4 MEI – DODENSTAD

800px-Pieter_Claesz_002b

Of je nu stierf in de Tweede Wereldoorlog of de Eerste, in een van de Punische Oorlogen (tweede eeuw voor Christus, zie het gedicht waarin de zeeslag bij Mylae genoemd wordt), of sterft in de Syrische oorlog van nu, of in de oorlog van Noord-Ierland die ook een godsdienstoorlog was, alle doden wandelen in het laatste deel van Eliots The burial of the dead als zombies over London Bridge en daarna dieper de stad in. Deel I van The Waste Land eindigt met deze passage.

Onwerkelijke stad,
onder de bruine damp van een winterdageraad
stroomde een massa over London Bridge, zo veel,
ik had niet gedacht dat dood zo velen omgebracht had.
Zuchten, kort, werden zo nu en dan geslaakt
en elk mens hield zijn blik strak op zijn voet gericht.
Stroomde de heuvel op en langs King William Street,
naar waar Sint Mary Woolnoth’s kerk het uur bijhield,
op de laatste slag van negen met een dood geluid.
Daar zag ik iemand die ik kende, hield hem aan en schreeuwde: “Stetson!
Jij die met mij was ingescheept voor de slag om Mylae!
Dat lijk dat je vorig jaar in je tuin begroef,
Is het al bezig uit te lopen? Bloeit het dit jaar?
Of heeft de plotselinge vorst zijn bed verstoord?
O, houd de Hond, die vriend is van de mens, er ver vandaan,
Of met zijn nagels zal hij aan het graven gaan!
Jij! Hypocrite lecteur – mon semblable – mon frère!”

Het gedicht refereert beurtelings aan Baudelaire, aan Dante’s Hel en weer aan Baudelaire.
Het schilderij heet Vanitas en is van Pieter Claesz (Antwerpen, 1630).
Het gedicht is uit The Waste Land van T.S. Eliot (1922)
En de vertaling is van Elly de Waard, 2013.

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

2 Reacties op 4 MEI – DODENSTAD

Toon Reacties (2)

Geef een reactie