IN HET NOORDERLICHT

I.M. Jan Ameling Emmens

 

Ik mij een waaien
voorstelde te horen
dat met grote gebaren
omging door de bomen

alsof het de zomen waren
van een rok of een gewaad
dat van hoog afhing –
de nacht was licht

de maan nam af en vlakbij
opende zich plotseling
als van een vergezicht
een aanwezigheid

een lichaam als een ding
dat was gewikkeld in
een badjas en dat
aan te raken dichtbij

in het duister naast mij
ook met ingehouden
adem te luisteren
lag of hing –

en mij beving
hoewel ik niet wist wie
het was, de zekerheid
dat ik het kende

en dat mijn diepste
en meest woeste liefde
naar dit weergekeerde
lichaam uitging

 

Gedicht: Elly de Waard, Anderling

 

Geplaatst in Anderling | 4 Reacties

0UDJAAR 2021

 

Zal dit de laatste winter van onze welvaart
zijn? Het zou zo maar kunnen, nu is al te zien

dat alles minder wordt in aanbod, duurder
in de aanschaf en het hoogste bestuur

ons leven degradeert tot op de pof –
dus vier de feestdagen uitbundig nog!

Schenk glazen bij en zet de drank in overvloed
op tafel, nodig vrienden uit, op beurt desnoods

omdat het weer niet mag, en stoot de glazen
tegen elkaar op het goede leven dat wij

konden leiden; om de herinnering eraan,
later, in weemoed en verbazing op te halen.

Wij,  die de rijkdommen verdienden of vergaarden
hebben maar weinig tijd van leven nog

maar jullie, ons geliefde nageslacht, dat in
verwendheid en toegeeflijkheid werd groot gebracht 

en geen gehardheid kent of tegenslag, hoe gaan
júllie dat in je nieuwe armoede betalen? 

 

 

Gedicht: Elly de Waard, Ongepubliceerd
Eigen foto’s

 

Geplaatst in Algemeen | 3 Reacties

OP DEZE OCHTEND IN DECEMBER

 

Dat deze verstilling is gewonnen
op die baaierd van ongenoegen;
die schepping uit vernietiging
een vredig ogenblik als dit

heeft voortgebracht. Mist hangt tussen
de roerloze bomen en toch is het
vrolijk, het gekliefde hout stapelt
zich op tegen een stam; massa

in slaap, van vuur alleen maar dromend.
Uitzicht is teruggebracht tot een
vermoeden van verte, doorzeefd

van licht. Het heelal is een toverbal,
goochelaarsbal van zeg: de hoeder.

 

Gedicht: Elly de Waard, Van Cadmium Lekken de Bossen
Eigen foto

Geplaatst in Van Cadmium Lekken de Bossen | 2 Reacties

NACHTVLINDER

 

 

GEVLEUGELDE
zeemeermin, de nachtvlinder die
aan mijn ramen slaat, haar rok
het onderstuk van een gewaad
– vijftiger jaren, Hollywood –
dat als de rest van een
verpopping om haar benen
staat, de bindsels van een
sprookjesboek, in wit doek
ingenaaid

o sneeuwwitte
filmster, balancerend
op de grens van schaduwen
en licht en hulpeloos
op het toverachtig
schijnen van mijn lamp
gericht, o eenzame
uit de nacht omhoog
gerezen koningin, o
Caroline,o
Marilyn

 

 

 

Gedicht: Elly de Waard, uit Onvoltooiing

Geplaatst in Algemeen, Onvoltooiing | 2 Reacties

MEDIA VITA

 

Verspreid tegen de lucht gespijkerd als de sterren
En van liefde ziek ben ik, ik kom tot niets.

Nacht is het in je ziel, de grijze iris van je blik
Balt zich rondom je ondoordringbare pupillen samen.

Ons bed, de plek van je confessies, is zo naakt
Als kalend linnen en zo onbevlekt

Als het uitzicht op de stad die in de diepte
Voor het raam van dit hotel in sneeuw ligt uitgeteld.

Een wolkenkrabber klieft het stratenplan
Dat in een vorige eeuw met vaste hand werd aangelegd –

Platanen, stammen bladderend als plafonds,
Ontbloten er hun pleisterwerk en in hun takken

Hangen uitgebrand de vruchten van hun lampions –
Zwart kant bedekt frivool balkons, ook die van onze kamers

Waar stoelen gapen nu over de vloeren
Lopers van ochtendlicht in banen worden uitgerold.

Wij reizen samen,
Slapen zonder lief te hebben en staan haastig op –

Stations zijn dit en restauraties, haltes, oponthoud
En alles wat zij van ons vergen

Is wat de opdracht is van elke dag aan elk voor zich:
De tijd te doden tot wij sterven.

 

Gedicht: Elly de Waard: uit Furie

 

Geplaatst in Furie | 4 Reacties