De koninginnedag die ook de kroning was

INTREDE BEATRIX (30 IV 1980)

De kleine stoet schrijdt tegen wind
onder vervloeiend koper
wuift het in de pluimen

De wind blaast in de hermelijnen
kraag, het is dezelfde wind
die hier door de gordijnen jaagt

het volkslied draagt, men houdt
zijn schreden in bij het open
zwaaien van de deuren

Rimpels plooien zich in
het koninklijk gezicht als het verhaalt
van wat raakt aan ons innerlijk

evenwicht, terwijl sirenes
het bericht van buiten seinen
O stijve gratie van

dit pleiten voor een geweten
de door de camera’s
aangeraakte schrik, de losse

snik en de vergrote
afgemetenheid van de gebaren
Ik zie een land

van protestanten en van van ambtenaren
in de windstille kerk
waarin het rijzen en het dalen

van de menigte een branding is
bezworen op het monotone
ritme van de eden

Uit: Anderling

Geplaatst in Anderling | 1 reactie

AFSCHEID

Kastanjes, uitgelopen, staan te wuiven
een kleine zakdoek in hun kleine hand
als aan een kade waar de boten fluiten
omdat de wind gedraaid is naar het zuiden
en zij, de winter in hun ruimen
uit kunnen varen naar een noordelijker land

De donkerende hemel wordt een schaal
waarin de sikkel van de maan ligt als
geknipte nagel van gods laatste vinger –
wie zijn gebleven, wie zijn meegegaan? Over
de naald van hun kompas daalt gaandeweg
de eerste nacht dat nachtegalen zingen

uit: Strofen

Geplaatst in Strofen | 1 reactie

VERTIGO

Geluk is
wat je ver weg ziet
en aanstaat
om te keren
naar een innerlijk
perspectief –

De duizeling
van het moment
waarin je
van die plotselinge
ruimte
spil bent

Uit: In het halogeen

Geplaatst in In het Halogeen | 2 Reacties

ZELFPORTRET

Soms kwam er een denkbeeld
in mij op dat mij bevloog en

zonder het te toetsen bracht
ik het in praktijk, nooit

werd ik door schande of
schade wijs, ik vond het mooi

om zo te zijn en omdat schaamte
in mijn wereld niet bestond

was schade steeds mijn offer
aan hoe ik vond

dat alles niet alleen
was maar ook moest zijn –

ik tartte de orde en de chaos
op mijn strijdkaros, van god

en al zijn scheppingen
los, ik trachtte de muil

van de tijd te korven, zijn
ijlende vleugels uit te rukken en

terwijl mijn lichaam
meer en meer een kolkende zee

geleek waarop mijn willen
als een stuurloos scheepje

ronddreef en wij ons nergens
in wilden schikken

ik en mijn raad van vele ikken
leed ik en was gelukkig

als een beest

Uit: Eenzang
Foto: Janneke Postma

Geplaatst in Eenzang | 3 Reacties

De donkerste nacht

De donkerste nacht
is die op zee, de
geblinddoekte maan
tast zich het duister

door. – Het voelbare
van een geluid dat
nog een lichaam heeft
de trilling die

de grond verlaat en in
het laagst waarneembaar
luisteren overgaat –
het was nabij en

om mij heen maar
het signaal dat niet meer
aan iets lijfelijks
onttrokken scheen, het

teken dat daarboven
uitsteeg en zich niet
herhaalde maar er
vluchtig was geweest –

had het bestaan? Ik
riep haar aan, midden
op zee, waar niets meer
werkelijk of herkenbaar

was zocht ik een
houvast in haar
naam. De donkerste
nacht is die op zee,

zij tast zich door het
duister heen, de
geblinddoekte maan

Uit: Eenzang

Geplaatst in Eenzang | 2 Reacties