‘Massale droefheid verbroedert’

‘Massale droefheid verboedert / dat is het enige goede eraan’ schreef ik in een hier al eerder geplaatst gedicht naar aanleiding van de vliegramp bij Tripoli. Wat valt er te zeggen over rampen? Er is hooguit in mee te leven. En misschien kan een gedicht een moment van bezinning aanreiken.
Het volgende gedicht is geschreven in 1992 en staat stil bij het schrille contrast tussen onze eigen luxe en de ons en passant aangereikte gruwelen uit verre gebieden.
Intussen is het 2011 en zijn de gruwelen heel dichtbij gekomen.

 

De avondlijke steden
aan de horizon, waar hele
sterrenstelsels zich
onder de donkerende hemel
die met wolken is bedekt
op de aarde hebben
neergelegd. Het Roergebied.
Een in de regen uitgelopen
goud van autolichten
glijdt de heuvel af.
Door het rookkleurig glas
een zicht op bomen.

Wachtende limousines. Boven
het stationaire lopen
van hun zachte motoren
voor het hek dat elektronisch
open gaat zijn uit de radio
geknepen stemmen uit verre
streken te horen, die van
nooit eerder vernomen
wreedheden en moorden
spreken

1992, Eenzang

 

Dit bericht is geplaatst in Eenzang. Bookmark de permalink.

3 Reacties op ‘Massale droefheid verbroedert’

Toon Reacties (3)

Geef een reactie