RABBIJN TAMARAH BENIMA, een waarschuwing

 

AMSTERDAM, 3 nov 2021 – Rabbijn Tamarah Benima kreeg een storm van kritiek te verduren toen zij de retoriek van corona-hoofdrolspelers Hugo de Jonge en Ab Osterhaus vergeleek met die uit de tijd van het nazisme. Maar ze krijgt ook veel steun. „U bent mijn heldin, schrijven mensen mij.”
Eén kwestie wil Tamarah Benima (71) vooraf ophelderen. Ze had het niet over het coronabeleid toen zij in haar Rede van Fryslân uitspraken van minister Hugo de Jonge en viroloog Ab Osterhaus hekelde en verwees naar de eerste jaren van nazi-Duitsland. „Ik had het over hun woordgebruik, over totalitair denken, spreken en handelen en over het gevaar dat dit vormt voor iedereen. Niet alleen voor Joden.”

Wat is het geval? Benima, rabbijn van de Progressief-Joodse Gemeente Noord-Nederland, is zich er ’al decennia’ van bewust, zegt ze, ’dat ook onze westerse samenlevingen onderdrukkende mechanismes kennen’. „Je ziet het terug bij de discussie over orgaandonatie bijvoorbeeld. Het is biopolitiek: de overheid poogt zeggenschap te krijgen over jouw lichaam. Dat heeft totalitaire trekjes. De overheid dwingt een heel groot deel van de bevolking in een situatie waarin de Staat bepaalt wat er met hun organen gebeurt.”

In de tiende Fryslân-rede in Leeuwarden wilde Benima die sluipende ontwikkeling aankaarten, met onder meer als voorbeelden de uitspraken van Ab Osterhaus dat het in deze pandemie ’de ideale oplossing zou zijn om ongevaccineerden op een eiland bij elkaar te zetten’ en van Hugo de Jonge dat ongevaccineerden ’een gevaar vormen voor de volksgezondheid.’
Benima: „Schrijver Aldous Huxley zei al in 1958 dat totalitaire regimes in de toekomst hun ingezetenen niet met geweld zullen onderdrukken, maar dat ze hun burgers zullen verleiden met de belofte van veiligheid. Maar wie definieert veiligheid? Hoe staat veiligheid ten opzichte van vrijheid? Met de garantie van veiligheid wordt nu gelegitimeerd dat de mensen allerlei burgerlijke vrijheden wordt afgenomen.”
Benima trok in haar rede, voor een gehoor van regionale politici en andere notabelen, een parallel met de demonisering van Joden door de nazi’s: ’Ik weet me ook, zeg ik als Jodin, gewaarschuwd door wat er in nazi-Duitsland plaatsvond. De beleidsmakers toen, op ieder niveau, dwars door de samenleving, hadden het beste voor met iedereen. Ook toen ze Joden als ’een gevaar voor de volksgezondheid’ aanmerkten. Ook toen ze een oorlog startten tegen het toenmalige ’virus’ (de Joden). Speel dus niet met vuur door mensen nu in onze samenleving weg te zetten als een ’gevaar voor de volksgezondheid’.’
Oud-CDA leider Sybrand Buma, Fries en aanwezig, reageerde furieus. ’Stuitend’, vond hij Benima’s waarschuwing. Tamarah Benima: „Weet je wat ik deze telg uit een Fries aristocratisch geslacht had moeten antwoorden? Stuitend is dat de Friese herenboeren hun landarbeiders, pachters en personeel zo lieten verrekken. Maar die tegenwoordigheid van geest had ik helaas niet.”
Dat ook Joodse woordvoerders Benima’s uitspraken verwierpen – het Verbond Progressief Jodendom schortte de samenwerking op – verbaast haar niet. „De Joden buiten Israël leven als de Joden in het getto van Venetië. Die mochten overdag het getto uit, maar werden ’s avonds opgesloten om hen te beschermen tegen de buitenwereld.
We zijn volledig vrij, zo lang we dezelfde dingen als niet-Joden doen: inkopen, naar de bioscoop, werken, maar op de momenten dat het Joodse aspect van ons leven wordt benadrukt – door onze kleding, als we trouwen, naar de synagoge gaan, naar het Joodse bejaardentehuis, de Joodse school – hebben we bewaking nodig, camera’s en een hek er omheen want dan loop je gevaar. Dit is een abnormale situatie. De Joodse autoriteiten houden die status quo graag in stand omdat zij denken dat er geen alternatief is. Daarvoor is de steun van de gevestigde orde nodig en als ik dan zo brutaal ben om de macht aan te vallen, schieten zij in een reflex: dit moet niet.”
Ze kreeg behalve kritiek ook honderden steunbetuigingen. „Van Joden, niet-Joden, artsen, verpleegkundigen, ethici: ’Blij dat u zo moedig bent’, ’Eindelijk iemand die dit openlijk zegt’, ’U bent mijn heldin’, mailen mensen mij.”

Wat in alle ophef onderbelicht bleef, is dat Tamarah Benima vooral wilde waarschuwen voor het gevaar van die nieuwe, intolerante ideologie – woke – en wil pleiten voor het zoeken naar waarheid. „Woke huldigt allerlei waarden en doelstellingen die ik onderschrijf: tegen armoede en racisme, voor de totale acceptatie van seksuele minderheden, voor dekolonisatie. Maar die doelen kun je alleen verwezenlijken als je een politiek debat voert over het gewenste beleid: wat gaan we doen? Woke-activisten maken die discussie onmogelijk omdat zij ervan uitgaan dat het individu minder belangrijk is dan de groep: er zijn onderdrukkers en slachtoffers. Als blanke ben je per definitie dus slecht, wie tot een minderheid behoort is per definitie onderdrukt, dus goed. Ze zetten mensen tegen elkaar op. Als je het met hen oneens bent, ben je niet een politieke tegenstander, maar een verderfelijk mens.”

Woke bedreigt ons allemaal, zegt Benima. „In de Verenigde Staten komen kindjes uit een gemengd gezin thuis en vragen: ’Is mijn witte mama de duivel?’
Die critical race theory wordt hun al op school bijgebracht. Ik maak mij daarover ernstige zorgen.
.Joodse intellectuelen hebben in deze cultuurstrijd mogelijk een bijzondere opdracht, denkt de rabbijn. „Het Jodendom heeft zich nooit laten verleiden om alleen te bouwen op de moraliteit van goed en kwaad, maar ook op de intellectuele onderbouwing ervan. Je moet met argumenten komen om de voorschriften, die moeten leiden tot een rechtvaardige samenleving, te kunnen legitimeren. Alleen het gevoel laten spreken is onvoldoende. Het is onze opdracht om te pleiten voor de rede tegenover het gevoel. Is iets waar of niet waar? Ik verdedig die traditie.”

Dergelijke fundamentele discussies worden in Nederland nauwelijks gevoerd, realiseert Benima zich. „Zeker niet bij NPO1 tot en met 20.” Sterker: de woke-ideologie wordt in onderwijs, bedrijfsleven, openbaar bestuur en door politieke partijen en veel media massaal omarmd. Tamarah Benima: „Ik heb geen idee wat de aanwezigen van mijn Fryslân-rede hebben meegekregen, maar veel ’gewone’ mensen zeggen mij: dit is precies zoals ik het ook zie. De ellende komt nooit van de stratenmaker of de vuilnisophaler, maar altijd van hoogopgeleide intellectuelen. Die willen een utopie vestigen en zijn bereid om daarvoor elke prijs te betalen: vooral door anderen.”

Wierd Duk/De Telegraaf

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

2 Reacties op RABBIJN TAMARAH BENIMA, een waarschuwing

Toon Reacties (2)

Geef een antwoord