BIOGRAFISCHE NOTITIES (1)

 

Scène: Chris en ik zitten in de woonkamer van ons huis aan de Nessen in Bergen. Het is een paar maanden na de brand. Dit zal later blijken ons overgangshuis te zijn naar het Vogelwater.
Het is nacht. In de hoek waar hij werkt, gezeten in een goedkope draaibare leunstoel die we van zijn ouders hebben gekregen, liggen de stapels papier, kranten en boeken op de grond, zoals dat ook in onze woonkamer in Groet het geval was. Alleen werkt hij hier niet aan een tafel, maar gewoon vanuit zijn stoel, papier of blocnote op zijn schoot. Overdag kan hij door de grote ramen naar buiten kijken, naar de achtertuin met grasveld, grenzend aan een sloot met eenden en zwanen.
Het huis is een soort blokkendoos van twee verdiepingen, onderdeel van en geschakeld aan een heel plan van identieke huizen. Tot mijn verbazing heb ik veel meer moeite met de gehorigheid en de ingeperkte situatie van dit wonen dan hij. Als je bijvoorbeeld op de w.c. zit en je hoort iemand duidelijk aan de andere kant van de muur doortrekken, dan is mij dat iets te nabij. Maar Chris vindt het gezellig, zegt hij. Het leven met de nabijheid van andere mensen doet hem denken aan hoe het vroeger was, thuis. En dat je niettemin op jezelf bent en zij niet bij je binnen kunnen lopen is natuurlijk meegenomen. Als de buren ruzie hebben heeft hij er plezier in om een glas omgekeerd tegen de muur te houden en daaraan te luisteren. Dit versterkt namelijk het geluid. Ik heb deze behoefte helemaal niet, maar vind het grappig dat hij, die zo wars van mensen is en van lawaai plotseling over deze eigenschappen blijkt te beschikken.

We zitten dus in deze nog kale kamer aan de tafel en hebben het over de brand die ons huis in Groet verwoest heeft. En we vragen ons opnieuw af hoe deze ontstaan kan zijn. Wij waren immers zelf niet thuis. Sedert de dood van Jan Emmens, begin december van het jaar ervoor, verbleven we in diens huis in Utrecht. De brand ontstond op 15 februari.
We denken allebei dat ‘kortsluiting’ een wel erg makkelijke verklaring is. De bekende dooddoener voor onopgeloste zaken. De mogelijkheid dat de brand is aangestoken lijkt ons beiden allerminst uitgesloten. Er waren eerder inbraken en vernielingen geweest in het huis, door zonen van de haveloze boerenfamilie die het terrein naast ons bewoonde. Deze inbraken vonden plaats vóór mijn tijd bij Chris.
‘Jan Emmens heeft de brand aangestoken’, zegt Chris nu. ‘Zelfmoordenaars blijven rondzwerven, die hebben geen rust.’ Ik huiver bij deze woorden en zie er de overdrachtelijke waarheid van in. Als wij thuis geweest zouden zijn, zoals altijd, wij gingen eigenlijk nooit weg, zou de brand nooit zo vernietigend hebben kunnen toeslaan als nu het geval was, áls hij al uitgebroken zou zijn.
‘Ja, die dikke heeft dat op zijn geweten’, besluit Chris en aan de overdrijving die hij aan de aanduiding van zijn beste vriend meegeeft, kun je merken dat hij zowel wel als niet meent wat hij zegt.

Elly de Waard, 19 augustus 2006
Foto: Ronald Hoeben

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

PIJN

 

Hoe pijn te rijmen aan houten vloeren
waarvan de evenwijdige lijnen
voortsnellen naar de plint?

Pijn rolt over de vloer zich uit en zet
zich uit naar het oneindige, zijn
oorsprong; pijn probeert mij in

onsterfelijkheid aan zich gelijk te
te maken, terwijl ik tracht hem
in mijn redeneren in te sluiten

door de lijnen daarvan, ons gedeeld
houvast te laten stuiten door het dwarse
blijven liggen van de plint

 

Foto: Houten gang Vogelwater
Gedicht uit: Van Cadmium lekken de Bossen (gecorrigeerd 2018)

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie

ONTMOETING MET EEN SPAR

 

Er is mij iets gebeurd, ruiste
de spar, er is een wezen langsgegaan

dat met haar hand een van mijn takken
heeft gedrukt. Een hand die rook

naar mandarijn. Van een zo verre
en vreemde wereld dat het mij

getroffen heeft tot in de zachtste
vezels die in mij zijn. En elke

keer dat zij in de schemering mij nu
passeert, dan gaan mijn harsen stromen

dat het geurt. Dit is het wonderst,
ik herhaal het, dat mij is

gebeurd

 

Gedicht: Elly de Waard

Geplaatst in Algemeen, Eenzang | 3 Reacties

HARTSLAG – LUCIE BROCK-BROIDO (1956-2018)


HARTSLAG

Laat me dan kort zijn
ik zal doorgaan met het vereren
van de volmaakte gemene zinnen, het licht
erop alleen zichtbaar door de neon
tekens van leven heen, de delen die de hele nacht door
gloeien, als vredelievende soorten slapen,
als de dolenden hun slapeloosheid nog
aan het wreken zijn in het donkere
valse helleborus rood van biljarthallen,
in de nachtenlang pastelkleurige grotten van wasserettes,
in de koffieshop uit het verkeerde decennium te Ypsilanti
waar zelfs de manager de sleutel
voor het herentoilet niet kan uitlenen,

ik hou

ook van deze dingen, het zelfservice
benzinestation waar een bleke hand
slinks naar buiten steekt om kleingeld
terug te geven, of de ene donkere handpalm
in de slagerij op Amsterdam & 110th
die van achter het gordijn de envelopjes
van Heartbeat uitdeelt,

ik begeer

deze dingen ook,
een mogelijk derde wereld na deze
& de ene die hiernamaals gaat,
in die wereld zul je belangrijk zijn,
verslonden door de likkers,
ondoorgrondelijke Kerstroos, giftig
in de schijngestalte van je leren jas nog langdurig
in verering voor de lange blonde vlekken achtergelaten
na licht & na vuur.

 

Gedicht: Heartbeat, uit: A Hunger (1988, eerste bundel van vier)
Vertaling: Elly de Waard (april 2018)

Lucie Brock-Broido, dichter van hoogst originele en complexe poëzie (tevens poëziedocent aan o.m. Harvard en Columbia), stierf op 6 maart j.l. op slechts 61-jarige leeftijd.

Geplaatst in Algemeen | 5 Reacties

“…LATEN WE DIE NIET NOG MEER GELUK GEVEN…”

“De huidige generatie ouderen heeft al enorm veel geluk gehad. Laten we die niet nog meer geluk geven.”
Aan het woord: pensioendeskundige Martin Pikaart in het FD van 31-3-18

 

Geachte heer Pikaart,

Zo’n wens heb ik nog nooit van iemand gehoord, noch gelezen.
Dan hebt u het over uw ouders en grootouders en al hun leeftijdgenoten.
Zonder hen zou u er nooit geweest zijn.
Bent u jaloers op de angst die de mensen hebben ervaren in de oorlog?
En op de armoede na de oorlog? Nederland was straatarm. De regering stimuleerde emigratie omdat er niets was. Het land moest helemaal opnieuw opgebouwd worden.
Opgebouwd door mensen die zes dagen in de week (48-urige werkweek) hard werkten, vaak met de blote hand, in kou, wind, sneeuw en regen of hitte.

Niet zoals nu: in een comfortabel kantoor, aan de telefoon, achter de computer. Daar gaat je lichaam echt niet kapot aan.
En dan een karig loon, onverwarmde huizen, ijsbloemen op de ramen, soms één kachel, geen (af)wasautomaten, niet voldoende voedsel, soms een bed delen met een broertje of zusje.
Ik kan nog véél meer opschrijven!

Die mensen van toen hebben gezorgd dat het u nu aan niets ontbreekt.
Ik ben een kind van nèt voor de oorlog, kreeg mijn eerste sinaasappel toen ik 6 jaar was; ik weet dat nog heel goed.

Ik klaag niet, maar ik vind het wel heel erg dat iemand van de verwende generatie ons een beperkt geldelijk “geluk” niet gunt.
Velen met mij hebben hard gewerkt, samen het land opgebouwd en doorgegeven aan onder andere u.

Maak er wat van, heb begrip voor ouderen (die vaak geld spenderen aan kinderen en kleinkinderen, oppassen tot op hoge leeftijd, kleinkinderen van school halen enz. zodat de ouders kunnen werken).

Tref goede maatregelen voor de pensioenen van de jongeren (dat maakt de ouderen ook gelukkig!) maar niet ten koste van de ouderen.

En geef – hoop ik – nooit meer zo negatief af op ouderen, want u creëert op die manier bewust een tweedeling in de maatschappij.

Marijke Weijters

 

 

Foto FD (Erik van ’t Woud): Pensioendeskundige Martin Pikaart
Tekst: Marijke Weijters

Geplaatst in Algemeen | 6 Reacties

SURVIVAL OF THE FITTEST

Fittest dat is het sterkste, het minst aantastbare,
zo verloor hout van steen, steen van brons,
brons van ijzer
Maar ook ijzer is te verteren
door regen, zweet, kan deel worden
van planten, van ons bloed
Maar nu plastic,
het lost niet op, wordt geen zand, klei
wormen, plantenwortels, bacteriën
blijven glad buiten
Steeds groter worden de plastic hopen rond de groeiende steden
Huizen van plastic, vensters, kleren,
etensbakken, korst van kaas, worst, vruchtenschillen
Plastic is de eindelijke dood, die alles opvreet
zelf niet gevreten kan worden
Plastic gemaakt van steenkool, van olie
van steen, geit, kool, van vismeel
Reeds zijn er kleine concentratiekampjes
die mensen vermalen tot plastic
Nu maakt men plastic  poppen
die plassen huilen kunnen
Als er een god is die dit gemaakt heeft
is hij waarschijnlijk een componist volgens cyclische principes
Begonnen met niets, enige opmaten die stof in rijen zetten
het licht ging aan, water en nevel kwamen
en zoetjes aan planten en dieren
Ten slotte mensen
die eerst leven mochten
toen geënt werden met de beenkanker
die zelf alles vreet, nooit meer gevreten kan worden
Plastic is een mooi slot voor de oude
die opgelucht
straks het licht weer uit doet
om iets anders te beginnen

Geschreven in 1959 door de bioloog-dichter Dick Hillenius, gepubliceerd in 1961 in de proza/poëziebundel Tegen het Vegetarisme (Van Oorschot)
Foto: Oceaanvervuiling anno 2018

Geplaatst in Algemeen | 5 Reacties

DE KLEINERE ORCHIDEE – AMY CLAMPITT

 

Liefde is een klimaat
waarin kleine dingen het veilig vinden
om te groeien – niet
(hoewel ik dat ooit dacht)
de veeleisende cattleya
du côté de chez Swann,
glamour onder de faubourgs,
broeikas onderwerpingen, verrukkingen
en wreedheden tijdens de thee, maar deze
nagenoeg onidentificeerbare wildeling
nauwelijks meer dan een
scheut, die ik vond
gedijend in de holten
van een granieten zeekant –
een vrolijk verfomfaaide, kleine,
witte, down-to-earth orchidee
die zijn authenticiteit prijsgeeft
als je je dicht genoeg
tegen de grond drukt, in een krachtige
uitheems-huiselijke
vleug van vanille.

 

Beeld: kleine orchidee
Gedicht: Amy Clampitt, uit The Kingfisher
Vertaling: Elly de Waard (2018)

Geplaatst in Algemeen | 3 Reacties
Pagina 1 van 5712345...102030...Minst recente »