Bowie

tumblr_m7ns8yzeWS1qcoqgzo1_500

Er is een nieuwe CD van David Bowie. Ik heb deze voor het eerst in decennia gekocht en ik beleef er veel plezier aan. Ik heb geen flauw idee hoe de muziek zich verhoudt tot de overige popmuziek van de laatste jaren, maar mijn indruk is wel dat The Next Day een veel gearticuleerder geluid heeft dan wat er doorgaans uit de radio mijn auto inwaait. Vooral de elektrische gitaren spelen er een centrale rol in, een heerlijk geluid. Maar ook de overige instrumenten zijn goed van elkaar onderscheiden te horen. Het is geen gladde, uit de computer gerolde sound en dat is ook precies wat Bowie en producer Visconti voor ogen stond. Ook de zang, solo én koor, is trouwens erg mooi. Het is een plaat waarop diverse soorten songs staan, de meeste wel voorzien van de typische Bowie gloominess, zoals die in zijn beste jaren te horen was op platen als Heroes en mijn favoriet: Station to station. De hoes verwijst ook naar Heroes, er is een kale witte sticker over geplakt met de nieuwe naam. De volgende dag, het volgende hoofdstuk. Vandaar de foto hierboven: een onbekende uit de serie die voor Heroes gemaakt werd.
Voor de aardigheid zet ik hieronder mijn eerste bespreking van Bowie in Vrij Nederland, waarin ik Ziggy Stardust uitriep tot de beste plaat van het jaar 1972.

ZIGGY STARDUST, DE PLAAT VAN HET JAAR
Een belangrijk vertegenwoordiger van de ‘nichtenrock’

Het afgelopen jaar verscheen er één plaat die voor mij goed genoeg is om meteen tot plaat van het jaar uitgeroepen te worden. Het is The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars, kortweg Ziggy Stardust, en de maker is David Bowie, die tot voor kort ook aan mij nog maar nauwelijks bekend was.
Bowie had inderdaad in 1969 een hit met ‘Space Oddity’, een nummer dat, zeker voor een debuutplaat, verrassend origineel van opzet was en dat ook wat instrumentatie betreft, ingenieus in elkaar zat. Maar de bijbehorende lp maakte op mij niet erg veel indruk en de twee platen die erop volgden, The Man Who Sold The World en vorig jaar Hunky Dory, bereikten mijn draaitafel niet eens.
En eigenlijk vond ik het ook een beetje jammer om ze nu, na de geweldige verrassing die Ziggy Stardust is, als een soort prelude te moeten doornemen; ik was liever in de waan gebleven dat die plaat een meesterwerkje is dat zomaar uit de lucht is komen vallen.

Natuurlijk vertonen de eerste drie lp’s nu, achteraf, al bijna alle kenmerken die Ziggy Stardust zo goed maken; alleen zijn die elementen nog verspreid aanwezig. Zowel Space Oddity als The Man Who Sold The World en Hunky Dory, vormen zeer interessant en zeer getalenteerd materiaal, waarin de opbouw, invloeden en Bowies veelzijdigheid duidelijk afgetekend zijn. Alleen de eenheid, de vaste greep op het materiaal en de welomlijnde stijl ontbreken er nog op. Een belangrijke invloed is bijvoorbeeld Bob Dylan, tot op de imitatie af zelfs (Unwashed And Somewhat Slightly Dazed), maar de meest definitieve invloed is toch wel de Velvet Underground. Een zijdelingse uitweiding, waaruit meteen duidelijk zal worden waarom Bowies plaat, tussen al het goede materiaal dat er dit jaar weer uitgebracht werd, er toch zo uitspringt, is nu geboden.
ZiggyStardust986Gb060612
In het jaar 1966 verschenen er bij MGM op het Verve-label, twee zeer belangrijke platen. De eerste was Freak Out, het debuut van The Mothers of Invention, en de tweede was The Velvet Underground And Nico, met de beroemde afpelbare bananenhoes van Andy Warhol. (Het was de tijd van de flower power en Donovans hit ‘Mellow Yellow’, dat het bakerpraatje in de wereld bracht dat via een sigaret geconsumeerde bananenschillen een kick zou veroorzaken.) Ik zeg nu wel dat beide lp’s in 1966 verschenen, maar dat is niet waar. Ze werden beide in 1966 gemaakt, maar alleen Zappa’s plaat verscheen in dat jaar. MGM vond het uitbrengen van één vreemdsoortige ‘underground-plaat’ per jaar al bijna een te groot risico en de lp van de Velvet Underground werd dus vastgehouden en pas in 1967 uitgebracht. Zappa kreeg al vrij snel daarna een steeds groeiende internationale erkenning. De Velvet Underground bleef tot op heden obscuur en slechts door een kleine groep mensen op waarde geschat.
Nu, ruim zes jaar later, is het wat gemakkelijker om een historische lijn te trekken. Het oordeel ten aanzien van Zappa moet worden herzien. Misschien is het het beste om hem voorlopig te omschrijven met een variant op wat Panofsky over Vincent van Gogh zei: ‘Zappa is een enorm talent zonder genie.’ Zijn veelzijdigheid is een handicap gebleken. Na de briljante eerste platen (Uncle Meat is nog altijd de beste) verscheen er de laatste jaren steeds minder goed werk van hem en de voortdurende veranderingen die hij The Mothers laat ondergaan, wijzen eerder op grilligheid dan op welomlijnde ontwikkeling. Zijn laatste concert hier met een dertig man tellend orkest in de Houtrusthallen was een volstrekt cerebrale afgang, en dat nog geen jaar na zijn beste optreden hier, met The Mothers van vorig jaar in de Rotterdamse Ahoyhal. De man die in het midden van de jaren zestig de popmuziek op een nieuw plan bleek te tillen, is een muzikale eenling gebleven die steeds minder overtuigt.
Het werk van de Velvet Underground echter, dat is het werk van Lou Reed, en in het vervolg daarop dus ook de beide soloplaten van Lou Reed, beslaat een veel beperkter en gespecialiseerder terrein, dat door de jaren heen zeer constant, uitzonderlijk en van hoge kwaliteit gebleven is. En niet alleen dat. Het blijkt dat Lou Reed nu ook school gemaakt heeft. Behoort Zappa’s beste werk tot de jaren zestig, Reed blijkt nu de impuls te zijn voor de eerste belangrijke nieuwe stroming die zich in dit decennium aandient: hoog ontwikkelde, bewust monotone, onderkoelde en intelligente rock&roll, gebracht met opzienbarende showelementen, die ook buiten deze strikt muzikale stroming al enorm zijn aangeslagen; de heren brengen hun werk bestudeerd koel, prachtig opgemaakt (ook met nagellak) en gestoken in schitterende kostuums. Nichtenrock was als naam snel gevonden, ook al gaat het hier niet meer om bewust uitgedrukte biseksualiteit, dan om uitgesproken homoseksualiteit. (Stelling: de biseksualiteit levert een belangrijke bijdrage aan de emancipatie van de seksen.)
bowie_aladin_sane_1000px
NIEUWE STROMING

Naast Lou Reed is David Bowie de belangrijkste vertegenwoordiger van deze richting. Direct beïnvloede groepen zijn onder meer Mott the Hoople en Roxy Music; verwantschap vertonen Alice Cooper en T. Rex; als voorlopers zijn onder andere de Kinks en de Troggs te beschouwen.
Niet alleen dus dat David Bowie met Ziggy Stardust een briljant album afleverde, het is bovendien het eerste gave product van een nieuwe stroming die zijn volle uitwerking nog moet krijgen. En dat is nu precies het verschil met de meeste andere goede platen van dit jaar en de jaren daarvoor. De meeste nieuwe sterren, die de afgelopen jaren naar voren zijn gekomen (Leon Russel bijvoorbeeld) werkten verder in een stijl die wel individueel vaak vernieuwingen bracht in een al eerder aangegeven richting, maar die nooit krachtig en nieuw genoeg meer kon zijn om trendsetter te worden.
Andere nieuw ontdekte grootheden (Randy Newman, Ry Cooder) zijn superieure eenlingen die, vermoedelijk mede onder invloed van het deprimerende politieke klimaat (het gaat hier om Amerikanen!), hun prestaties op een soort regressie baseren. Beiden grijpen terug op oude, soms zelfs vooroorlogse populaire stijlen en weten daarmee inderdaad iets zeer bijzonders te creëren. Andere goede, nieuwe groepen, als America, de Eagles en Redwing werken alleen maar verder in stijlen die al vrijwel afgerond zijn (folk-rock, country-rock). Het nieuwe werk moet toch blijkbaar weer uit Engeland komen, waar de Newyorkse Lou Reed nu vrijwel permanent woont, en waar ook Bowie, Roxy en de rest vandaan komen. Een nieuwe generatie in de popmuziek, die, om Bowie te citeren, Mick Jagger niet meer ziet als sekssymbool, ‘maar als moederfiguur’. En Ziggy Stardust is nog beter, krachtiger en gerichter dan de enige platen die ermee kunnen concurreren: Lou Reeds beide soloplaten van dit jaar, Lou Reed en Transformer (de laatste werd trouwens door Bowie geproduceerd).

Het album vertoont een thematische eenheid die Bowies vorige platen missen. Maakte hij op de drie platen van zeer afwisselende begeleidingen gebruik (vaak veel strijkers), op Ziggy Stardust is voor het eerst een zeer krachtig en perfect lopend, op rock gebaseerd groepsgeluid te horen, hier en daar subliem, en niet overheersend meer, aangevuld met strijkers en andere effecten. Ook de teksten zijn veel relevanter geworden en in de meeste nummers zelfs erg goed. Zo bijvoorbeeld de aan Lodeizen herinnerende regels uit ‘Five Years’: ‘I saw you in an ice-cream parlour drinking milkshakes cold and long, smiling and waving and looking so fine, don’t think you knew you were in this song.’ Het is moeilijk Bowie te citeren zonder zijn stem, want die is zeer uitzonderlijk: van een hoge, glasharde kwaliteit en een enorme souplesse, soms afgeleverd met een koel bestudeerd pathos, soms alleen korte tussenvoegsels producerend. Het feit dat Bowie acteur geweest is, heeft met die stembeheersing wel iets te maken; evenals het feit dat hij een eigen pantomimegezelschap had, te maken heeft met zijn verbluffende act, waarin de eerste fellatio op een gitarist voorkomt, zoals het in Melody Maker heette. De plaat handelt voor een deel over Bowies eigen gedachten over het popsterrendom en de destructieve kanten die daaraan zitten. ‘Lady Stardust’, ‘Star’ (met regels als: ‘Tony went to fight in Belfast’) en de titelsong zijn daar voorbeelden van. De song ‘Ziggy Stardust’ gaat over de afgunst die binnen een groep kan heersen als een van de groepsleden populairder wordt dan de rest. ‘So we bitched about his fans and should we crush his sweet hands?’, zingen The Spiders from Mars lieflijk over hun leadzanger Ziggy. ‘Hang on To Yourself’ en ‘Suffragette City’ zijn bijna ouderwetse heteroseksuele rockers, waarvan de laatste rechtstreeks is terug te voeren tot de Velvet Underground, ook in de Lou Reed-achtige zang van Bowie in dit nummer. De tekst is erg grappig, een vriendje wordt weg gstuurd omdat Bowie een heteroseksuele bevlieging heeft: ‘Hey man oh leave me alone, you know/ Hey man I gotta straighten my face/ This mellow thighed chick just put my spine out of place’. Na de eerste beluistering was dit voor mij het nummer van het jaar en niet alleen door de tekst. Nu zijn de adembenemende koele schoonheid van ‘It ain’t Easy’ en vooral ‘Rock ‘N Roll Suicide’ definitieve favorieten geworden. De lp heeft zoveel kanten dat de meeste pas na langdurige beluistering doordringen. Het is de enige plaat die ik sinds tijden onmiddellijk na ontvangst achter elkaar zeer vele malen gedraaid heb.
David-bowie
‘Rock ‘N Roll Suicide’ begint alleen met akoestische gitaar en de regels: ‘Time takes a cigarette, puts it in your mouth/ You pull on your finger, then another finger, then your cigarette.’ En ‘You’re too old to lose it, too young to choose it/ And the clock waits so patiently on your song / You walk past the cafe but you don’t eat when you’ve lived too long.’ En in het volgende couplet de uitstekende vondst: ga maar weer naar huis voordat het licht wordt, ‘don’t let the milk floats ride your mind / So natural / religiously unkind.’ En daarna op volle muzikale kracht de apotheose, misschien het enige dat naïef is aan deze plaat: Bowies poging om de zelfmoordenaar van zijn daad af te houden. ‘Oh no love. You’re not alone .. I’ve had my shares so I’ll help you with the pain’ en de steeds herhaalde slotregel: ‘You’re wonderful/ Gimme your hands.’

Elly de Waard
Vrij Nederland 6 januari 1973

Gepubliceerd in PAYOLA zomer 1998

Reacties zijn gesloten.