DE OMMEKOMST


In onze grote huizen
branden vele lichten
onder schemerlampen
lezen wij gedichten

O zachtgroenglazen bureaulampje
dat hangt te dralen
in de onverdragelijke wind
en fonkelend kille avond
met zijn nog niet eens zo kale
takken, hier en daar zelfs groen
Uw milde schijnsel zal
de herinnering aan betere tijden
niet bewaren en ons niet beschermen
tegen de onverbiddelijke koude
van een op handen zijnde
omslag van seizoen

2011, ongepubliceerd
Beeld:Schouwspel, IJber

Geplaatst in Ongepubliceerd | 2 Reacties

DE MEESTERS VAN HET GELD

 

Een hymne voor ‘Occupy Wallstreet’

Dagelijks doden zij de tijd
met surfen op het rijzen
en dalen van de indexen, de
ogen beschermd met schellen
van geld. Op vrijdagen dat
de laatste hoop van de maand
vervliegt of te lang ingehouden,
moet worden uitgeademd, mogen
de korte of de lange zitters
al naar het uitkomt, worden
uitgezogen, maar bij voorkeur
allebei opdat er alleen
verliezers zullen overblijven –
behalve zij

Bijgestaan door de snelste en
nieuwste robots, zo groot als
dorpen, heersen zij over
de diepteboeken, die in een laat
en een bied van ontelbare
lagen diep, koortsachtig oplichten:
geen roeiers meer of surfers
op de geldstromen, maar elk één
van de langs de graat van de
graadmeter – op en neer, op en
af, af en aan – marcherende
colonne van insecten die
het steeds aangroeiende geld
onverzadigbaar wegvreet

Het Damrak waar de champagne
bij dag over uitvloeit ligt
na gedane arbeid onder een
oude, maar altijd weer nieuwe
maan. Zo weinig verschil ook
tussen de sprong in het zachtste
matras en die uit het raam

Oktober 2011, ongepubliceerd

Geplaatst in Ongepubliceerd | Een reactie plaatsen

Van een dichter die als een N.Y. cabdriver rijdt…

Bij de VPRO radio (De Avonden) schijnen ze te denken dat dichters niet kunnen rijden. Wat een achterhaald idee! Dichters zijn gek op auto’s, hoe sneller hoe liever. Swingen maar! Dichters kunnen ook heel goed dansen. Ze hebben immers ‘versvoeten’, daar bestaan ze van.
Hun auto slingert zich als een soepele zin door een stad, door een landschap. Ik krijg in mijn auto altijd heel veel invallen, juist door de beweging. Pen en papier heb ik steeds bij de hand en bij een stoplicht maak ik dan een snelle krabbel. Het grootste compliment dat ik ooit heb gehad was dat ik als een New Yorkse taxichauffeur door Amsterdam reed!
Het aantal gedichten dat ik in, vanuit de auto en over het rijden heb gemaakt is zo groot dat ik er een aparte bundel mee zou kunnen vullen: Gedichten voor Automobilisten, die titel had ik al in mijn hoofd toen ik ooit met poëzie begon.

O het ritme van stoplichten! Swingend
reed ik door de stad. Mijn voet pompte

het gas in een cadans die naar behoren
op de groene afgesteld was. O het

mennen van de motoren. Het trekken
en remmen van hun paardenkracht! Ik

kwam als een wind die tussen hoge
gebouwen wordt aangezogen naar haar

toegevlogen, als een trein die zich
aan draden langs zijn sporen trekt

naar waar zijn bestemming wacht.

Uit:Onvoltooiing

Geplaatst in Onvoltooiing | 3 Reacties

Een herinnering aan Hella Haasse

Een herinnering aan Hella Haasse

In alle in memoriams die deze dagen gewijd zijn aan Hella Haasse wordt zij afgeschilderd als de ‘grande dame’ van onze literatuur en dat was zij natuurlijk ook. Juist daarom vind ik het leuk om nu een heel andere kant van haar te laten zien. Een raillerende kant, een beetje baldadig zelfs. Deze kant van haar sprak mij erg aan.
Het was ergens in de jaren tachtig dat er een congres georganiseerd was van schrijfsters en andere kunstenaressen die iets ophadden met het feminisme. Het vond plaats tijdens een weekend op het landgoed Den Treek, op de Utrechtse heuvelrug nabij Leusden. Het huis Den Treek was oud en groot en werd wel gebruikt als conferentie-oord. In de vele, ouderwetse slaapkamers kon worden overnacht.
Hella nam ook aan dit congres deel. Er waren meer oudere schrijfsters aanwezig, zoals Andreas Burnier en Josepha Mendels. En uit Belgie Clara Haesaert. Andreas, Hella en ik namen met zo’n vijftien anderen deel aan een van de groepsgesprekken, waarbij het over de eigen kunst ging en de problemen die je eventueel had met het naar buiten brengen daarvan. Iedereen moest om de beurt daarover het hare zeggen met een voorbeeld erbij. Hella las een gedicht voor, dat zij ook uitgereikt had, naar ik meen en dat herkenbaar refereerde aan een moeilijke situatie in haar huwelijk. In de daarop volgende discussie bleek dat zij het niet wilde publiceren omdat ze dat pijnlijk vond voor haar man. Ik betreurde dat want het was een goed gedicht en ik zei haar dat ook. Maar zij zei, dat het nu eenmaal zo was en dat er meer was dat op die manier in de lade bleef liggen. Daar moest je mee leren leven.
Het hielp niet dat ik tegen haar zei: Het is toch maar kunst, Hella!

Daarna gingen we aan de borrel en tot mijn verrassing was zij echt van de jenever. Wij dronken er samen een paar en toen de rest van het gezelschap voorstelde om een wandeling door de grote en prachtige najaarstuin te maken, waren onze beide glazen nog niet leeg. Met het glas in de hand namen we deel aan de wandeling, die vrolijk en uitgelaten was. Ik had mijn borrelglaasje inmiddels in mijn zak gestoken, maar dat van Hella was pas leeg toen we een bruggetje overstaken over een grote vijver. Wat ermee te doen? Vroeg ze zich luidop af. En onder grote hilariteit volgde ze haar eerste impuls en wierp het met een grote boog in de vijver!
Ook dat was Hella Haase. De Hella Haasse die ik mede hierdoor voorgoed in mijn hart sloot.

2 oktober 2011

Geplaatst in Algemeen | 2 Reacties

O wat een heerlijk weer

O wat een heerlijk weer, het hout
klapt in zijn handen van verrukking
en de dauw ligt op het mos tot
bij de deur als natte druppels
van gouache met een depot
van kleur, een dikke, rulle stof.

De lucht ruikt rins van rijpe bessen
die als maiskolven zo vet
de takken van de duindorens
betressen en het blad van de Oostindische
kers draagt de hele dag
de dauw, versplinterd water, parels
voor de zon te sterk – o liefste
kom toch gauw, toch gauw!

Geplaatst in Onvoltooiing | Een reactie plaatsen