Gedicht 6 uit Wildernis van Verbindingen

Afgelopen week heeft de ploeg van Screaming Media mijn voorlezen opgenomen (beeld en geluid) van deze hele bundel. Tweeëntachtig gedichten achter elkaar, zodat behalve de individuele verzen ook de meerwaarde van het verhaal dat erachter zit te beluisteren valt. De film wordt door hen deze zomer op DVD uitgebracht.

Industrieën liggen er als schillen
om de stad. Als stenen schepen
in het landschap. Rietveldenstraat.
Vervreemd in een benaming
ligt een rest van het verleden
opgebaard. Een wildernis die schemert
in de taal, het glanzend springen
van een hert uit chroom en staal:
Impala, Chevrolet, van Triumph Stag.
Fossielen in metaal als amulet.

Ballast van de geschiedenis die haast
ondragelijk hier is. – De snelweg
loopt in kiezels dood. O muren van
betonnen planken, het grauwe riet
en plekken sneeuw die je als smerig wasgoed
langs de sloten weggesmeten ziet.
Er is geen hoop, er is slechts leven
en als wij sterven is het niet
van honger of verdorstig naar, maar
drinken en van voedsel van elkaar.

Dit bericht is geplaatst in Een Wildernis van Verbindingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *