SUPERMAAN

Bedauwde ochtend na de nacht
dat de maan op haar nabijst
van de aarde was, haar gestalte
eenvijfde maal groter dan gewoon.
Supermaan of supermoon.

Vredig had zij haar licht tussen
de bomen geworpen, zwarte
slagschaduwen toverend. En
in de stilte van al dit schoon
had ik haar bezworen de zeeën
en hun golven met rust te
willen laten en de aardplaten
bijeen maar ik wist niet of
zij mij had willen aanhoren

maart 2011 (ongepubliceerd)

Geplaatst in Ongepubliceerd | Een reactie plaatsen

VAN AARDSCHORS NAAR BOOMSCHORS, een vingerwijzing

Het genot de ruwheid
aan te raken van een
schors, dat aan een boom vast
zit, dit schors aan deze

boom en het verschil met
dat, dat gladder is, aan
die, en dat het onverstoft
is, wel bestoven

met zand en vocht –
te voelen dat je vingers
leven, dat hun huid
een eigen tekening

draagt van ongesteven
onverharde schors
dat zo sensibel is
omdat de fijnste zenuwen

er met de ribbelingen
zijn verweven

1995, Het Zij (gedicht is bewerkt)

Geplaatst in Het Zij | 1 reactie

MAART 2011

De dood was overal zozeer
aanwezig dat ik niet begreep
dat ik nog leefde – golven
rezen mij als haren te berge
brokstukken van zinnen dreven
voorbij. In mijn dromen regen
de watermassa’s zich aaneen
en verdronk ik in het behappen
van een natuur die zich nog maar
tot in haar eerste macht
had verheven – om uitgeput
wakker te worden op de
onvaste grond, maar toch grond
van de aarde, de aarde, het
leven

2011 ongepubliceerd


Prent: Hokusaï (Japan, 1760-1849)

Geplaatst in Ongepubliceerd | Een reactie plaatsen

NA DE ZEEBEVING

Altijd steekt ergens
nog wel een hand uit
Uit dakriet, waarvan een rest
bijeen ligt op de grond

of omhoog uit een oppervlakte
van niet meer van elkaar
te onderscheiden lichamen
in een donkere loods

De zes ramen die uitgeven
op een zonnige dag
werpen een rembrandtesk licht
over de geschakeerde, vaag

vleeskleurige bodem
waaruit die ene hand omhoog
steekt – als een monument
voor het moment van overgave

De meesten zijn in zweefhouding
gestorven en zullen ook, als
vliegende in zwermen bij elkaar
worden ondergebracht in de aarde

2005, Proeven van Moord

Geplaatst in Proeven van Moord | Een reactie plaatsen

EEN DIEPE WATERPLAS

Een diepe waterplas
glanst open, een rilling

van de wind, van het
haast windeloze, doet

het water, dat zijn beven
meegeeft aan

de weerspiegeling van bomen
sidderen –

Zo ligt mijn ziel soms bloot
en open, als een wond

en krimpt zij van een
fluistering, een afgewende

blik, de ademtocht
van een gesloten mond

1995 ‘Het Zij’

Geplaatst in Het Zij | Een reactie plaatsen