BUIKZWAM DE AARDSTER

Ik zag de eerste gekraagde aardster al in het veld staan. Nog prachtig rond en met een gave tekening als van heel fijn behang. Ik kan het niet nalaten om Het Gedicht over deze paddestoel hier neer te zetten, van Chr. J. van Geel natuurlijk.

Hij springt tot ster in slippen open,
hij draagt van binnen rookdun zaad,
hij stuift zijn sporen maar hoe stuift
hij als hij niet wordt aan geraakt?

Chr.J. van Geel
uit: Vluchtige verhuizing

En die laatste vraag: hoe stuift hij als hij niet wordt aangeraakt? Daar gaat het natuurlijk om, ook bij mensen.

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie

LIEFDE EN AUTO’S

De autoramen zijn beslagen
de schemering is nog niet diep

genoeg; de autozetels staan
ten laagste, stand die voor het vrijen

het minste ongemak oproept.
En ’s avonds laat kijken passanten

verwonderd om het roepen
uit de donkere wagen op

en hun verbazing kan ik delen:
ben ik nooit ouder dan achttien

geworden? dat het intiemste
op mijn veertigste nog moet

op straat?

Uit: Eenzang

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie

IN DE NACHTEN LAWAAI

Alle dagen nieuwe dingen, het bos
beweegt zich vanzelf, ook van zijn plaats –
Onder dekking van de najaarsnacht
is een oude, al jaren ontkroonde boom
die alleen nog overeind gehouden werd
door cobradikke klimopkabels
(waarvan de boogvormig uitstaande takken
in bloei de stam een mimicri
van leven verleenden) omgevallen –
De wortels steken omhoog als de
afgescheurde leidingen uit het puin
van een in elkaar gestort flatgebouw.
Het zijn de wortels van de Hedéra Helix
die zich hier niet in de lucht maar in
de aarde vastklampten aan de zichzelf
vergrondstoffende onderkant van
de nu gevelde abeel. Goudkleurig, alsof
er onder hem, zoals het hoort
een schat begraven lag en aantrekkelijk
delfbaar, licht deze wortelmassa op
uit het gat in de donkere aarde.
De hemelzijde aan de andere kant
bijt geruisloos in het stof. Ook de dreun
die ons ’s nachts verschrikt uit onze slaap
deed opveren is hiermee nu thuis gebracht.

Gedicht: ongebundeld
Beeld: Dorian Hiethaar, droge naald

Geplaatst in Algemeen | 4 Reacties

SAPPHO

Een goede reden om me weer eens actief met de blogzijde van deze website te bemoeien is de rol die de dichter(es) Sappho inneemt tijdens de aanstaande Poetry International Festivaldagen. Het festival heeft zelfs als thema Het onvoltooide. Wie bekend is met het werk van deze allereerste lyrische dichter van de westerse beschaving, weet dat Sappho’s werk niet onvoltooid is gebleven (zoals bijvoorbeeld veel van het werk van J.H. Leopold wel), maar voor het grootste deel in fragmenten aan ons is overgeleverd. Noch bij haar, noch bij deze grote nederlandse dichter was dus sprake van opzet bij de uiteindelijke onvoltooidheid.
In 1988 verscheen van mij een bundel die de naam Onvoltooiing meekreeg. Met deze mooie, tot op dat moment als woord nog niet bestaande titel, gaf ik aan dat ik het onaf zijn, van sommige gedichten, maar ook van de betekenis, hier opzettelijk als stijlmiddel gebruikte. De mogelijkheden van deze vondst zijn door mij verder beproefd in de drie bundels die ik daarop publiceerde, Eenzang, Eenzang twee en Het zij.
Nu is 1988 natuurlijk al erg lang geleden, dat geef ik toe. Het is niets in vergelijking met de zes eeuwen voor Christus waarin Sappho leefde. En daar komt nog iets ernstigs bij.
Het is ook duidelijk dat deze poëzie van vóór de 21ste eeuw is.
Alleen dichters die in die eeuw debuteerden hebben immers met hun verzen toegang tot de bijbehorende Sappho-website.
Ook de begeleidende digitale bronnen zijn zorgvuldig uitgekozen.
Is dat niet de vrouwenpoëzie zo toegenegen zijnde Piet Gerbrandy die daar zijn licht laat schijnen over Sappho bij Hans Faverey?
En de bekende femistische hoogleraar Maaike Meijer die, bij de tijd zoals altijd, de verzen van Ida Gerhardt belicht op Sapfische tendenzen?
Kortom, hoog tijd om hier eens een gedicht neer te zetten dat niet alleen Sappho citeert, maar haar ook met name noemt.

Ik benijd die sterveling
die altijd maar naast je mag

liggen! Als je me ’s nachts onverhoeds
bezoekt, de gedachte

aan je, je ziel me bespringt
vormt hitte me een gloed

tussen dijen en hart en breekt
het krachtige liefdeszweet

mij alzijds uit
trek ik beurtelings bleek weg of schiet

het vuur in mijn wangen
– ik sterf –

Ik ken het verlangen
als geen ander

Zoiets kan mij nu alleen
overkomen, Sappho, omdat ik hier

zoveel weken al in
eenzaamheid woon, ver

van haar en van iedereen weg
op jouw breedtegraad

in Europa, maar de vervulling
ken ik, net als jij

natuurlijk ook

Uit:Het zij

Geplaatst in Het Zij | 1 reactie

Ook deze dode wordt herdacht

Dit gedicht van mij zou in De Volkskrant van zaterdag 5 mei geplaatst zijn, als niet op het laatste moment de artikelen hun ruimte in het herdenkingskatern hadden overschreden. Vandaar nu hier.

DE MOORD

Zes uur, zes uur heeft geslagen
het nieuws gaat over het land
met lichte stap komt naar buiten
een man – hij zakt naar de grond

Als een boom die door de zagen
gekerfd wordt tot halfweg zijn stam
en eigener beweging omvalt
zo is, zo is deze man

Die, neergeschoten wordend – wie
o wie loste het schot? Die schoten
niet te tellen? – op zijn knieën
gaat, nog steeds rechtop

Een man ligt op het plaveisel
van het nieuwscentrum van het land
uit zijn glanzend hoofd, teer en dooraderd
komen zwarte bloedvlechten, lang

Ik zeg, zeg jullie de waarheid
die ik denk en waarin ik geloof
en ik doe, doe nooit als die anderen
minder dan ik beloof –

Een held is in alle tijden
iemand met persoonlijke moed
de moed om het publieke menen
van wie woorden smijten als stenen

als eenling te blijven weerstaan;
om je waarheid steeds weer te zeggen
geen zwijgen je op te laten leggen
held word je, je wordt niet zo geboren

het lot wijst je daartoe aan –
Het zorgvuldig pak ligt verfrommeld
das los, aan het hemd kleeft bloed
op de borstkas drukt men naar leven

en onder de schoen ligt een voet
Zeven uur, zeven uur heeft geslagen
het nieuws dreunt over heel het land
op straat, tussen vreemden bezweken

hard sterfbed, door iedereen bekeken
zijn lijk prijkt in kleur op de krant
Waar was jij, toen je het hoorde?
is de vraag van een vriend die mij belt

Ik stond in de keuken en verstijfde
op de radio was men verbijsterd, jij?
Ik zat, dan weer stond voor het raam
en zag het steeds donkerder worden

ons uitzicht is heden verdwenen
niets is ons meer overgebleven
twaalf uur, het heeft twaalf uur geslagen
ik heb het twaalf uur horen slaan –

Maar, op de doodse parkeerplaats
van het nieuwscentrum onder de maan
heeft het bloed, dat zich niet weg liet vegen
zijn bericht in beton neergeschreven:

ik zal kruipen, waar ik niet kon gaan

Uit: Proeven van moord
Foto boven: Plek moord Pim Fortuyn
Foto onder: Deel omslag Proeven van moord

Geplaatst in Proeven van Moord | 1 reactie