in dit werk altijd een rol. De<span class=\"Apple-converted-space\">\u00a0<\/span>namen Homerus, Sappho, Leopold, Achterberg, Vergilius of Vasalis dienen zich steeds aan, maar in deze bundel is de po\u00ebzie op de meest levendige wijze vertegenwoordigd. Zo flitst Bredero nog even op de schaats voorbij in \u201eWinter onder Schellingwoude&#8221;, op weg naar het wak dat de aanleiding tot zijn dood zal worden: \u201dgrauw, verbeten. \u2014 Door die \u00e9ne \/ ongenaakbaar afgewezen&#8221;.<br \/>\nEn het oude Nederlandse lied \u201eSchoon lieveke, waar waarde gij&#8221; is voor de dichter door de als kind verkeerd begrepen ondertekening \u201eANON&#8221; (is: Anoniem) aanleiding tot een reeks fraaie beschouwingen.<span class=\"Apple-converted-space\">\u00a0<\/span><\/p>\n<p>\u201eBij Plato\u2019s Phaedrus&#8221; levert, in tegenstelling tot wat deze titel misschien zou doen verwachten, een prijs op voor openingsregels met de meeste vaart<\/p>\n<p>\u201eCrux in de tekst. \u2014 Ik faalde als tolk. \/\u00a0Een zoon van Schoklands<span class=\"Apple-converted-space\">\u00a0<\/span>poldervolk,\/\u00a0die steevast uren voor \u00f3ns uur, \/\u00a0bij dauw zijn vaders koeien molk, \/ vond een briljante conjectuur: \/ de strakke woorden schoten vuur.&#8221;<br \/>\nEn \u201eHet symposion&#8221; bevat de vondst dat de koppen van Socrates en Verlaine op elkaar lijken.<\/p>\n<p>Het wonder van Ida Gerhardts dichterschap is niet eens in de eerste plaats haar techniek, maar veeleer haar vitaliteit en daar neem je haar soms archa\u00efsche taalgebruik bij op de koop toe. Die hoort nu eenmaal bij haar. Dat doe je ook met zulke gedichten als \u201eAnno 1982&#8243; I en II, over partnerruilende paren en abortus-artsen, die ontstaan zijn uit morele verontwaardiging \u2013 van oudsher een slechte inspiratiebron voor po\u00ebzie.<br \/>\nLiever wijs ik nog op een paar gedichten die tot de beste van deze bundel behoren en die allemaal in dat onnavolgbare \u201eblank verse&#8221; of halfrijm geschreven zijn. \u201eNa de vloed&#8221; kan zich, met zijn strand-, licht- en vogelsymboliek meten met het allerbeste uit haar hele werk; \u201eHerfst aan de Schelde&#8221; is een geheimzinnig verhaal over schepen, een logement aan de haven, water en vreemde talen, waaromheen de adem van \u201eMoby Dick&#8221; hangt; en tenslotte de zeer navrante begin- en eindverzen \u201eGrensgeval&#8221; I en II. Daartussen ligt de hele bundel ingeklemd, ze hebben de ouderdom en de naderende dood tot onderwerp.<span class=\"Apple-converted-space\">\u00a0<\/span><\/p>\n<p>ELLY DE WAARD<br \/>\n<em>De Volkskrant,\u00a0<\/em>11 maart 1983<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p><a href=\"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/?attachment_id=28767\" rel=\"attachment wp-att-28767\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"aligncenter size-full wp-image-28767\" src=\"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/wp-content\/uploads\/2021\/01\/IMG_1678.jpg\" alt=\"\" width=\"640\" height=\"478\" srcset=\"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/wp-content\/uploads\/2021\/01\/IMG_1678.jpg 640w, https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/wp-content\/uploads\/2021\/01\/IMG_1678-300x224.jpg 300w\" sizes=\"auto, (max-width: 640px) 100vw, 640px\" \/><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[1],"tags":[],"class_list":["post-28766","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-algemeen"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/28766","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=28766"}],"version-history":[{"count":5,"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/28766\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":28772,"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/28766\/revisions\/28772"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=28766"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=28766"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.ellydewaard.nl\/blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=28766"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}