OP DEZE OCHTEND IN DECEMBER

 

Dat deze verstilling is gewonnen
op die baaierd van ongenoegen;
die schepping uit vernietiging
een vredig ogenblik als dit

heeft voortgebracht. Mist hangt tussen
de roerloze bomen en toch is het
vrolijk, het gekliefde hout stapelt
zich op tegen een stam; massa

in slaap, van vuur alleen maar dromend.
Uitzicht is teruggebracht tot een
vermoeden van verte, doorzeefd

van licht. Het heelal is een toverbal,
goochelaarsbal van zeg: de hoeder.

 

Gedicht: Elly de Waard, Van Cadmium Lekken de Bossen
Eigen foto

Geplaatst in Van Cadmium Lekken de Bossen | 2 Reacties

NACHTVLINDER

 

 

GEVLEUGELDE
zeemeermin, de nachtvlinder die
aan mijn ramen slaat, haar rok
het onderstuk van een gewaad
– vijftiger jaren, Hollywood –
dat als de rest van een
verpopping om haar benen
staat, de bindsels van een
sprookjesboek, in wit doek
ingenaaid

o sneeuwwitte
filmster, balancerend
op de grens van schaduwen
en licht en hulpeloos
op het toverachtig
schijnen van mijn lamp
gericht, o eenzame
uit de nacht omhoog
gerezen koningin, o
Caroline,o
Marilyn

 

 

 

Gedicht: Elly de Waard, uit Onvoltooiing

Geplaatst in Algemeen, Onvoltooiing | 2 Reacties

MEDIA VITA

 

Verspreid tegen de lucht gespijkerd als de sterren
En van liefde ziek ben ik, ik kom tot niets.

Nacht is het in je ziel, de grijze iris van je blik
Balt zich rondom je ondoordringbare pupillen samen.

Ons bed, de plek van je confessies, is zo naakt
Als kalend linnen en zo onbevlekt

Als het uitzicht op de stad die in de diepte
Voor het raam van dit hotel in sneeuw ligt uitgeteld.

Een wolkenkrabber klieft het stratenplan
Dat in een vorige eeuw met vaste hand werd aangelegd –

Platanen, stammen bladderend als plafonds,
Ontbloten er hun pleisterwerk en in hun takken

Hangen uitgebrand de vruchten van hun lampions –
Zwart kant bedekt frivool balkons, ook die van onze kamers

Waar stoelen gapen nu over de vloeren
Lopers van ochtendlicht in banen worden uitgerold.

Wij reizen samen,
Slapen zonder lief te hebben en staan haastig op –

Stations zijn dit en restauraties, haltes, oponthoud
En alles wat zij van ons vergen

Is wat de opdracht is van elke dag aan elk voor zich:
De tijd te doden tot wij sterven.

 

Gedicht: Elly de Waard: uit Furie

 

Geplaatst in Furie | 4 Reacties

VAN VROLIJK EN OOK WEER ANDERS

 

Vrolijk als speelgoed stond alles
te ratelen in de wind
in helle kleuren, de huizen met wingerd
roodbehaard en op hun rieten daken mossen
als de baard en muts van Barbarossa;
de vers gevallen blaadjes als geroosterde
honingkoekjes zo smakelijk
op een presenteerblad aan mijn voeten, maar

ik versmaadde ze, ik wilde
met mijn handen in mijn zakken lopen
en ze ballen, tegen eikels schoppen,
stenen, takken, denneknoppen

en mijn eigen veldtocht houden
tegen windmolens en spoken.

 

Gedicht: Elly de Waard, uit Anderling

Geplaatst in Anderling | 3 Reacties

HOPPER EN IK

 

Het verlaten deel van een vliegveld.
Geen landingsbaan te zien hier.
Enkel wuivend graan
en eenvormige bergen in de verte.

Achterover geleund in hun
opvouwbare zetels de wachtenden.
Zij zonnen zich achter een raam
zo groot dat het lijkt of het er niet is.

Een zit voorovergebogen te lezen
in iets dat het midden houdt
tussen een boek en een brochure.
De bagage is al lang ingeladen.

 

Gedicht: Elly de Waard, De aarde, de aarde
Beeld: Edward Hopper

 

Geplaatst in Algemeen | 2 Reacties