De asbloem spreekt


Boodschap van de geplaagde
overwinnaar: laat de lijken
de nog levenden verstikken

laat ze liggen, laat het lijken
of de gehangenen nog staan. En:
geen enkel gewas, noch mens

noch brandnetel, kan tegen
stelselmatig afmaaien
enkel het gras – daarom bedekt

het gras de graven. Zo klinkt
het over het nieuws in steeds
woordvormiger hamerslagen

uit: Proeven van moord

Geplaatst in Proeven van Moord | 3 reacties

ACH EN WEE

Ach, zo mooi theekleurig
batisten zakdoekje
bemodderd en versleten
op de grond

De draden van het weefsel
nog zo fijn getekend, rafels
gaatjes zelfs, verloren
in verdriet of misschien
weggesmeten –
heeft zich als afgevallen blad
vermomd

2011, ongepubliceerd

Geplaatst in Ongepubliceerd | 5 reacties

HET FEEST MIDHERFST

De dierenriem, het feest
midherfst, de kinderen en
het kind alleen

lopen met brandende lampions
in de vorm van een
Chinees konijn

en het allene met een draak
in stilte
tegen de heuvel op

de haas tegemoet
die zich in de helder
schijnende maan bevindt

Onkenbaar in de sterren er
omheen staat het geschreven:
dat draak

en haas, die elkaars
tegendeel zijn, tot elkaar
zijn aangewezen

uit:Anderling

Geplaatst in Anderling | 3 reacties

IN HET NOORDERLICHT

Ik mij een waaien
voorstelde te horen
dat met grote gebaren
omging door de bomen

alsof het de zomen waren
van een rok of een gewaad
dat van hoog afhing –
de nacht was licht

de maan nam af en vlakbij
opende zich plotseling
als van een vergezicht
een aanwezigheid

een lichaam als een ding
dat was gewikkeld in
een badjas en dat
aan te raken dichtbij

in het duister naast mij
ook met ingehouden
adem te luisteren
lag of hing –

en mij beving
hoewel ik niet wist wie
het was, de zekerheid
dat ik het heel goed kende

en dat mijn diepste
en meest woeste liefde
naar dit weergekeerde
lichaam uitging

uit: Anderling

Geplaatst in Anderling | 2 reacties

VALLEI VAN DE DRAGNE IN HERFST


Alleen nu omgeven nog
door licht roesten de bossen
naast een rijzende zon
die de voor het eerst bevroren

velden, waar ze ze tussen de
takken en hun schaduwen door
aanraken kan, schoon strijkt
van rijp, beduimeling

van gras, als met een vinger
op een ruit van ijs en glas
en die met het overstijgen
van de bossen (spoedig

zullen nevels uit de kronen
oprijzen en verdampen)
steeds lagere weiden bereikt
ze ontdooiend tot

een intens en stralend groen
waaruit de herademing spreekt
het overleefd te hebben.
Het gele blad

van de ahorn is afgevallen
aangetast, alsof de pen
van de maker bij het
tekenen van de nerf

in inkt er op is uitgespat

uit:De hemel van Toulouse

Geplaatst in Anderling | 1 reactie