MH17: AAN DE JONGEN DIE VIEL

Wie was ik voor ik viel? Mijn voet
verloor, mijn hart, mijn oor
wie was ik dan hiervoor?

Was ik al dood? Hoe het ook zij
niets is zo anders dan het mij
dat instapte en vloog

Wat ik ooit was verschilt
zozeer van wat van mij
de grond zocht weer

Mijn hand gelegd op wie
ik nooit zag toen ik mijn
eerdere zelf nog was

Zijn eenzaam been staat rechtop
in het koren, vertel dit toch
aan wie het wil horen

Vertel het aan wie het moet weten
mijn mond staat te wijd open
om te kunnen spreken

als mijn ogen die verstarden
in wat zij zagen – wie was ik
voor ik viel? Ben ik al dood?

 

Elly de Waard, In die tijd die

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie

IN ZOMER

I

Oud hout van horren, bruine boot.
Het zonlicht druipt, als water uit een goot,
van takken, dik in het groen, wiegende
vlekken lekt het op mijn schoen.
Het roestig gaas golft als het water toen
ik langs je voer in mijn geleende boot.
Wat was je klein, daar wuivend op de dijk,
wat voelde ik me me, liggend op

de voorplecht, groot. Het zeil,
die nagel van de wind, duwde mij voort
langs het verzonken land. Een stadje
in een blauwe oplossing van lucht en zand
rees, aan zijn torenspitsjes opgetild,
als fata morgana uit het water.
Ik schuimde je kust af, klokke
kwart voor één blies ik de scheepshoorn.

Vreemd was het om de molen om je huis heen
te zien draaien, om jou heen.
De buik van het schip was bruin met
ribben, de zwaarden zoemden aan hun
koorden, hartslag echode van de boorden,
Ommelandvaarder uit negentieneen.
De mijne was luider te horen
tot ook jij, in je violette kam

van populieren, in zee verdween.
Wij gingen door de wind, voeren
van dichtbij langs de haven van
Volendam, door de heilige maagd,
Navigare necesse est, bewaakt.
Maria, Sterre der Zee: ‘Gij, die alleen
zijt, zult bij sterke wind niet varen,
gij zult niet verdrinken.’ Dichter

was ik bij je dan in jaren,
mijn slaap droeg je gezicht.

 

II

Het land was even woelig als
het water, als mijn slaap. Door hoge
grassen was ik bezig naar je toe te waden,
de hele nacht, de hele dag.
‘Die alleen is zal zijn huis bij storm niet
uitgaan, zal zijn goed niet achterlaten.’
Het winterkoninkje, prins van de zomer,
zong mijn lied, het piepte als het

wieltje van een kinderfiets dat aanloopt,
maar als ik belde was je er niet.
Zomer opnieuw en horren staan in alle
ramen. Hun hout is oud, hun gaas
is roestig, het huis een zeekasteel
gestrand op gras en tussen knoestig
onderhout, waar het ondiepe
van de vijver blinkt en lacht.

De avond valt, de nevel maakt
Saturnus van een struik. Onder de beuk
begint een lopen: kom nader nu,
beweeg in mij, voel groeien mijn
aanwezigheid en buig voorover,
toon de holte van je knie, raak me
met die Achilleshiel
van het gewapend en geharnast jij.

Wildebras, zei je, lieveling, en in
die woorden ben ik altijd bij je.
Ik druk de cijfers van je nummer in
en onder mijn vingers vloeien ze uiteen
tot een onmetelijk getal
dat je onbereikbaarheid haast glans
verleent. Je geest, die ik via de hoorn
oproep, zingt mij van verre en vervormd

tot krekel toe, op informatietoon,
op informatietoon. Nacht en de
aarde is de bodem van een oceaan.
Hoog boven ons, aan het oppervlak,
drijft als een luchtbel die ons is
ontsnapt en waar de zon in schijnt
de maan.

 

 

 

 

Gedicht: Elly de Waard, Strofen
Foto zeilschip: Elly de Waard
Fotosluitstuk: Gabriele Viertel

Geplaatst in Strofen | 2 Reacties

NU IK ONDER DE LINDE LIG

Nu ik onder de linde lig –
omhoog houd ik mijn koel gezicht,
mijn ogen rusten in het vele
van haar lommerrokken – zie ik

dat zij een zuster is, bij wie ik
dagelijks ongestoord kan spelen.
Schaduw geeft haar gebladerte
tegen het al te felle licht,

weg houdt zij met haar fladderend
blad van mij het streng gevaderte
dat de wereld is. Maar als het
avond wordt en de wereld stil

gevallen is, verwordt haar blader-
moederkroon, die daar zo dicht
over mij woont, tot een gewicht
waarvan ik mij bevrijden wil

om bij de opkomende maan
en bij de zwaluwen te zijn, die
piepend in de hoge lucht langsgaan;
wil ik onder haar boom vandaan.

 

Foto: eigen foto
Gedicht: Elly de Waard, Anderling

Geplaatst in Algemeen | 2 Reacties

THE SISTERS-IN-ARMS

 

 

And where my sisters-in-arms go around
scouting the terrain
I found wondrous peonies
that took me in their embrace

My eyes caressed the amorous
flowers, a whole field
full, swaying and tussling
in the balmy breeze, as if we were

soon to wed, and see: even she,
whom I saw as my own
wonder, could laugh, because

my arms lay scattered in the grass
and I had said: I want
to know you always

 

Translated by Wanda J. Boeke © July 2017
Gedicht: Elly de Waard, Anderling
Beeld: Gabriele Viertel, Secret tango

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie

IK KLEEDDE HAAR IN HET NACHTBLAUW

 

Ik kleedde haar in het nachtblauw
van de net ontloken
irisknop, geen zij ter wereld
neemt het tegen het strakke
glanzen van die stof op
met die stijve kroken die zo zacht
zijn tegelijk, terwijl de kleur
het zeeblauw van haar ogen
als een vloot met donker zeil
bestrijkt.

Een toef violen
in de tint van humus, de textuur
van fulp, die aan haar lichaam niet
terugkomt, maar gekozen
om verwantschap is
met achtergrond en innerlijk,
voltooide haar figuur. Zo
zag ik gisteren het verschijnen
van de muze die ik onderken en
adoreer en liefheb als de mijne.

 

Beeld: Gabriele Viertel, Plissee
Gedicht: Elly de Waard, Onvoltooiing
Jurk: Agnes van Dijk

Geplaatst in Onvoltooiing | 1 reactie

BJÖRK (o.a.)

De metronoom van je voeten
houdt je zang in het gareel

als de wereld om je heen
zo wijd is dat je het haast uitschreeuwt

maar je gang houdt je lopen
en je zingen steeds weer in bedwang

 

 

Beeld: Promotie bij het album Volta
Gedicht: Elly de Waard, ongepubliceerd
Kleding: The Icelandic Love Corporation, The rhythms and multilayers of Björks music

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie

DE TROOST VAN DE TAAL

Een kern van hulpeloosheid, waarrond
zich schillen van zelfstandigheid
hebben gevormd

Eenkennig dwaalt de enkeling
in zich om – een zwerfsteen, dof
onder het glanzen van

Ruimte is leeg en toch
vijandig, maar een vriendelijk woord
dat valt uit vriendelijke

mond, verricht al wonderen
kan vonkenregens
sterrenstelsels doen ontstaan –

Troost en lankmoedigheid, bemoediging
de woorden zelf te proeven
doet al heilzaam aan

 

Beeld: Juan Osborne, No woman no cry
Gedicht: Elly de Waard, Van cadmium lekken de bossen

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie
Pagina 1 van 5012345...102030...Minst recente »