DE VROLIJKE OORLOG

Mijn liefste wil bij mij niet
wonen, mijn liefste wil niet
zijn met mij. Een treintje van
liguster tuft door tuinen
en in weerspiegeling zwieren als
wissers wilgetakken over
de ruiten van auto’s die ook zelf
stilstaan. Voor het raam
strijk ik mijn dichtershemd van
zij. Mijn liefste wil niet zijn

bij mij. Badkamers, binnensten
van huizen. Onder water geef
ik mij over aan het piano-
gerucht van buren en het
murmelen van de buizen.
Haar gezicht is gesluierd
met haar als met wolken, met
fladderend strooisel van ogen,
stuifmeel van sterren, vrolijke
oorlog. Het is Nieuwjaar.

Uit: Wildernis van verbindingen, gedicht 11

Dit bericht is geplaatst in Een Wildernis van Verbindingen. Bookmark de permalink.

1 Reactie op DE VROLIJKE OORLOG

Toon Reacties (1)

Geef een reactie