VORST EN WIND

Hoe de wind het vriezen op sleeptouw
neemt, zich uitdost met de kou,
de witte veren van zijn helm
op ramen print, ze blind-
drukt.

Hoe uit vloeren als van een paleis
de vorst, als de wind gaat liggen,
plotseling als een kolom
zo onverzettelijk op-
rijst

met stucwerk tot aan het plafond.
Een ophaalbrug van ijs
is neergelaten op het raam
aan twee bevroren spinnendraden
en op de kraan

schittert de zon een bontmuts
van kristal. – Wij krimpen
van de kou, de ouderdom misschien
al, maar vooral de helderte
van het overzien van al.

 

Gedicht: Elly de Waard, Onvoltooiing
Beeld: IJsbloemen op raam

Dit bericht is geplaatst in Onvoltooiing. Bookmark de permalink.

3 Reacties op VORST EN WIND

Toon Reacties (3)

Geef een antwoord