Zij haalde adem, als naalden
die diep door een stof
getrokken worden en regelmatig
ondergedoken is haar draad.
Wij sliepen onder de hanebalken,
het gevlekte, houten hobbelpaard
stond goeiig wakend in een hoek,
de ijsbeer op de grond droeg
op zijn kop mijn muts van bont. Ik was
je lading, lieveling, ik sprong
terwijl het vroor op je wagon, ik
stookte je vuur en samen stoomden
wij de zomen van de nacht langs en
het uur. O nooit moe van met het oog
van de naald van doen te hebben, naait haar
ademen haar slaap steeds vaster toe.
Uit: Onvoltooiing

One Response to “BERKENBOSCH”
Toon Reacties (1) Verberg Reacties (1)