MERIDIAAN – AMY CLAMPITT

 

Eerste daglicht op de met bitterzoet behangen
slapende veranda, hartje zomer: dauw
over heel het grasveld, diamant-
puntig overbelichte schaduwen zaaiend:
de schaduw van de werkman die draait
over het pad, een flits van melkemmers
in het voorbijgaan: geen dreiging in zicht, geen aanwijzing
ook maar ergens in het heelal van die

apathie op de meridiaan, het zenith
van absolute verveling, vliegen
die zwarte wiegenliederen neuriën in de keuken,
melkzure kruiken, de melkontromer
nog niet afgewassen, wat is er meer in het leven
dan karweien en nog eens karweien, spoelwater,
vermoeidheid, ongewenste kinderen, niets
om de longueur van de namiddag in beroering te brengen

behalve mogelijk donderkoppen
klimmend, loodkleurig, torenend albast
van binnenuit verlicht door schittering en verschrikking
– gevorkte bliksems

                                seconde-splijtend onheil

 

 

Beeld: Solanum dulcamara of bitterzoet
Gedicht: Amy Clampitt, Meridian, The Kingfisher
Vertaling:
Christine D’haen en Elly de Waard

 

 

 

Geplaatst in Algemeen | 3 Reacties

I GO TO SLEEP

En neuriënd in zichzelf verzonken,
Het lichaam wiegend op de maat –
Van wie ik hou is zo ver weg,
Haar klaarte ben ik kwijtgeraakt.

En ’s avonds, als ik in mijn bed,
Dat wijd en koud is, lig terneer,
Is het het denken aan haar dat
Ik vastklem als een teddybeer.

En in mijn slaap is ze dichtbij,
Haar naakte schouders draagt mijn hoofd
Dat zwaar is en vervuld van haar
Lichaam dat zij me heeft beloofd.

En op mijn dagelijkse tocht
Is het haar stem die mij vervolgt,
Mijn latten krassen in de sneeuw
Toe naar haar licht dat telkens dooft.

En sporen die ik dwalend trok
Verduurzamen terstond tot ijs.
Haar open lippen zijn berijpt
En bij het harde ingelijfd.

De zon zwol op tot rode reus,
De vlakte, in glazuur verstijfd,
ligt klaar voor een teloorgang die
Zo kil is als majestueus.

Daartegenover staat en zwijgt,
Kleiner en eindigen dan aarde,
Het krimpend ik, de sterveling,
Die in die koude niet kan aarden

En zich verdichtende ontstijgt.
En neuriënd in zichzelf verzonken,
Het lichaam wiegend op de maat –
Van wie ik hou is zo ver weg,

Haar zoekend ben ik zoekgeraakt.

 

Beeld: Chrissie Hynde, The Pretenders (de song werd voor haar geschreven door Ray Davies)
Gedicht: Elly de Waard, Strofen

Geplaatst in Algemeen | 7 Reacties

AMY CLAMPITT – ZEEMUIS

 

Verweesd zijn van mogelijkheid
moest worden uitgebreid om
de zeemuis toe te laten. Niemand
had om zoiets gevraagd,
of zijn komst voorspeld,

schuilend onder ruche-
randen van zeesla  –
een nat ding maar streelbaar
zoals, gezien uit de verte,
de toppen van struikgewas,

zon-gehoningde, naald-bevachte
pijnbomen, baardige gerst
of alles wat pasgeboren niet kaal
is, maar gepelsd. Geen knaagdier
deze ruige, deze onverwachte

vondeling, geen kattenkruid speelding
voor een kat om te tergen, zelfs geen
echinoderm, het schepsel
schijnt een worm te zijn. Met een ruggengraat van zij,
baby-mammie-geluierd, is het

thuis waar iedere gang
met zwabber en emmer geschrobd wordt
en tweemaal daags van wand tot wand
gelucht door de onver-
moeibare hoofdzuster van de getijden.

 

Beeld: Haren van de zeemuis en: Zeemuis
Gedicht: Amy Clampitt Sea Mouse
Vertaling: Christine D’haen/Elly de Waard

Geplaatst in Algemeen | 4 Reacties

AMY CLAMPITT – SYRINX

Amy Clampitt (1920-1994) is een van de grote Amerikaanse dichters. Ze debuteerde op haar 64ste met de bundel The Kingfisher bij Knopf in New York, een bundel die ik onmiddellijk bestelde op grond van de pagina’s-lange bespreking van Helen Vendler in The New York Review of Books. Zij was als onbekende debutant van leeftijd een sensatie en was voor mij een van de grote poëtische ontdekkingen van mijn leven. Ik schreef haar en zij kwam bij mij logeren tijdens een Europese vakantie. Na de The Kingfisher publiceerde zij nog vier bundels. Onze vriendschap heeft tot haar dood geduurd. Op deze website is een apart hoofdstuk aan haar gewijd.

De diepzinnigheid van haar werk en de enorme kennis die erin ligt opgeslagen dagen mij altijd opnieuw weer uit om te proberen die in het Nederlands recht te doen. Zo eerder deze week haar gedicht Grasses, en nu Syrinx dat als uitgangspunt het strottenhoofd van de vogel heeft, maar in zijn geheel gaat over hoe de taal over het onuitsprekelijke heen ligt.

SYRINX

Zoals de misthoorn die een en al long,
de windgong die een en al slagwerk is,
zoals de wind zelf, die alleen maar lucht
in ernstige agitatie is zonder ook maar
een vinger om duidelijk te maken
wat eraan scheelt, is de
eolische syrinx, dat riet
in de keel van een vogel,
als het erop aankomt om wat wij
consonanten noemen te vormen,
te weinig precies voor consensus
over wat hij zelfs maar lijkt
te zeggen: is het o-ka-lie
of con-ka-rie, is het eigenlijk jug jug,
of kan het, wat dat betreft, ook koekoek zijn? –
veel minder dan of de roep van een vogel
in het bijzonder iets betekent
of zelfs überhaupt.

Syntaxis komt het laatst, daar kan geen
twijfel over bestaan: kwam het laatst,
kan over gedacht worden (is
over gedacht door iemand) als een
hogere vorm van uitdrukking:
is, in extremis, het eerste dat
overboord gezet wordt: als de diva
op het podium, een en al oprijzend
ademwerk vanuit de borst,
opstijgt tot pure klinker,
losbrekend uit de droge,
alleen maar schurende
omhulsels van de verbijzondering,
voorbij aan nog iets te zeggen,
niet anders dan als de wind in
de bomen, het breken van golven,
of het gejammer van Homerus’
Thespesiae iachē

die laatste kans van schimmen
op de drempel, die van alles
ontdaan zijn behalve hun adem.

 

Foto: Jaren Tachtig, Universiteit Leiden, Nederland, tijdens een lezing van Hal, Amy’s echtgenoot
Gedicht: Amy Clampitt, Syrinx, uit: A Silence Opens
Vertaling: Elly de Waard (maart 2018)

Het Homerus-citaat is uit de Odyssee, XI: 34-43, over de schimmen uit het dodenrijk die om Odysseus’ aandacht roepen

Geplaatst in Algemeen | 6 Reacties

GRASSEN

 

Golvend over de glooiingen
komt dag na dag een glans
van violet aan om het groen
te doven, als grassen

waar ik nooit de namen van leerde –
ontelbaar, profetisch,
vergankelijk – een bloei neer zetten
zo veelvormig, dat je

het nauwelijks opmerkt: de havers groeien
hoog, hun hangende helmpjes
vol mica-stuifmeel leggen, steel
voor steel onderzocht, zo’n variatie

aan hoedanigheden bloot, emailleringen
van een goudbrons zo zonder
ambachtelijkheid, dat ik alleen maar
wanhoop die ooit via een metafoor

te beteugelen: zelfs van de plebejische
weegbree in het tuintje bij de voordeur
verdient elke alledaagse kegeltop een
halo, een serafisch

hoedenlint als garantie dat
sterven, voor de
ongestudeerden, de menigvuldigen,
de werkelijk deemoedigen

geen betekenis heeft, niet is dan
van het bloeien de krioelende
geruststellingen van nog één
wederopstanding meer.

 

Beeld: Bloeiende haver
Gedicht: Amy Clampitt, Grasses
Vertaling: Elly de Waard (febr. 2018)

 

Geplaatst in Algemeen | 3 Reacties