DAAR AANGEKOMEN

De zoelte. Hemdsmouwen.
Met draaiende heupen bestijgen

zij de buitentrappen, de vrouwen,
haar rokken stuiven op.

O heerlijk zicht op
een andere wereld, naakte

dijen, ronding van een kuit
en het onbestemd beseffen

van nabijheid, huid aan
huid aan huid aan

huid

 

Beeld: Gabriele Viertel, Narcissa
Gedicht: Elly de Waard, Eenzang

Geplaatst in Algemeen | 2 Reacties

‘AND DEATH SHALL HAVE NO DOMINION’

Though lovers be lost love shall not;
And death shall have no dominion.
The formidable poet from Wales: Dylan Thomas

 

Dat de dichteres afgunstig was
op het kraagje dat de zachte hals
van de geliefde strelen mag,
de hele dag, de hele dag!

 

Beeld: Gabriele Viertel, Danse Macabre
Gedicht: Elly de Waard, Onvoltooiing

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie

DE MACHT VAN DICHTERS EN DE BRON VAN DE POEZIE

En uit een stijgbeugel

van wolken rijst
de nacht. Wie dwong de nooit

te doven hemellichamen
te bukken

naar je ogen?
Wie heeft de sterren aan

een band en om
je hoofd gebogen? Wie?

Alleen een dichter
heeft die macht!

 

Foto: Lisa van Verre, Pegasus in the Sky
Gedicht: Elly de Waard, Openingsgedicht Eenzang-cyclus

Geplaatst in Algemeen | 2 Reacties

ZIJDE ALS WATER

Hoe je blote lijf
in de prachtige
stof van die blouse
lag als een delicate
vrucht die ik
aan het pellen was.
Zo stevig in
haar zijden schil,

zo stijf en toch
zo glad en zo
meegaand, meegevend.
Hoe verfijnd
moet van de vrucht
die in een schil
van zij zit wel
het vlees niet zijn?

 

Beeld: Gabriele Viertel, Liquids III
Gedicht: Elly de Waard, Onvoltooiing

 

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie

MH17: AAN DE JONGEN DIE VIEL

Wie was ik voor ik viel? Mijn voet
verloor, mijn hart, mijn oor
wie was ik dan hiervoor?

Was ik al dood? Hoe het ook zij
niets is zo anders dan het mij
dat instapte en vloog

Wat ik ooit was verschilt
zozeer van wat van mij
de grond zocht weer

Mijn hand gelegd op wie
ik nooit zag toen ik mijn
eerdere zelf nog was

Zijn eenzaam been staat rechtop
in het koren, vertel dit toch
aan wie het wil horen

Vertel het aan wie het moet weten
mijn mond staat te wijd open
om te kunnen spreken

als mijn ogen die verstarden
in wat zij zagen – wie was ik
voor ik viel? Ben ik al dood?

 

Elly de Waard, In die tijd die

Geplaatst in Algemeen | 3 Reacties

IN ZOMER

I

Oud hout van horren, bruine boot.
Het zonlicht druipt, als water uit een goot,
van takken, dik in het groen, wiegende
vlekken lekt het op mijn schoen.
Het roestig gaas golft als het water toen
ik langs je voer in mijn geleende boot.
Wat was je klein, daar wuivend op de dijk,
wat voelde ik me me, liggend op

de voorplecht, groot. Het zeil,
die nagel van de wind, duwde mij voort
langs het verzonken land. Een stadje
in een blauwe oplossing van lucht en zand
rees, aan zijn torenspitsjes opgetild,
als fata morgana uit het water.
Ik schuimde je kust af, klokke
kwart voor één blies ik de scheepshoorn.

Vreemd was het om de molen om je huis heen
te zien draaien, om jou heen.
De buik van het schip was bruin met
ribben, de zwaarden zoemden aan hun
koorden, hartslag echode van de boorden,
Ommelandvaarder uit negentieneen.
De mijne was luider te horen
tot ook jij, in je violette kam

van populieren, in zee verdween.
Wij gingen door de wind, voeren
van dichtbij langs de haven van
Volendam, door de heilige maagd,
Navigare necesse est, bewaakt.
Maria, Sterre der Zee: ‘Gij, die alleen
zijt, zult bij sterke wind niet varen,
gij zult niet verdrinken.’ Dichter

was ik bij je dan in jaren,
mijn slaap droeg je gezicht.

 

II

Het land was even woelig als
het water, als mijn slaap. Door hoge
grassen was ik bezig naar je toe te waden,
de hele nacht, de hele dag.
‘Die alleen is zal zijn huis bij storm niet
uitgaan, zal zijn goed niet achterlaten.’
Het winterkoninkje, prins van de zomer,
zong mijn lied, het piepte als het

wieltje van een kinderfiets dat aanloopt,
maar als ik belde was je er niet.
Zomer opnieuw en horren staan in alle
ramen. Hun hout is oud, hun gaas
is roestig, het huis een zeekasteel
gestrand op gras en tussen knoestig
onderhout, waar het ondiepe
van de vijver blinkt en lacht.

De avond valt, de nevel maakt
Saturnus van een struik. Onder de beuk
begint een lopen: kom nader nu,
beweeg in mij, voel groeien mijn
aanwezigheid en buig voorover,
toon de holte van je knie, raak me
met die Achilleshiel
van het gewapend en geharnast jij.

Wildebras, zei je, lieveling, en in
die woorden ben ik altijd bij je.
Ik druk de cijfers van je nummer in
en onder mijn vingers vloeien ze uiteen
tot een onmetelijk getal
dat je onbereikbaarheid haast glans
verleent. Je geest, die ik via de hoorn
oproep, zingt mij van verre en vervormd

tot krekel toe, op informatietoon,
op informatietoon. Nacht en de
aarde is de bodem van een oceaan.
Hoog boven ons, aan het oppervlak,
drijft als een luchtbel die ons is
ontsnapt en waar de zon in schijnt
de maan.

 

 

 

 

Gedicht: Elly de Waard, Strofen
Foto zeilschip: Elly de Waard
Fotosluitstuk: Gabriele Viertel

Geplaatst in Strofen | 2 Reacties

NU IK ONDER DE LINDE LIG

Nu ik onder de linde lig –
omhoog houd ik mijn koel gezicht,
mijn ogen rusten in het vele
van haar lommerrokken – zie ik

dat zij een zuster is, bij wie ik
dagelijks ongestoord kan spelen.
Schaduw geeft haar gebladerte
tegen het al te felle licht,

weg houdt zij met haar fladderend
blad van mij het streng gevaderte
dat de wereld is. Maar als het
avond wordt en de wereld stil

gevallen is, verwordt haar blader-
moederkroon, die daar zo dicht
over mij woont, tot een gewicht
waarvan ik mij bevrijden wil

om bij de opkomende maan
en bij de zwaluwen te zijn, die
piepend in de hoge lucht langsgaan;
wil ik onder haar boom vandaan.

 

Foto: eigen foto
Gedicht: Elly de Waard, Anderling

Geplaatst in Algemeen | 3 Reacties
Pagina 2 van 5112345...102030...Minst recente »