MANCHESTER: DE TROOST VAN BLOEMEN


 

Hoe droef de bloemen
uit hun midden zien
een zuster weggerukt

in alom voelen
staan zij, wiegende
in rouw en liefdevol

tegen elkaar gedrukt
hun tranen vloeien
bij een redderend

zich bemoeien
dat de lege plek, het
bloeden daar wordt bedekt

en in een jammergebaar
van blad
rillen zij tegen elkaar

hun stelen buigen
diep in rouwmisbaar
en ruisend schreien zij

haast hoorbaar terwijl
de wind nu op zijn
tenen om ze heen loopt

en zacht rondblaast
opdat as over hun
bleke kroontjes neerdaalt

 

 

Beeld: Gabriele Viertel, Moon with tulips 
Gedicht: Elly de Waard, Anderling

 

Geplaatst in Algemeen | 2 Reacties

IK ZOCHT

Ik zocht de aard van
mijn liefde te ontraadselen
zij leek mij zoiets als
de wind, onkenbaar, telkens
anders van gedaante, een
chemie waarvan de samen-
stelling wisselt. Koorts-
achtig beminde ik haar, ik
kreeg mezelf niet stil, ze
kwam en kwam, alsof ik bang
was voor een ogenblik, ooit,
o nog lang niet, dat ik niet
meer van haar houden zou,
zij niet meer van mij was.
‘Waar doen we het?’ – Hier.
Wanneer?’ – Meteen, ik hield
haar vast, al was het
in gedachten; aanbiddend
en ophitsend was mijn
prevelen te horen in de
nacht: O kom, kom bij me, kom
tot mij die op je wacht. En elke
ochtend die mij vond, op droge
aarde, in droog zand gekromd
dat met vocht uit de lucht
bespogen was.
………………….. O die geur,
die de vroege zon
los steekt uit licht
bedauwde grond! Die geur
ademt je mond!

 

Beeld: Gabriele Viertel: uit de serie Versa
Gedicht: Elly de Waard: Onvoltooiing

Geplaatst in Algemeen | 4 Reacties

IN DE OCHTEND


Ik ken je zo weinig eigenlijk
zo alleen maar van

enkele uren telkens, zo
voornamelijk naakt –

soms vlucht je in de ochtend
voor mij uit en word

steeds dunner, als nevel je met zijn
doorzichtige

vingers aanraakt
rook dampt tussen

de bomen, de kleine krielhaan
kraait

 

Beeld: Gabriele Viertel, Walkers, My work under water
Gedicht: Elly de Waard, Eenzang Twee

Geplaatst in Algemeen | 2 Reacties

IK ZAG HAAR UIT HET RAAM

Ik zag haar uit het raam, zij stond
over de smalle, hoge vijver

heengebogen en was
in de beweging van het water

en de lichte scheepjes zeer
verdiept; ik zag haar losse haar, ik

zag de gratie van haar zonder
moeite zich voorover buigen

die in het spelen en het stromen
van het water en de scheepjes

scheen meegenomen; en later
in de gang, toen zij dan voor mij

liep, zag ik dat onnavolgbare
opnieuw maar nu bewegend:

de ronding van haar rug, haar
achterste, haar benen, de wijze

waarop zij, maar nu bewust
haar haar over haar schouders wierp.

Intiem waren wij wel in ons
gedeelde lopen, maar nog het

meest in het inmiddels voelbare
besef van dit: dat ik

haar zag en zij zich wist
gezien

 

Beeld: Joke van Vlijmen
Gedicht: Elly de Waard Eenzang twee

 

 

Geplaatst in Eenzang Twee | 1 reactie

IN DREAMS BEGINS REALITY

 

De hefboom van de adem
doet ons dieper

zakken in de slaap; zachte
machine, die haar

afdaling in regelmaat
verricht, zacht

ronkende mechanica –
de huizen zijn

schaars verlicht
in deze nachtstad, als in

dromen, alleen
in trappenhuizen heeft men

zicht; koker
of schacht, die zich naar hoogten

richt waar wij
zonder vooruit te komen

steeds bezig zijn
naar toe te lopen

 

Elly de Waard: Eenzang
Beeld: Jak Beemsterboer: Missing: I’m not here

Geplaatst in Eenzang | 3 Reacties

KASTANJES, uitgelopen..

Kastanjes, uitgelopen, staan te wuiven,
Een kleine zakdoek in hun kleine hand,
Als aan een kade waar de boten fluiten
Omdat de wind gedraaid is naar het zuiden
En zij, de winter in hun ruimen,
Uit kunnen varen naar een noordelijker land.

De donkerende hemel wordt een schaal
Waarin de sikkel van de maan ligt als
Geknipte nagel van gods laatste vinger.
Wie zijn gebleven, wie zijn meegegaan? Over
De naald van hun kompas daalt gaandeweg
De eerste nacht dat nachtegalen zingen.

 

Elly de Waard, uit: Strofen
Eigen foto

Geplaatst in Strofen | 2 Reacties

ROMEINSE LIEFDE

Geknield biedt zij haar lichaam aan.
Het waait. De boom stroomt als een
Waterval en wier van boten slingert
Met plastic slierten en stroken
Ritselend om ons heen. Wij wonen
Onder de klimmende wolken. Kussen
Als dobberen in een monding. Geborgen
En ingekeerd, onder de cumulus van
Het middaguur, leg ik mijn hoofd
Te rusten tussen haar heupen.

In lome armen draag ik mijn dromen.
Intiemer beeld: het water kwijlt
Uit Tritons mond, begroeid met mos en
Aan zijn beide wangen vlijen zich
Dolfijnen. En alle stengels zijn
Besprongen door het weer en buigen
Zich in overgave als fonteinen
Neer. De stad spint als een wilde
Kat achter de duinen. Eenzelvig
In zijn beddingen kolkt het verkeer.

 

Beeld: Gabriele Viertel, Follow me to the depths
Gedicht: Elly de Waard, Een Wildernis van Verbindingen

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie
Pagina 1 van 4812345...102030...Minst recente »