BOWIE, PURCELL en WILD IS THE WIND ALS ARIA


6592eecef0c1dbf52f015a65af76f856

Van de wind weten wij in Europa alles af, vooral aan onze westkusten. Voor dit werelddeel is de wind een bron van leven. In vroeger eeuwen al voor het ophogen van de duinen tegen de zee. Later voor de scheepvaart, de handel en de mechanisering van molens die ons de eerste welvaart brachten. En tegenwoordig opnieuw als bron van energie. De wind is bepalend voor het karakter van onze landschappen en dat van onszelf: kop in de wind! doorzetten!
Misschien is het wel daarom, om die opwindende en leven brengende kracht van de wind, dat ik David Bowie’s Wild Is The Wind wel ongeveer het mooiste lied vind dat hij ooit gezongen heeft. Vooral ook omdat hij het gevoel van die kracht zo treffend heeft aangegeven in zijn zang. In dit lied wordt de ontembare wildheid van de wind bovendien ingezet om liefdespassie en een niet nader omschreven gevoel van afscheid en nostalgie mee uit te drukken.
Het lijkt me de moeite waard om hier eens een aria uit de klassieke opera naast te leggen. Bijvoorbeeld het schitterende Dido’s Lament (When I’m Laid to Earth) uit Dido En Aeneas van Purcell. Ik denk dat zo’n lied als Wild Is The Wind de vergelijking daarmee kan doorstaan. Het enorme verschil zit hem alleen in het tempo en de begeleiding. En die twee elementen drukken precies het verschil in tijdsgeest, in tijdsgevoel uit. De tijd van Purcell (tweede helft 17de eeuw, Londen) was voor onze begrippen traag, men vervoerde zich nog met moeizame middelen. Ons tijdsgevoel wordt mede bepaald door de elementen snelheid, stress, urgentie en ook angst. Al die elementen zitten in de aria van Bowie waarvan ik hier de tekst citeer.

Love me, love me, love me, say you do
Let me fly away with you
For my love is like the wind
And wild is the wind, wild is the wind

Give me more than one caress
Satisfy this hungriness
Let the wind blow through your heart
For wild is the wind, wild is the wind

You touch me, I hear the sound of mandolines
You kiss me, with your kiss my life begins
You’re spring to me, all things to me
Don’t you know you’re life itself?

Like the leaf clings to the tree
Oh my darling, cling to me
For we’re creatures of the wind
Wild is the wind, wild is the wind

De twee laatste coupletten worden herhaald

Songschrijvers: Ned Washington, Dimitri Tiomkin

Geplaatst in Algemeen | 2 Reacties

BOWIE ‘THE LOW/HEROES WORLD TOUR’ Concertbespreking 1978

 

IMG_1046Bowie is al bijna tien jaar een van de belangrijkste krachten die werkzaam zijn op het terrein van de popmuziek en doordat hij steeds nieuwe richtingen zoekt en ook vindt zonder zijn persoonlijkheid ook maar een moment te verliezen, slaagt hij er nog steeds moeiteloos in de indruk te wekken dat er, ondanks alles wat hij al gedaan heeft, nog heel veel van hem te verwachten is. 

Zijn platen zijn even briljant als zijn concerten, die hij heel zorgvuldig plant, zonder zich te overhaasten. Het is nu precies twee jaar geleden dat hij zijn laatste grote toernee deed en Europa zit in elk geval met spanning op hem te wachten. De uitgebreide toernee die hij nu maakt, is in alle landen die hij aandoet voor bijna de volle honderd percent uitverkocht.
Plant hij zijn concerten zonder haast, zijn werklust in de studio is ongelooflijk groot. Regelmatiger dan van welke andere popster ook verschijnen er belangrijke albums van hem, terwijl hij intussen ook nog heel wat doet voor anderen, zoals bijvoorbeeld voor Iggy Pop. Bowie paart, kortom, een grote creatieve kracht aan een haast even grote controle en het is in dat teken dat zijn huidige concerttournee staat.
Twee jaar geleden was de dramatische spanning tijdens zijn optredens te snijden. De emotionaliteit kwam onder anderen tot uitdrukking in het vertonen van de film Un Chien Andalou van Bunuel en in de schitterend strakke zwart-wit verlichting waarmee hij een kader schiep voor zijn toen meest recente werk, dat van de albums Young Americans en Station To Station. Inmiddels is het dieptepunt in zijn persoonlijke leven – dat overigens de aanleiding was tot prachtig werk – via de albums Low en Heroes – voorbij en de Bowie van nu is iemand die in staat is van zijn nieuwste werk terug te grijpen naar dat vroege hoogtepunt in zijn elpee-produktie, het album Ziggy Stardust, dat in 1972 zijn belang voorgoed duidelijk maakte.
Bowie’s huidige decor is een schitterende futuristische kooi van neonbuizen die op gezette tijden aangloeit. Als enige niet eigen lied zong hij tijdens zijn twee volle uren durende concert de verrassende en, gezien zijn recente Berlijnse periode, gepaste Alabama-song van Kurt Weil en Bert Brecht. Zijn band was briljant en trad desondanks nooit op de voorgrond. De slaggitarist Carios Alomar, drummer Dennis Davis en basgitarist George Murray waren al van Bowie’s laatste platen bekend. Op sologitaar was Adrian Belew te horen, op de synthesizers, Roger Powell, terwijl verrassende instrumentale toevoegingen geleverd werden door Simon House op electrische viool en Sean Mayes op vleugel.

Bowie besteedde het eerste uur van zijn optreden aan het nieuwere werk. Zo begon hij met het electronische klaaglied Warszawa, waarop onmiddellijk zijn hit Heroes volgde. Veel werk van de beide laatste albums  (What in the world, Be my wife, Black-out. Speed of life. Breakingglass en Beauty and the Beast) werd slechts afgewisseld door twee strategisch geplaatste oudere songs, waarvan The Jean Genie een zeer verrassende nieuwe uitwerking kreeg. Het andere was Fame, dat er superieur ontspannen en tegelijk zeer strak uit kwam.
Na de pauze volgde een selectie uit Ziggy Stardust (Five years, Soul love. Star, Hang on to yourself, Ziggy Stardust en Suffragette city),  vervolgens de Alabama-song en ten slotte, ingebed in de electronische benadering van zijn laatste platen (Eno!) een imposante versie van Station to station, dat het publiek massaal maar beheerst naar het podium dreef.
Een zichtbaar gelukkige Bowie werd tweemaal teruggeroepen voor toegiften. Het waren Stay, TVC15 en Rebel Rebel.
Bedwongen emotionaliteit, lichtvoetigheid zelfs, een briljante uitvoering die zich nergens opdrong en een superieur strakke regie waren de kenmerken van deze concerten van Bowie, die ik zonder te weten wat er verder nog komt, nu al tot de gebeurtenissen van dit jaar reken.

De Volkskrant, juni 1978
Een uitgebreide totaalindruk van de concerten die Bowie in juni 1978 in de Ahoyhal gaf, staat in mijn boek Het Jasje van David Bowie
Bowie trad op 7, 8 en 9 juni op

Geplaatst in Algemeen | 2 Reacties

BOWIE, ANGIE EN IMAN

set_david_bowie_iman_hello_magazine

Het is altijd interessant om van iemand die je de moeite waard vindt ook te weten met wie hij getrouwd is. Dat zegt namelijk veel over hem. Dat geldt dus ook voor David Bowie. Zijn eerste vrouw, Angie, was een buitengewoon iemand, vooral in haar jeugd. Ze heeft de onzekere Bowie zonder meer zeer geholpen om zichzelf te vinden. Haar onverschrokkenheid en excentriciteit compenseerden zijn verlegenheid. Lees in een van de interviews die ik maakte met Ian Hunter van Mott The Hoople maar na hoe hij over haar oordeelt. Zoals bekend heeft Bowie Mott gered van de ondergang, onder meer door ze de pracht-hit All The Young Dudes cadeau te doen, dit generatie-lied van na The Who, van na Mij Generation.
Ik citeer uit  Het Jasje van David Bowie Ian Hunter: ‘Bowie vond ons al jarenlang de enige punkband van Engeland. Hij bewonderde die kant van ons en hij had al een half album voor ons geschreven. Hij heeft ons Drive-In Saturday aangeboden, waar hij later zelf een hit mee had en Suffragette City. Maar The Young Dudes was het, het is geknipt voor ons.
Maar weet je wie groots is? Angie Bowie, zijn vrouw. Na een van onze laatste concerten in Londen kwam ze in de kleedkamer op me af. Ze drukte zich tegen me aan en zette haar knie tussen mijn benen. “Darling, zegt ze met zo’n omfloerste stem, waar jij niet allemaal over zingt, maar je moet het niet alleen zingen, je moet het ook echt doen.” David stond er een beetje bij te grinniken. Ze gedraagt zich volkomen zoals ze is en ze bedoelt er niets mee. Geweldig!’

Het is misschien niet verwonderlijk dat dit huwelijk met het stijgen van Bowie’s roem steeds meer is ontaard in een clash tussen twee veranderende ego’s. En evenmin dat Bowie voor zijn tweede huwelijk een totaal andere persoonlijkheid heeft uitgekozen, bovendien uit een beroepsgroep waar hij, ook naar eigen zeggen, nooit veel belangstelling voor had gehad. Daarom vond ik de opmerkingen die ik hier onlangs plaatste, over wat hij in dit laatste huwelijk allemaal had moeten leren, ook zo onthullend. (zie blog van 31 januari)
Wie is Iman? De foto waarop ze haar hondje uitlaat vertelt daar wel degelijk iets over.

set_david_bowie_iman_vogue_1995

Foto; Vogue, 1995

 

 

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie

BOWIE’S WHITE LIGHT CONCERT (1976)

1976_fly_away_duke_live_600wHoe ging dat er in het predigitale tijdperk aan toe bij de kranten? Zo. Als muziekmedewerker werd er van je verwacht dat je onmiddellijk na het concert je bespreking maakte en die bij voorkeur nog voor middernacht doorgaf aan de speciale telefonist die hiervoor was. Dan stond het stuk de volgende ochtend in de krant. Met name voor popconcerten speelde de actualiteit een belangrijke rol. Vaak was er namelijk de dag daarop nog een tweede optreden. Dat betekende wel dat je je recensie door de tijdsdruk meestal moest beperken tot het geven van alleen de noodzakelijkste informatie. Mijn stuk over het Station to Station optreden van Bowie draagt alle sporen van deze omstandigheden. Er is aan wat er in de krant terecht gekomen is niet meteen af te lezen dat dit het meest indrukwekkende concert was dat ik tot dan toe – en eigenlijk nog steeds – ooit gezien had.

Nu zou ik als eerste het voorprogramma noemen dat bestond uit delen van het nummer Radio Aktivity van Kraftwerk, die op concertsterkte gedraaid werden en ook onder film van Bunuel (spectaculair hoogtepunt: een scalpel die een oogbol doorsnijdt) waren gelegd. Bowie had eerst Kraftwerk zelf als voorprogramma gevraagd.
Deze hele set up was bedoeld om de sfeer aan te geven waar zijn eigen muziek naadloos bij aan moest sluiten. Het Berlijnse expressionisme zoals hij dat had leren kennen, hard, somber en in zwart-wit. Vandaar ook de belichting van de show waarbij het wit versterkt werd door en Klieg filmlampen die hij waarschijnlijk goed had leren kennen tijdens de opnamen van The Man Who Fell To Earth, die nog maar een half jaar achter de rug waren.
Het karakter van The Thin White Duke dat hij hier introduceerde paste daar helemaal in: zwart pak met vest en een stralend wit overhemd. De enige kleur die er tijdens deze hele avond te zien was kwam van zijn oranje haar en – heel subtiel – van het blauwe pakje Gitanes sigaretten dat in zijn vestzak stak en waarvan hij er af en toe een opstak.
Twintiger en dertiger jaren Berlijn, de schrijver Isherwood, de sfeer ook van de film Cabaret (van Bob Fosse) die nog in 1972 niet nagelaten had grote indruk te maken.
De sobere en ijzersterke belichting van deze toernee was des te verrassender omdat de gekleurde podiumbelichting nog steeds in opmars was en er steeds uitbundiger gebruik van werd gemaakt door popgroepen. De hele popmuziek speelde in deze decennia wat gebruik van nieuwe technieken (ook voor geluid en geluidsopnamen) en vondsten betreft een voortrekkersrol.

Geplaatst in Algemeen | 2 Reacties

CONCERTBESPREKING STATION TO STATION TOURNEE, 14 mei 1976

CYzTPE7UkAAZG_F

Als een kunstenaar overlijdt gebeurt er iets wonderlijks met zijn werk. Het is namelijk opeens af. En daarmee staat het definitief open voor interpretaties. Er zal niets meer bijkomen. Dit is het.
Nu was in het geval van David Bowie al heel lang duidelijk dat werk en persoon belangrijk en invloedrijk waren. Maar hoe belangrijk begint eigenlijk nu pas, na zijn dood, door te dringen.
Vergelijk maar eens. Hoe erg zal het zijn als straks Mick Jagger, een ander icoon uit de rock-era, zal overlijden? Het zou erg zijn, maar er valt geen peiler van de rockgeschiedenis met hem weg. Hetzelfde geldt voor Bryan Ferry, hoe belangrijk Roxy Music ook is geweest.
Ik zie zo gauw niet iemand van de importantie van Bowie. Lou Reed, die ik wel als van zijn kaliber beschouw, is immers al overleden.
Zo lang iemand leeft staat hij nog gewoon in de massa van zijn tijdgenoten, ook al steekt hij daar bovenuit. Maar valt hij daaruit weg, dan komt hij helemaal op zichzelf te staan. Vandaar misschien dat ik nu ook steeds de behoefte voel om zijn hele oeuvre te onderzoeken. Ook al is dat dan door middel van losse sonderingen.
Wat ik van hem vond tijdens zijn leven staat in Het Jasje van David Bowie (Uitgeverij De Harmonie), dat – voor de duidelijkheid – niet alleen over hem gaat maar over de hele periode van 1968 tot 1986. Een aantal toevoegingen vanuit definitiever perspectief ben ik bezig hier te verzamelen.
Daar horen ook de concertbesprekingen bij die ik indertijd maakte. In die stukken probeerde ik meestal al het belang van de persoon of de groep in kwestie in het geheel van de ontwikkeling van de rock aan te geven. Bovendien is in retrospectief het bijzondere ervan nu dat ze ook een kijkje in een bepaald moment in de tijd, in de geschiedenis. Het zijn als het ware snapshots waarin het leven van toen voor even betrapt is.
Waar nodig voeg of licht ik toe.

DAVID BOWIE MEER DAN MEESTERLIJK

De Engelse rockster David Bowie is voor twee concerten in Nederland. Het ene optreden vond donderdagavond plaats in de grotendeels uitverkochte Ahoy-hal. Het andere vindt in dezelfde hal vanavond plaats.
Het is de eerste keer dat Bowie, die al een aanzienlijk en invloedrijk oeuvre op zijn naam heeft staan, hier optreedt. Het gehele programma was door hemzelf in elkaar gezet. Als voorprogramma diende Bunuels klassieke korte film Le Chien Andalou, die fraai aansloot bij Bowie’s eigen optreden, niet alleen door de surrealistische kanten die zijn recente werk kenmerken, ook door zijn huidige image, zijn kleding en misschien zelfs door het statige zwart-wit waarin zijn show uitzonderlijk fraai belicht was.
Bowie werd vergezeld door vijf muzikanten. Ex-Yes-man Tony Kaye was op klavierinstrumenten te horen; de van de laatste platen bekende Carlos Alomar, George Murray en Dennis Davids op respectievelijk tweede gitaar, bas en drums, terwijl de vlak voor deze tournee aangenomen eerste gitarist Stacey Heydon zich ontwikkeld bleek te hebben tot een ware aanwinst.
Station to Station opende het concert op imponerende wijze, een indruk die in de anderhalf uur dat het optreden duurde nauwelijks meer zou verflauwen. De band was zeer hecht en uiterst soepel; Bowie zelf zong en bewoog zich met gecontroleerd, koel pathos. Suffragette City sloot goed aan op het dramatische begin: een combinatie van kracht, souplesse, vaart en controle. Het hele programma tot en met de sluipende en glijdende witte spot zat met een uiterste perfectie in elkaar.
Fame, Word on a Wing en Stay volgden. Het laatste in een iets meer opgepepte versie dan op de plaat. In de instrumentale finale hiervan schitterde Heydon op gitaar. Bowie’s jammerende fraseringen en zijn gereserveerde, dramatische gebaren lieten niet na veel indruk te maken.
De muziek die hij brengt is de elegantste zware rock die er momenteel gemaakt wordt. Hij is de enige echte belangrijke ster die de jaren zeventig tot nu toe hebben opgeleverd. Zijn versie van Lou Reeds Waiting for the Man was in zijn opgewekte berusting een stap verder dan Lou Reed zelf tot nu toe heeft weten te bedenken. Life on Mars en Five Years waren ontroerende hoogtepunten van het concert, verrassend van keuze en prachtig gezongen en gemusiceerd.
Het laatste deel van het optreden (Changes, TVC15, Diamond Dogs) was losser en iets mechaniseer dan het zeer gespannen eerste deel. Rebel, Rebel en Jean Genie vormden de voortreffelijke toegiften van een concert dat niet minder dan buitengewoon en in veel opzichten zelfs meesterlijk genoemd kan worden.

De Volkskrant, 14 mei 1976

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie