LP top tien jaar 1979 / decennium 1970-1980

De jaren zeventig van de vorige eeuw waren een hoogtepunt van creatieve vernieuwing in de nog jonge rockmuziek. Ik herplaats hier de verantwoording van mijn visie daarop, zoals die in De Volkskrant van toen en uitgebreider in het boek Songs In The Key Of Life verscheen.

 

VAN REED TOT REGGAE

Het is altijd moeilijk criteria te formuleren waartegen men zoiets ongrijpbaars als kunst kan afwegen. In het geval van de muziek, en dan bedoel ik de popmuziek, kunnen we toch niet om deze drie normen heen:

1 puur muzikale kwaliteit;
2 historisch belang;
3 draaibaarheid.

Deze drie criteria hoeven lang niet altijd samen te gaan, of liever: in combinatie met elkaar met betrekking tot één plaat voor te komen.
Bezien we bijvoorbeeld wat de jaren zeventig aan popmuzikale mijlpalen hebben voortgebracht dan is Never Mind The Bollocks van de Sex Pistols daar zonder meer bij. Toch is het een plaat waarvan de puur muzikale kwaliteit heel wat mensen problemen oplevert, terwijl ook de draaibaarheidsgraad ervan beperkt is. Ik heb althans lang niet alle dagen behoefte aan de manische agressiviteit van Johnny Rotten en de zijnen.
Iets soortgelijks geldt ook voor de recente elpee van Marianne Faitfull, Broken English. De geladenheid die deze plaat uitstraalt is er niet een om je comfortabel bij te voelen, ook al is hij dan hier en daar verpakt in een aantrekkelijk discoritme. Stel dat je jezelf net zo geladen voelt als Faithfull schijnt te doen op deze plaat, dan is het maar zeer de vraag of je behoefte hebt aan de homeopathisch werkende kracht van Broken English, eerder aan het tegenovergestelde daarvan, namelijk aan bijvoorbeeld de sublieme luchtigheid, de gewichtloze perfectie, de champagne (niet voor niets heeft de Nederlandse imitatie van deze groep die naam meegekregen) van de Zweedse formatie Abba.

Beide uitgangspunten zijn relevant, het hangt alleen van je persoonlijke voorkeur en behoefte af welke je het beste uitkomt op een bepaald moment.
Het derde criterium, dat van de constante beluisterbaarheid, hangt dus ten nauwste samen met de persoonlijke smaak.
Ik zal nu eerst mijn top-tien over 1979 geven. Hij ziet er zo uit:

Regatta De Blanc, The Police  1
Secrets, Robert Palmer  2
Forces Of Victory, Linton ‘Kwesie’ Johnson  3
Experience, The Rass-es  4
Born Again, Randy Newman  5
Bop Till You Drop, Ry Cooper  6
Broken English, Marianne Faithfull  7
5, J.J. Cale  8
Greatest HitsVolume 2, Abba  9
Low Budget, The Kinks  10

1979 is een buitengewoon vruchtbaar jaar voor de popmuziek geweest. En dat wil met betrekking tot deze top-tien zeggen dat er al gauw minstens twintig belangrijke platen aan ontbreken. Daaronder valt heel wat New Wave talent,  maar ook bijvoorbeeld iemand als Ian Dury. Van hem wordt gezegd: ‘Hij deed al aan Reggae toen hij nog in Kilburn and the Highroads zat. ‘Dat wordt dan meestal gezegd door mensen die The Police hun via de Reggae  vernieuwende functie willen ontzeggen. Natuurlijk deed Ian Dury dat, evenals Eric Clapton dat deed toen hij I Shot The Sheriff van Bob Marley overnam en tot een hit maakte.
Maar bij The Police ligt dat toch nog weer even anders. Deze groep heeft de Reggae als onverbrekelijk bestanddeel geïntegreerd in zijn muziek, heeft de eigenaardigheden van de Reggae, de ruimte die er in het ritme zit, tot vast onderdeel van een nieuwe stijl gemaakt.
The Police is, kortom, op de Reggae verder gegaan, zoals de Rolling Stones dat indertijd deden met de Amerikaanse Rhythm and Blues. Het verschil tussen Dury en The Police is misschien zo ongeveer als dat tussen The Animals en The Stones in de jaren zestig. Beide groepen werken met Rhythm and Blues als onderdeel van hun muziek, maar The Stones waren degenen die dat onderdeel het meest en het eerst stileerdenen en die de stijl daarmee ontwierpen.
The Police staat dus zeer terecht op de eerste plaats van deze lijst. Terechter haast dan er in jaren een eerste plaats bezet is gehouden. Regatta voldoet dan ook in hoge mate aan alle drie de in het begin genoemde criteria.

Het criterium van de constante draaibaarheid heb ik dit jaar zwaar laten gelden, juist omdat er zoveel goeds te beluisteren viel. En in dat licht bezien kostte het weinig moeite Secrets van Robert Palmer de tweede plaats toe te kennen. Historisch belang heeft Secrets niet méér dan elke andere plaat die goed is, maar puur muzikale kwaliteit heeft hij wel des te meer.

Alle drie de criteria gelden weer wel voor Linton Johnson, wiens al vaker door mij geprezen Forces of Victory, voor de eerste twee plaatsen maar nauwelijks onderdoet, natuurlijk.

De Rass-es, voorheen de Royal Rass-es, zijn een groep uit Jamaica, van wie de kernfiguur Lincoln Thompson is, die de song schrijft, de eerste stem zingt en de zangharmonieën bedenkt. Experience is zijn tweede en schitterende elpee, schitterend inderdaad door de vocale pracht die ervan afstraalt. Thompson is een Rasta, dus minder agressief dan Johnson.
Zijn melodieën zijn prachtig doordat ze zo naïef en puur zijn. De vocale top van deze muziek wordt onderlijnd door de bekende hypnotische reggae-begeleidingen.

Noch van de Randy Newman noch van de Ry Cooder elpee kunnen we zeggen dat ze het historisch belang van de beide eerste elpees van The Police evenaren, dat soort trendaangevend historisch belang komt natuurlijk ook maar zelden voor, maar voor Born Again en Bop Till You Drop geldt hetzelfde als voor Palmer’s Secrets en dat gaat ook op voor de Vijfde van J.J. Cale.

Marianne Faithfull is echter een ander geval. Het zou mooi zijn als deze barones, die door het dal van de popmuziek gegaan is, maar er weer uit omhoog geklauterd is, met haar duistere, indrukwekkende en zeer persoonlijke werkstuk andere vrouwen er toe zou aanzetten om zich ook eens op die manier uit te drukken. In de hoop dat haar historisch belang bewezen zal worden staat zij dus op die plaats. Muzikale kwaliteit en draaibaarheid zijn, onder het voorbehoud dat ik in het begin ten aanzien van de constante beluisterbaarheid ervan maakte, boven elke twijfel verheven.

Wie datzelfde begin van dit stuk tot zich heeft laten doordringen, zal vervolgens niet meer verbaasd kunnen zijn op de negende plaats Abba aan te treffen, niet met een echte elpee, maar met een verzamel-album van hits. Abba is namelijk een single-groep, niet een die uitblinkt in langere concepten, zoals elpees.
De single is de straatmuziek van de pop, zoals de hitparade er de markt van is. Wat daar gebeurt is nog steeds, ondanks alle kunst-elpees, van het grootste belang omdat het de basis vertegenwoordigt van de piramide die de rock zo langzamerhand geworden is. En deze tweede verzamel-elpee bevat haast alle single-juweeltjes die er van Abba verschenen zijn. Puur muzikale kwaliteit en draaibaarheid zijn maximaal aanwezig, en dat van dat historische belang zou ook nog best wel eens waar kunnen zijn. Menige Abba-single is namelijk een classic, op dezelfde wijze als singles die in de jaren zestig uit de productie-koker van Phil Spector kwamen dat waren.

The Kinks staan aan de staart van de jaar-lijst. Op hun plaats hadden letterlijk tal van anderen kunnen staan, maar toch zijn zij het geworden, omdat ze door de jaren heen van alle jaren-zestig-groepen de meeste kwaliteit en eigenheid bewaard hebben en bovendien ook omdat het waar is wat Ray Davies zei tijdens zijn optreden in het Concertgebouw, onlangs: ‘Als jullie die plaat niet kopen zullen The Kinks in de toekomst misschien niet meer op kunnen treden.’
Popgroepen bestaand bij de gratie van plaatverkopen. Concerten leveren te weinig op, hoe goed ze ook zijn. Vandaar.

De drie hierboven voor het samenstellen van het lijstje over het jaar 1979 uiteen gezette criteria gelden natuurlijk ook voor een platenkeuze die zich over een langere periode uitstrekt. Factor drie, die van het historisch belang, is daarbij zelfs van groter gewicht geworden. Het historisch belang van een plaat is vaak niet onmiddellijk te herkennen immers; over een periode van tien jaar is veel duidelijker vast te stellen welke platen invloedrijk zijn geweest, bij voorbeeld doordat ze tot stijlvorming aanleiding hebben gegeven.
Bij een decennium-lijst gaat ook nog iets anders een rol spelen: de chronologie. De individuele puntentelling is haast niet meer van belang als het gaat om platen die het over een zo lange periode hebben uitgehouden. De cijfers één tot en met tien geven bij mij hier dus in de eerste plaats de chronologie aan. Je zou kunnen zeggen dat de platen onderling ongeveer allemaal dezelfde plaats innemen. Hier volgen ze:

Ziggy Stardust, David Bowie
Berlin, Lou Reed
Catch A Fire, Bob Marley & Wailers
Stranded, Roxy Music
Raw Power, Iggy and the Stooges
Station to Station, David Bowie
Young Americans, David Bowie
Never Mind the Bollocks, The Sex Pistols
Outlandos d’Amour, The Police
Muswell Hillblies, The Kinks

Bowie is zonder twijfel de grootste ster uit de jaren zeventig geweest. In hem zijn star-dom en kwaliteit ook nog net verenigd. Dat The Beatles èn goed waren èn wereldberoemd was in de jaren zestig doodgewoon. Nu is dat veel minder gewoon geworden. The Police benadert mijns inziens in allerlei opzichten het belang van groepen als The Rolling Stones en The Beatles, toch is deze formatie lang zo beroemd niet. Dat komt doordat er nu zoveel goede popmuziek is dat de sterren dichterbij gekomen zijn, gewoner zijn geworden. De Rock heeft zichzelf, door zich kwalitatief enorm te verfijnen en uit breiden, gedemocratiseerd.
The Beatles waren nog koningen in het land der blinden, The Police moet zichzelf, nu iedereen kan horen, zien en zingen, per plaat waarmaken.
Was Bowie in de zestiger jaren al begonnen van zich te doen spreken, hij overtuigde toch iedereen pas definitief met Ziggy Stardust, een album waarop hij zowel muzikaal als thematisch bewees tot grote dingen in de Rock tot staat te zijn.
Ziggy Stardust sloeg in het begin van de jaren zeventig in als een bom. Het sterke van het album was dat het ook óver de Rock ging; de onderwerpen, de teksten en het thema – de roem van de rockster die tot zelfmoord drijft – benadrukte nog eens de kracht van de muziek, die zowel nieuw was als teruggreep op de geschiedenis van de Rock.
Ziggy Stardust is mijns inziens een plaat van doorslaggevend belang in de historie van de popmuziek, zoals ook Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band van The Beatles dat is, en The Velvet Underground and Nico en Frank Zappa’s Freak Out dat zijn. Omdat deze platen, met inbegrip van de kennis van het rock-verleden, die als een laag onder de muziek ligt, een aanzienlijke stap verder gingen. Ziggy Stardust is wat thema en vervolgens impact betreft te vergelijken met wat Die Leiden des jungen Werthers van Goethe in de achttiende eeuw teweeg bracht.
Het boek was in die dagen immers net zo nieuw als de grammofoonplaat nu is.

Berlin van Lou Reed is een plaat van soortgelijk belang, alleen ligt het onderwerp van dit album niet onmiddellijk in de Rock zelf. Net als Ziggy Stardust is het een thematisch album, dat wil zeggen, alle songs liggen op de een of andere manier in elkaars verlengde. Het is de somberste plaat die mijns inziens ooit gemaakt is. Een van de beste bovendien. Het is de solistische prestatie van het niet geringe talent Lou Reed, die er in stijlvernieuwend opzicht zijn baanbrekendste werk al had opzitten op dat moment. Met The Velvet Underground namelijk.

Catch A Fire van Bob Marley is van groter historisch belang dan welke andere Wailers-elpee die er sindsdien verscheen ook. Toen hij in 1973 uitkwam kon men zich vergapen aan die nieuwe, nooit eerder in die vorm gehoorde stijl: de voor het eerst op westerse oren geënte Reggae. Bovendien bevat de plaat classics die Marley nooit meer geëvenaard heeft, hoeveel prachtig werk hij sindsdien ook afleverde: Concrete Jungle en Slave Driver bijvoorbeeld.
Marley’s werk loopt als een eenzame rode draad door de Rock van de jaren zeventig heen om pas aan het einde van die periode in veel breder verband ook door tal van nieuwe groepen opgepakt te worden.

Roxy Music is ook zo’n belangrijke groep uit het begin van de jaren zeventig. Het was dadelijk bij hun eerste elpee duidelijk dat deze groep met iets nieuws en belangrijks kwam, namelijk een mengvorm tussen Rock en klassieke technieken, tussen harde elektronische vormen en oude Europese melancholie. Toch heeft Roxy nooit, ondanks alle beloften en talent, de klasse van Bowie bereikt, waarschijnlijk doordat de groep in een te vroeg stadium werd aangetast door de splijt- en egotrip-bacil. Op hun derde album, Stranded, hebben zij mijns inziens hun enorme potentieel het beste gerealiseerd. De twee eerste albums reikten daar slechts naar: de latere waren typische voorbeelden van de neergang van een belangrijke groep.

Raw Power van Iggy Pop & The Stooges kwam iets eerder uit (hoewel bijna al deze zeer belangrijke platen in het rijke jaar 1973 verschenen), maar behoort pas hier genoemd te worden doordat Iggy’s talent zich het zuiverste op deze plaat uitdrukte. In tegenstelling tot de eerder genoemde groepen is Iggy dus de man van de ene klassieke plaat. Raw Power is vermoedelijk de hardste, helderste, meest agressieve en vooral puurste rock-plaat die er ooit verscheen. Een juweel, kortom. Niet zonder reden was het deze plaat in het bijzonder die een lichtend voorbeeld voor de punk-beweging werd.

Bowie’s belang beperkt zich niet tot Ziggy Stardust alleen. Zijn grootheid laat zich afmeten aan de diverse keren waarop hij stijlvernieuwend werkte. Dat ik Station To Station en Young Americans (resp. ’76 en ’75) in omgekeerde volgorde geef is puur persoonlijk. Station To Station met zijn sombere, nostalgische, elektronische romantiek vind ik nog mooier dan Young Americans, ook al is kiezen tussen deze twee haast onzin. Station To Station is waar Roxy Music nooit aan toegekomen is doordat Brian Eno te vroeg de laan werd uitgestuurd. Nu schittert hij hier bij Bowie. In Young Americans verpersoonlijkt Bowie voor het eerst de toen nog lang niet zo overheersende, maar per definitie haast anonieme disco-stijl, iets dat pas onlangs opnieuw gedaan werd door een groep als Talking Heads in Fear Of Music.
Bijna al Bowies’s platen zijn in bepaalde opzichten baanbrekend geweest, ook die met Eno die daarna kwamen en die een logisch vervolg op Station to Station waren. Maar Bowie’s belang is, door hem driemaal te noemen, voldoende aangegeven.

Never Mind The Bollocks is natuurlijk hèt punk-album, daar kan niemand omheen. Een plaat als graffiti op een pleemuur. Een vuistslag waar je niet dagelijks op zit te wachten, maar waarvan je dolblij bent dat je hem in huis hebt. Een plaat die alles opsomt wat punk was.

Outlando’s d’Amour is het eerste album waarop twee belangrijke lijnen die in deze lijst van de zeventiger jaren los voorkomen, die van de Reggae en van de Punk, gecombineerd werden tot één krachtige, schitterende nieuwe stijl. Van The Police zullen we nog veel horen, iets dat van anderen op deze lijsten niet met evenveel zekerheid te zeggen is. Hùn historisch belang dreigt in een enkele gevallen ook inderdaad historie te worden.

Dat geldt ook voor The Kinks die, evenals op de jaarlijst over 1979 het geval was, hier uit immense sympathie en verder ook om dezelfde reden, namelijk dat het een van de zeer weinige groepen uit de zestiger jaren is die hun kwaliteit maar altijd weer weten te bewaren, de hekkensluiters mogen zijn.
Met een album dat in het allereerste begin van de zeventiger jaren al gemaakt werd en dat zeker een van hun beste is.

*****

Uit: Songs In The Key of Life, met dank aan Gijsbert Kamer voor het kopiëren
Tekst: Elly de Waard, Rockcriticus van De Volkskrant en Vrij Nederland van 1968 tot 1986
Veel van mijn besprekingen, concertverslagen en interviews zijn verzameld in de viervuisten-dikke, elpee-hoesgrote uitgave Het Jasje van David Bowie, twintig jaar rockgeschiedenis in de Nederlanden. Uitgeverij De Harmonie Amsterdam, 2015

 

Reacties zijn gesloten.