Juli en onverdraaglijk

Juli en onverdraaglijk herfstig
is de lucht. Zoveel bladeren
van het berkje dwarrelen nu al
in de vroegte samen tegen
de stenen traptreden. Hun geel
vergaderen is verontrustend.

Een koude wind om de hoek valt
van het huis, waar ik al bladerend
in mijn geschriften in de ochtend
zit en huiver en mij niet thuis
voel, toch blijf weigeren
naar elders te vluchten.

En mijn hart is moe en het hangt
als een rood blad aan zijn aderen
en zijn grote geruchten zijn
geluwd, zijn in de koude wind
weggeschuwd en het houdt zich klein
en hurkt weg in voorzichtig zuchten.

1998, Anderling

Geplaatst in Het Zij | 2 Reacties

Ik voelde mij

Ik voelde mij ontheemd
in dit kamertje alsof mijn ziel

mij nu al had verlaten en
in niemandsland verkerend

bezig was de snelweg die ons
als een singel van de wereld

afsneed te doorwaden, rivier
van witte en rode

draden, de doden en hun schepen
achter zich latend, de

haven van de levenden

1993, Eenzang twee

Geplaatst in Eenzang Twee | 1 reactie

AUTOROUTE DU SOLEIL (A7)

 

In de melkblauwe ochtend
liggen de bergen

als porseleinen schaduwen
in graden van

doorschijnendheid aflopend
naar de verten

achter oneindige vlakten
en stille, briesende

wolken sneeuwen langzaam
neer over hun top –

een muur van cypresen
verrijst aan de wateren

waar pelikanen
met gekromde hals

op één poot staan of op twee
waden, in de onafzienbare

ondiepten starend
van de verstrooide

meren achter zee;
en ik genas want ik

ervoer de wereld zoveel
groter dan die ene

plek, die tuin, hoe mooi
ook die jij was

2004, De hemel van Toulouse

 

Geplaatst in De hemel van Toulouse | 1 reactie

O koele zomers van het noorden

O koele zomers van
het noorden, met het ruisen van

de wind in het zware
donkere loof dat zoveel regen

in zich opgezogen
heeft, die luie, nooit

afwezige wind die het
ritselen haast van blad tot blad

kan laten horen en
met een zon die nevelig van zeedamp

is; waar de merel
in de diepe schaduwen van het groen

van struikgewassen
met getuite mond, zo kuis

zo zoet, zingt van de regen
die nog komt en een rode

gloed van zuring ligt
over de grassen –

1995, Het zij

Geplaatst in Het Zij | 2 Reacties

Een nieuwe Wimbledonkampioen

Twaalf uur – het is noen. Fazanten wedijveren
met het gelui van de abdij op afstand.
Later, in voller middag is het stil
op duiven na die met hun zware lichaam ritselen in groen.

Soms hinderen stemmen niet, als ze maar ver genoeg zijn
en voorbij gaan, opgenomen in een algemeen verschiet
dat nu het later wordt meer ruimte laat aan vroeger.

Terwijl de zon daalt en het ruisen van de sparren aanzwelt
hoor ik het slaan van tennisballen, vol geraakt,
op het bemoste gravelveld.

1979 Luwte

Geplaatst in Luwte | 1 reactie