CONCERT DAVID BOWIE in ‘De Kuip’ 25 juni 1983

Frank-Simms-Bowie

Een kalme volksverhuizing trok het afgelopen weekeinde naar het Rotterdamse Feyenoord-stadion. Honderdduizend mensen voor één man: David Jones, alias David Bowie. De ene helft zaterdag, de andere zondag.

Als je de catacomben van dit moderne Colosseum verlaat en de ‘kuip’ betreedt, vouwt het geruis van vijftigduizend mensen zich als een waaier voor je open. Een indrukwekkende ervaring. Over de tribunes hangt een soort grauwe kleurigheid, door de dreigende lucht. Tegen die lucht staan op korte afstanden van elkaar langs de hele bovenste rij de silhouetten van mensen. Ze doen denken aan de beelden op het dak van het Leningradse Winterpaleis.
Een bocht van het stadion-ovaal is als podium ingericht. Aan een reusachtige kraan die hoog boven alles uittorent hangt een overkapping voorzien van grauwe platte tempelfriezen die het tot een soort hedendaags Pergamum maken. De vele vierkante meters luidspreker aan beide zijden van het podium zijn afgedekt met een grijze nylon stof. Rechts daarbovenop een zilveren lurex maan waarvan de stof lijkt af te kabbelen als water; links een wat knobbelige hand die wijst naar het filmdoek boven het podium. Later zal daarop Bowie’s doen en laten rechtstreeks worden weergegeven.
Het optreden van de Australische groep Icehouse is al afgelopen en de geluidsinstallatie zendt muziek uit op een volume dat het stadion reduceert tot een te kleine huiskamer. De leeftijd van het publiek is moeilijk te schatten, maar het lijkt voornamelijk jong. Dat deel lag waarschijnlijk nog in de wieg toen het idool zijn eerste platen maakte.

De lichtkrant meldt dat de prijs van een frikadel 1,50 gulden is, dat Bowie ook in de bioscoop te zien is en dat Muziek Expres veel van hem houdt. De kuipkroket doet 1,40. Later verschijnt er ook nuttiger informatie, zoals vertrektijden van de laatste treinen. Er zijn weinig spandoeken. Bowie’s kwaliteit behoeft kennelijk geen betoog.
Van der Louw, de voormalige burgemeester van Rotterdam, strijkt neer op het vóór-ereterras en begint meteen mee te wippen op de welluidende reggae van UB40, die inmiddels het podium heeft betreden. Het veld loopt aan de kant van de muziek te hoop waardoor achteraan opeens plekken gras zichtbaar worden. Aan de voorkant vormen de duizenden koppen een soort kokosmat van haar. Hashwolken beginnen op te stijgen.
Er wordt af en toe meegezongen en geklapt, maar blijkbaar is de groep toch niet onderhoudend genoeg, want er gebeurt opeens iets merkwaardigs. Op een van de groene plekken achterin is een jongen een dansje gaan maken en opeens heeft hij en niet UB40 de aandacht. Hij maakt een kuitenflikker en gejuich is zijn deel. Een mislukkende snoeksprong: nog harder gejuich. Over het veld beginnen hele massa’s naar hem toe te hollen. Alle hoofden, ook op de tribunes, zijn nu van het podium afgewend. De groep gaat intussen onverdroten verder met het verzorgen van de achtergrondmuziek voor dit vrolijke anti-evenment. Als een nummer uit is wordt er voor de danser om ‘more’ geschreeuwd. Na afloop gaat hij op de schouders.

Het is lang wachten tot David Bowie komt.Op het vóór-ereterras wordt het steeds drukker. Belangwekkend uitziende lieden wapperen met de telexen van het tourschema. De intrigerend geklede types met rood-witte petten blijken stadion-wachten te zijn. Een waterig zonnetje breekt door, maar het is een lichtbak. Er steekt een frisse avondwind op. Talking Heads zijn via de luidsprekers te horen. De massa gedraagt zich kalm en ordelijk, de medische dienst zit met de armen over elkaar en ook een legertje agenten en agentes kijkt verlangend naar het podium.
Om half tien is het eindelijk zover. Bowie-gezangen breken los als de bandleden, in pakken en Indiase kostuums het toneel opduikelen. Speciaal Frank en George Simms die de koorzang verzorgen, zien er in hun pakken met pochet en hoed fraai uit. Een stem kondigt aan: ‘Het is vijf jaren geleden..’, en daar is hij: goudblond, lichtblauw kostuum, gestreepte das en een en al elegante beweging.
Star is het eerste nummer en het hele veld en alle galerijen swingen meteen mee. Een lila belichting glijdt over de tempelfriezen die hierdoor aan diepte winnen. Twee reusachtige plastic condooms blijken opeens functionele Dorische zuilen te zijn en de honderden lege zitplaatsen achter het podium geven plotseling het gevoel in een klassiek amfitheater te zitten. Maar de verhoudingen zijn nog wel zoek. De projectie van de videocamera’s op het scherm komt nog niet door omdat het te licht is en Bowie is een minuscuul figuurtje wiens geluid vele malen groter is dan hijzelf.
Een illusie van realiteit vult deze wanverhouding op. Door de verrekijker komt hij dichterbij en wordt ook de precieze choreografie en pantomime waarmee zijn zangers hem omringen duidelijker. Ze bewegen zeer gestileerd met hem mee om de mricrofoon. Naarmate het donkerder wordt komt alles echter beter tot zijn recht.
Op het filmdoek is zijn zweet te zien, maar het duurt even voor de hersenen een nieuwe coördinatie vinden voor het gefragmenteerde aanbod dat in drie lagen van dezelfde werkelijkheid wordt gepresenteerd: de basisrealiteit van het podium, de vergroting van het geluid en de detailvergroting van de film. En is het niet vreemd om een film te zien waarbij je rechtstreeks betrokken bent? Je ziet in detail hoe Bowie met kennelijk genoegen de hier zeer reële zin ‘Sway through the crowd to an empty space’ uit Let’s dance zingt. En je ziet hem trots lachen om het applaus.
Naarmate het concert vordert stijgt je bewondering. Wat er op het scherm en op het podium te zien is verraadt een hoge graad van technische en artistieke perfectie. Bowie houdt zowel rekening met de camera’s als met het publiek, de regisseur snijdt ter plekke close-ups aan totalen, wisselt, adequaat reagerend op de muziek, van beeld en vertraagt waar dat het effect verhoogt.
En je begrijpt dat Bowie opnieuw de grenzen van wat er met theatrale middelen bereikt kan worden heeft verzet, zoals hij ook tijdens zijn wereldtournees van 1978 en 1976 deed. Dit is de eerste multi-mediashow die die naam werkelijk verdient. De pilaren wapperen in de wind waardoor het hele antieke decor weer op losse schroeven komt te staan: alles kan hier.
Tijdens Space oddity rolt een grote ballon getekend als wereldbol het stadion in dat door zijn duizenden brandende aanstekers in een melkwegstelsel is veranderd. Er wordt massaal gezongen. Het is wonderschoon. Op het filmdoek waait de avondwind door het blonde haar van de zanger, tegelijkertijd bollen buiten het beeld in de andere werkelijkheid de gordijnen voor de luidsprekers op en waaien de lege plastic koffiebekers over de hoofden van de vóór-eretribunegasten. Lage spots over de tienduizenden koppen op het veld illustreren Fame. Aan de ovaties na afloop hoeft niets toegevoegd te worden.

Elly de Waard, De Volkskrant, 27 juni 1983
Deze wereldtournee staat bekend als The serious moonlight tournee

3255649807

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

2 Reacties op CONCERT DAVID BOWIE in ‘De Kuip’ 25 juni 1983

Toon Reacties (2)

Geef een reactie