Het cabinelicht gaat op en neer,
pulseert, wordt polsslag van de machine,
de vleugel glanst als leer.
Hagel geselt de romp, in het gang-
pad loopt men als tegen een helling
op. Gebak begint te zweten. De
zwaarte van het vliegen drukt op
elke vierkante millimeter van
de trommelvliezen. Uit speakers
klinkt gefluister of de ether
lippen had: liefste in wier armen ik
het liefste lag, liefste wier dijen
glad als duiveveren in de kleur van
isabel mijn lichaam in zijn vlucht
naar huis begeleiden… Een stad
ligt ingekrast in het donker
glanzende aardoppervlak, waaronder
het goud ging leven. Verfijnd, abstrakt
juweel, gesponnen in een filigrain
van uiterst dunne, gouden wegen.
Uit: Een wildernis van verbindingen, gedicht 31
2 Responses to FLYING HOME
Toon Reacties (2) Verberg Reacties (2)